Natascha van Weezel: 'Ik vind het soms prettig te fantaseren over een hemel' (vervolg)

‘Samen met mijn vader in 1989 op vakantie in Indonesië. Daar woonde zijn broer toen. Als enig kind was ik jaloers op kinderen die familiedagen hadden. Een dag prikken om elkaar te zien. Nadat mijn opa was overleden, waren wij maar met z’n zessen. Op de achtergrond was altijd de oorlog aanwezig. Ik weet nog dat mijn oma een keer vast kwam te zitten op de wc. Ze raakte totaal in paniek. Vanaf het moment dat ik dat hoorde, kreeg ík claustrofobie. Mijn ouders gingen vaak naar een herdenking. Vanzelfsprekend ging ik dan mee.’ Leven
‘Samen met mijn vader in 1989 op vakantie in Indonesië. Daar woonde zijn broer toen. Als enig kind was ik jaloers op kinderen die familiedagen hadden. Een dag prikken om elkaar te zien. Nadat mijn opa was overleden, waren wij maar met z’n zessen. Op de achtergrond was altijd de oorlog aanwezig. Ik weet nog dat mijn oma een keer vast kwam te zitten op de wc. Ze raakte totaal in paniek. Vanaf het moment dat ik dat hoorde, kreeg ík claustrofobie. Mijn ouders gingen vaak naar een herdenking. Vanzelfsprekend ging ik dan mee.’
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Boven, in haar mini-appartement hangt bij de deur naar de trap een wandtegeltje met een zegenwens. Het is een zwak alternatief voor het joodse gebruik van een mezoeza aan de post van de voordeur: een kokertje met een zegentekst uit Deuteronomium. ‘Ik weet niet wat voor mensen hier in de buurt wonen’, zegt Van Weezel. ‘Misschien komt het er nog eens van.’

Al woont ze zelfstandig, ze is veel bij haar moeder. ‘We voelen ons door het sterven van mijn vader geamputeerd. Afgelopen zomer hebben we zijn kleren opgeruimd. Dat was verschrikkelijk, alsof je hem steeds meer l …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?