Janet Ruitenbeek: Lammetje in Jezus' armen

Leven
beeld Jeroen Jumelet / Brian Elings
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

‘Soms heb ik het idee dat er een vrachtwagen op mijn benen staat’, zegt Janet Ruitenbeek. ‘Ik wil bij Jezus zijn, zodat ik geen pijn en verdriet meer ervaar.’ En toch: ze wil de lente nog meemaken. En ook de herfst, om haar 54e verjaardag te vieren.

In de tweede week van de lijdenstijd stuurt ze een mail naar vrienden die zorgt voor een stomp in de maag. Janet Ruitenbeek (53) is in de laatste fase van de ziekte multiple sclerose terechtgekomen.

Anderhalf jaar geleden verhuisde ze noodgedwongen van haar aangepaste huurwoning in Nijkerk naar verpleeghuis De Wijngaard in Bosch en Duin. Haar krachten namen er snel af. Nu ligt ze alleen nog maar op bed, uitgeteld. Ze vraagt adressen op voor de begrafenis. Dan zijn al dat soort zaken geregeld voor de familie.

Ze besluit in te gaan op het verzoek om een interview, op aangeven van haar arts, die vertelde dat ze ook moest nadenken over haar immateriële erfenis. Ruitenbeek wil haar verhaal over pijn, verdriet, maar ook verwachting en hoop delen.

In het witgeverfde verpleeghuis heerst de serene rust van mensen in hun levensavond. De nog relatief jonge vrouw bewoont een ruime kamer op de eerste verdieping. Het ruikt er naar desinfectiezeep en medicijnen. Ze ligt op een in hoogte verstelbaar bed bij het raam dat uitzicht biedt op het ontluikende lentegroen van de bosrijke omgeving. Haar ogen zijn nog even blauw als altijd, en wilskrachtig. Maar de ziekte tekent haar afgeslankte en bleke gezicht. Het eerste gesprek komt op het verkeerde moment. Ruitenbeek heeft al een paar dagen last van obstipatie. ‘Ik heb zo vreselijk veel pijn’, roept ze uit, terwijl de tranen over haar wangen rollen. ‘Dit zijn van die dagen dat ik het liefst dood wil.’ De gebeurtenis herhaalt zich tijdens de tweede ontmoeting, een paar dagen later. Een nieuw met lucht gevuld matras zorgt niet voor verlichting, maar voor extra ongemak en pijn. ‘Alsof ik op een keienstrand lig.’

Beide keren grijpt ze, na een lange stilte, nieuwe moed en gaat door met het gesprek. Ze legt uit dat ze eigenlijk nog niet wil overlijden. ‘Ik roep dat ik dood wil omdat ik de hele dag zo’n pijn heb, ondraaglijk. Dát wil ik niet meer – het is niet meer te doen.’

ontregeld

Ruitenbeek lijdt aan een progressieve vorm van MS, een ziekte die het centrale zenuwstelsel aantast. Zitten gaat niet meer. Haar benen zijn lam, in haar armen heeft ze nog een beetje kracht zodat ze, zij het met moeite, spullen van het nachtkastje kan pakken. Ze heeft last van buig- en ­strekspasmen. Op onvoorspelbare momenten verkrampen haar dun geworden benen, of raken in een dwangstand.

‘Maar het ergste is dat ik neuropathie heb, afschuwelijke zenuwpijn. Vanaf mijn middel tot mijn tenen heb ik vreselijke pijnen. Het voelt alsof mijn benen in brand staan, alsof mijn huid helemaal ontveld is. Het laken brandt op mijn lichaam. Als ik het af doe, krijg ik het te koud. De thermostaat van mijn lichaam is ontregeld. Soms heb ik het idee dat er een vrachtwagen op mijn benen staat.’

