Als etiket autisme hoogbegaafdheid blijkt te zijn

Simon Anemaet is talentbegeleider, coördinator hoogbegaafdheid en docent op het Johannes Fontanus College in Barneveld en heeft zijn eigen praktijk Yonah Talent. ‘Als een kind uitdaging heeft, in de klas geaccepteerd wordt, er ruimte is om anders te zijn, vallen kinderen minder snel uit.’ Leven
Simon Anemaet is talentbegeleider, coördinator hoogbegaafdheid en docent op het Johannes Fontanus College in Barneveld en heeft zijn eigen praktijk Yonah Talent. ‘Als een kind uitdaging heeft, in de klas geaccepteerd wordt, er ruimte is om anders te zijn, vallen kinderen minder snel uit.’ | beeld Carel Schutte
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Hoogbegaafdheid is niet altijd hetzelfde als autisme, waarschuwt Simon Anemaet. Hoogbegaafdheid wordt soms verward met autisme. Aan de oppervlakte kunnen eigenschappen op elkaar lijken. Dat merkt Simon Anemaet bij de begeleiding van hoogbegaafde kinderen. Hij waarschuwt voor de consequenties als er verkeerd wordt gediagnosticeerd.

‘Als je kind als autistisch wordt gediagnosticeerd en het blijkt hoogbegaafd te zijn, is dat heel heftig’, zegt Anemaet uit ervaring. Met zijn adviesbureau Yonah Talent in Groenlo en Barneveld begeleidt hij onder meer hoogbegaafde kinderen en jongeren.

‘Bepaalde eigenschappen van hoogbegaafdheid en autisme lijken op elkaar. Een kenmerk van een hoogbegaafd kind is bijvoorbeeld het zien van de details. Ze hebben een scherp observatievermogen en focussen op kleine dingen. Dat kan verwarrend zijn, omdat het bij autisme ook zo is.’

Ook een aparte vorm van humor, is volgens hem een eigenschap die zowel hoogbegaafde kinderen als kinderen met het syndroom van Asperger hebben. ‘Maar ook structuur’, vervolgt Anemaet. ‘Hoogbegaafde kinderen zijn perfectionistisch en willen niet falen. Ze willen goed weten waar ze aan toe zijn, zodat ze voor het beste kunnen gaan. Ook kinderen met autisme varen wel bij structuur en kaders. Bij autisme zijn dat handvatten. Maar een hoogbegaafdheid kind wil heel precies weten wat er van hem gevraagd wordt, omdat hij een vraag vanuit zijn creërend denkvermogen op 1001 verschillende manieren kan beantwoorden.’

observaties

Omdat de eigenschappen verward worden met elkaar en de signalering vaak start in de klas door een leerkracht die niet bekwaam is op dit gebied, komt het volgens Anemaet nog weleens voor dat ouders op het verkeerde been worden gezet. ‘Het begint vaak bij observaties op school, waarbij gedacht wordt aan autistisch gedrag. Soms zijn het ook anderen in de nabije omgeving die het zien: een voetbaltrainer, een gymleerkracht. De ouder denkt dan: het wordt een paar keer gezegd, goed om dát te onderzoeken.’

Het kijken in een bepaalde richting werkt volgens Anemaet zelfs door bij psychologen. ‘Vaak heeft een psycholoog een bepaalde expertise. Als er veel expertise is op het vlak van autisme, moet je voorzichtig zijn dat je afgaat op kenmerken die ogenschijnlijk lijken op autisme, terwijl er iets anders onder zit.’

Dat brengt volgens hem grote risico’s met zich mee. ‘Het betekent nogal wat voor een kind als de diagnose niet klopt. Het kind kan zich scheef gaan ontwikkelen, wat kan leiden tot een identiteitscrisis. Daarom is het belangrijk dat psychologen heel nauwgezet werken om verschillen te zien en erdoorheen te prikken. Natuurlijk is er het mistige gebied waarin hoogbegaafde kinderen ook autistisch kunnen zijn. Dit komt echter weinig voor, omdat typische hoogbegaafdheid niet samengaat met typisch autisme. Zo is het gevoelsleven van beiden in principe compleet verschillend.’

