Longarts Sander de Hosson: We moeten veel meer praten over de dood (vervolg)

Sander de Hosson met zijn tweelingzusje Lizanne. ‘We hebben een heel goede band met elkaar. We bellen niet elke dag, maar zien elkaar veel.’ In hun kindertijd waren de twee onafscheidelijk. ‘Tot aan de derde klas van het vwo zaten we altijd naast elkaar. We hadden dezelfde vriendenkring, een gemengde groep. Zij was best stoer en ging gerust mee voetballen. Behalve haar heb ik ook nog twee broers.’ In 2010 overleed zijn moeder, en zijn vader – nu 73 jaar – is progressief dementerend. ‘En dat terwijl ik nog maar net veertig ben. Nu ook mijn vader wegvalt, trekken we als kinderen veel naar elkaar toe.’ Leven
Sander de Hosson met zijn tweelingzusje Lizanne. ‘We hebben een heel goede band met elkaar. We bellen niet elke dag, maar zien elkaar veel.’ In hun kindertijd waren de twee onafscheidelijk. ‘Tot aan de derde klas van het vwo zaten we altijd naast elkaar. We hadden dezelfde vriendenkring, een gemengde groep. Zij was best stoer en ging gerust mee voetballen. Behalve haar heb ik ook nog twee broers.’ In 2010 overleed zijn moeder, en zijn vader – nu 73 jaar – is progressief dementerend. ‘En dat terwijl ik nog maar net veertig ben. Nu ook mijn vader wegvalt, trekken we als kinderen veel naar elkaar toe.’
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
In zijn boek beschrijft hij een aantal situaties van patiënten, waarbij hij ook zelf emoties toonde of een arm om iemand heen slaat. ‘Het mag misschien niet volgens het protocol’, schrijft hij er dan bijna verontschuldigend bij. Toch zou hij het niet anders kunnen. ‘In mijn opleiding liep ik mee met een interniste in Groningen. Op een dag bracht zij slecht nieuws aan een patiënte en die was verdrietig. Ik raakte haar niet eens aan, maar legde alleen mijn hand op het bed om een overbrugging te maken. Toen we wegliepen zei ze tegen me: “Dat doe je nooit meer; he …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?