Ze krijgt van allerlei medicijnen tegen de pijn, maar die helpen niet meer. Onlangs probeerde ze medicinale cannabis, zonder het gewenste pijnwerende effect. Ze krijgt nu Fentanyl, pleisters met een morfineachtig middel. ‘Als die niet meer werken, is er nog een laatste optie: een morfinepomp. Maar daar wacht ik zo lang mogelijk mee, totdat het écht niet meer anders kan.’

levenslustig

Hoe anders was Janet Ruitenbeek vroeger: een levenslustige vrouw, vol energie en ideeën. Ze mocht danwel eens een neerslachtige periode kennen, telkens wist ze daar uit te komen. Ze is enthousiast, maakt gemakkelijk contacten. Extravert ook. Als ze eenmaal praat, is het alsof de radio aanstaat, mede dankzij haar heldere stem. ‘Toen ik jonger was, zei ik vaak eerst iets, en daarna dacht ik pas na’, zegt ze als blijk van verworven zelfkennis. Ze was onafscheidelijk van haar gitaar. Ze had zichzelf leren spelen, ook op de piano was ze autodidact, evenals op het drumstel. ‘Als ik een liedje hoorde op de radio, kon ik het zonder oefenen naspelen.’ Ze ontwikkelde zich tot een liedjesschrijver.

Ruitenbeek groeide op in het stadje Nijkerk aan de rand van de Veluwe, in de buurt van Amersfoort. Ze komt uit een gezin dat geestelijk ademde in een evangelische gemeente. Een goed contact heeft ze met haar oudste broer, die straks haar zaken regelt als ze er niet meer toe in staat is. Getuige enkele foto’s op haar kamer is ze gehecht aan haar beide neven, een tweeling die binnenkort zeventien hoopt te worden.

Thuis hadden ze het vroeger niet breed. Door een motorongeluk was vader, in 2003 overleden op 67-jarige leeftijd, arbeidsongeschikt geraakt. Zolang ze zich kan heugen was hij thuis. De financiële krapte verklaart, denkt ze, waarom ze nauwelijks werd gestimuleerd haar gaven te ontwikkelen. Van haar opa leerde ze hout bewerken. Ze maakte zelf een aantal meubeltjes. Op een kast in haar kamer staat nog een houten zwaard. Aan de wand hangt een schilderijtje van een eekhoorn, nog een talent dat ze verder niet verzilverde.

Haar creativiteit kon ze kwijt in de journalistenopleiding van de Evangelische School voor de Journalistiek, destijds gevestigd in Amersfoort. Aan de slag ging ze bij de BDU in Barneveld, als redacteur van een nu verdwenen medium, de kabelkrant. Later werd ze de eerste internetredacteur van het bedrijf. In 2004 stapte ze over naar de Evangelische Omroep, waar ze werkte voor de website van het toenmalige kinderprogramma BlinQ. Ze leerde er Elly Zuiderveld kennen toen ze de website verzorgde van Elly en de Wiebelwagen. Die gaf met Rikkert en zangeres Elise Mannah eens een privéconcert in haar Nijkerkse woning, vertelt ze met trots.

controlfreak

Ruitenbeek noemt zichzelf een ‘controlfreak’. Haar begrafenis heeft ze grotendeels al geregeld: van de kaart en de rouwtekst tot de liederen en de voorganger, ‘een goede vriend’. Het liefst zou ze bij haar eigen uitvaartdienst aanwezig zijn. ‘De filosoof René Gude zei in het EO-programma De Kist het moeilijkste te vinden dat hij na zijn dood nergens meer bij is. Dat vind ik zó herkenbaar. Je bent niet meer bij de mensen die je liefhebt, bij wat ze meemaken, vreugde en verdriet, het samenzijn. Er is straks een dankdienst voor mijn leven. Het is gek te bedenken dat ik daar niet bij ben.’ Ze valt stil en denkt een poosje na. ‘Hoewel … misschien maak ik wel alles mee. Ik weet het niet. We zien het wel.’

Voor iemand die de touwtjes graag in handen heeft, viel het haar niet mee langzaam maar zeker alles te moeten loslaten. Eerst kon ze nog lopen, daarna alleen nog met een kruk, vervolgens slechts met een rollator. In de volgende fase belandde ze in de rolstoel, tot ze gekluisterd raakte aan het bed, het moment van volledige afhankelijkheid. Tussendoor moest ze autorijden opgeven. Gitaarspelen ging toen al niet meer. ‘Langzaam ben ik mijn vrijheid helemaal kwijtgeraakt’, zegt ze met spijt en berusting in haar stem.

De eens zo zelfredzame vrouw brengt het onderwerp euthanasie ter sprake. Ondanks de ondraaglijke en uitzichtloze pijn, wijst ze vanuit haar geloofsovertuiging een zelfgekozen dood van de hand. Maar ze kan zich goed voorstellen dat mensen ervoor kiezen. ‘In de talkshow van Humberto Tan zat een vrouw met MS die besloten had euthanasie te plegen. Ze was nog niet volledig bedlegerig, maar wilde het aftakelingsproces niet verder meemaken, vooral de pijn niet. Dat begrijp ik helemaal.’

Op nuchtere toon zet ze haar visie uiteen: ‘Toch geloof ik dat God bepaalt wanneer het mijn tijd is. Hoe moeilijk ik dat ook vind, hoor. Er zijn momenten waarop ik heb geroepen: ‘‘Here God, waarom moet ik zo veel pijn lijden.’’ Maar een van de geboden is: Gij zult niet doden. Dan mag je jezelf ook niet doden.’

Met haar arts heeft ze een levenswensverklaring opgesteld waarin staat dat haar lijden niet onnodig verlengd mag worden. ‘Als ik een longontsteking krijg, ga ik niet meer naar een ziekenhuis. Stel dat ik iets van een galblaas- of blindedarmontsteking krijg, dan zal ik niet meer geopereerd worden. Ik blijf dan in het verpleeghuis en daar zullen ze zo veel mogelijk proberen het lijden te verzachten.’

internetkerk

Van het praten heeft ze dorst gekregen. Met haar hand probeert ze schuin achter zich een flesje te pakken vanaf het kastje bij haar bed. Er zit geen water meer in. Het plastic geval wil ze bijgevuld hebben en ze geeft enkele instructies mee. Haar gast mag ook een geel pilletje in het voorste vakje van een medicijndoosje leggen, zodat ze het zelf kan pakken en innemen. Op een houder bij haar gezicht staat een iPad, voor haar het venster dat haar wereld aanmerkelijk groter maakt. Niet alleen communiceert ze er uitvoerig mee met vrienden, ook geeft ze op Twitter en Facebook strijdbaar haar mening over de in haar ogen steeds verder afkalvende gezondheidszorg.

 

Dankzij internet kwam ze ook in contact met de confessioneel-lutherse internetkerk Aletheia uit de Verenigde Staten. Via een videoverbinding maakt ze, samen met mensen uit alle delen van de wereld, op zaterdag een kerkdienst mee. Ze kan meezingen, na de preek is er ruimte om vragen te stellen, elke week wordt er avondmaal gevierd. De pastor van deze kerk, Chris Rosebrough, is voor haar van grote betekenis. Een geldinzamelingsactie – crowdfunding – bracht deze man op 23 februari aan het bed van Ruitenbeek. De pastor voerde met haar alvast het gesprek dat hij heeft met mensen die weten dat ze gaan overlijden. Soms moet ze vloeken, vertelt ze, als de pijn haar tot radeloosheid drijft. ‘Dat vind ik verschrikkelijk. Eerst voelde ik me zó slecht. Elke keer dacht ik: zie je nou wel, ik ben geen christen. Ik ging twijfelen. In de geestelijke stroming waaruit ik kom, kreeg je soms het idee dat je niet meer kon zondigen, alsof je oude mens al helemaal weg was. Maar we worstelen nog steeds met zonde. Pastor Chris zei dat ik mijn zonden mocht belijden. Hij mocht mij in de naam van Jezus zeggen dat mijn zonden voor altijd zijn vergeven, dankzij Jezus’ offer aan het kruis. Dat was bevrijdend voor mij. Ik ervoer een enorme rust.’

vogelhuisje

Haar lijden mag dan groot zijn, ze geniet van kleine dingen. Aan de achterzijde van het raam op haar kamer is met zuignappen een doorzichtig vogelhuisje bevestigd. Geregeld pikt een roodborstje er zijn graantjes uit. Toen ze zo met haar darmen tobde, en eenmaal bevrijd van die last uitgeput lag bij te komen, bleef het vogeltje een kwartier zitten. ‘Hij nam steeds hapjes van het voedsel en tussendoor zat hij heerlijk te fluiten. Daar heb ik zo van genoten. Ik zie dat als een knipoog van God.’

Hoe kijkt Ruitenbeek terug op haar leven? Ze is altijd alleen gebleven, op dit punt voelde ze zich eenzaam, en heeft geen kinderen, op dat punt voelde ze gemis. Achteraf was ze ook graag naar het conservatorium gegaan. Met het ouder worden, kwam de acceptatie. ‘Het leven is gegaan zoals het gegaan is. Ik heb er vrede mee. Veel mensen heb ik onderwijs mogen geven uit de Bijbel. Ik zie hen als mijn geestelijke kinderen. Het klinkt gek, maar ik heb in gesprekken met mensen nog nooit zo mogen getuigen van Jezus als dit afgelopen jaar, terwijl het steeds slechter met me ging.’

Pasen

Naarmate haar ziekte vorderde, groeide bij Ruitenbeek het verlangen naar Christus. ‘Ik wil bij Jezus zijn, zodat ik geen pijn en verdriet meer ervaar.’ In de loop van de tijd viel ze terug op de essentie van haar bestaan, Jezus. ‘Ik heb het gevoel dat ik dankzij Hem steeds meer mens mocht worden. Ik wil dat Jezus centraal staat in de dankdienst. De aanwezigen denken dan aan mij, en ze zien mij, maar ik word vastgehouden door Christus. Ik hoop dat de bezoekers dat ook zien. Wat ik bedoel kan ik het beste uitleggen met een beeld: ik zie een Herder met een lammetje. Christus is de herder ...’ Ze begint te huilen. ‘ ... en dat lammetje ben ik.’

Morgen is het Pasen. Wat zegt het haar dat Jezus is opgestaan uit de dood? ‘Hij is de eersteling die uit de dood is opgewekt. Daarom mag ik weten dat ik eenmaal zal worden opgewekt en een nieuw lichaam zal krijgen. En door het offer van Jezus mag ik weten dat ik het eeuwige leven heb.’

Janet Ruitenbeek weet niet wanneer ze zal overlijden. Ze hoopt de 54 te halen in oktober. Voor haar raam staat een grote beukenboom, grotendeels nog in herfsttooi. ‘Ik bid God of ik deze boom nog in volle bloei mag meemaken.’ ◆

eerste internetredacteur

Janet Ruitenbeek groeide op in het Gelderse Nijkerk. Van 1985 tot en met 1988 doorliep ze de Evangelische School voor de Journalistiek, toen nog gevestigd in Amersfoort. Aansluitend werkte ze vanaf 1989 bij de BDU in Barneveld, eerst voor de kabelkranten, later als eerste internetredacteur. In 2004 stapte ze over naar de EO, waar ze werkte voor de website van het toenmalige kinderprogramma BlinQ. In 1996 kreeg ze haar eerste MS-aanval, een schub geheten. Pas in 2008 kreeg ze de definitieve diagnose en toen bleek de ziekte multiple sclerose bij haar ‘progressief’ te zijn. In 2011 was ze gedwongen te stoppen met werken. In november 2015 werd Janet opgenomen in verpleeghuis De Wijngaard in Bosch en Duin, sinds januari dit jaar kan ze alleen nog maar op bed liggen.

 

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?