Volgens Anemaet zijn er bij hoogbegaafdheid drie duidelijke kenmerken. ‘Hoge intelligentie, intrinsieke motivatie oftewel ontdekkingsdrang en creërend denkvermogen: out of the box denken en snel verbanden leggen. Vaak zie je al iets aan het kind in de kleuterklas. Hoogbegaafde kinderen hebben leerhonger en interesses die anders zijn dan die van andere kinderen. Ze leren zichzelf bijvoorbeeld lezen, hebben gesprekken met oudere kinderen. Ze snakken naar meer uitdaging en hebben unieke talenten. Het schoolsysteem is hier niet op aangepast. Als daar zo jong al geen gehoor aan wordt gegeven, gaat het kind onder zijn niveau presteren en groeit het niet meer. Het kind wordt erg ongelukkig.’

In zijn begeleidingswerk staat dit welzijn centraal. ‘Er is een wisselwerking tussen school, ouders en klasgenoten. Dat heeft ontzettend veel invloed of een kind lekker in zijn vel zit. Als een kind uitdaging heeft, in de klas geaccepteerd wordt, er ruimte is om anders te zijn en er thuis goed op ingespeeld wordt, vallen kinderen minder snel uit. Nu is er vaak een blinde vlek: er wordt alleen ingespeeld op de uitdagingsbehoefte, maar het versterken van vaardigheden en het welbevinden ontbreekt. Ik kijk hier wel naar: voelt een kind zich gekend, voelt het zich veilig en mag het zijn wie het is. Ook kijk ik naar de vaardigheden die het nodig heeft om te kunnen groeien.’

In deze benadering speelt zijn christen-zijn een belangrijke rol. ‘Ouders hebben de verantwoordelijke taak van God gekregen om hun kinderen op te voeden. Als dat niet goed lukt, is het fijn als iemand mee kan kijken die hen en hun kind begrijpt. Ik geef ouders mee nooit te wanhopen. Sommige situaties zijn schrijnend: als kinderen lange tijd niet begrepen worden, zich niet thuis voelen in hun omgeving, er geen acceptatie is en ze sociaal gezien worden als onhandig, is dat een moeilijk leven. Vanuit mijn christen-zijn wil ik ze in hun kracht zetten.’

onderpresteren

Hij noemt een voorbeeld. ‘Ik begeleid een jongen uit mavo 4, die een aantal scholen versleten heeft tijdens de basisschoolperiode. Een wisseling van school is nooit goed: het kind heeft zich onveilig gevoeld. Hij kwam in de brugklas havo/vwo. Hij presteerde onder zijn niveau, had nooit geleerd om te leren. Het onderpresteren werd niet gezien, het kind zat niet lekker in zijn vel, had motivatieproblemen, werd niet begrepen, had thuis problemen. Als je school als een gevangenis ziet, is het vrijwel onmogelijk om jezelf daar te ontwikkelen. Als je te laat bent krijg je thuiszitters, drop-outs. Ik wil hem op het rechte pad brengen. Iets voor hem betekenen. Zo’n jongen moet je niet naar havo of vwo jagen en de schooltijd verlengen. Ik heb hem gevraagd: waar liggen jouw kracht en interesses? Dat mag ook een opstap zijn om mbo te doen. En misschien is hij na die fase rijp voor hbo. Dan komt hij via een andere weg toch bij zijn bestemming. Als kinderen klaar zijn met school, is het belangrijk dat ze weten wie ze zijn, wat ze aankunnen en dat ze lekker in hun vel zitten. Daarom is het belangrijk om op het niveau van welbevinden te ontdekken wat er aan de hand is. Anders worden ze depressief of erger.’

de ervaring van Peter en Kim

Anemaet begeleidt twee kinderen van een gezin uit Barneveld. Omdat het gezin anoniem wil blijven, zijn de namen gefingeerd. Anemaet: ‘Bij deze kinderen dacht de school aan autistische kenmerken. Het is een voorbeeld van de omgeving die iets ziet en aangeeft: het zou autisme kunnen zijn. Dat is gevaarlijk voor de weg erna.’

De moeder van Peter (11) en Kim (12) merkte dat haar kinderen niet lekker in hun vel zaten. ‘Bij Kim kwam het in groep 5 aan het licht. Ze was bijdehand, slim en werd door niemand begrepen. Ze is in alles goed, maar oogde emotioneel jonger dan haar klasgenootjes. De school zei dat ze autistisch was. Dat kwam als een donderslag bij heldere hemel. Ik had daar een heel ander beeld bij. De school wilde testen op wat zij dachten te zien in het kind. Maar autisme hoeft het niet te zijn, dachten wij. We zijn zelf hulp gaan zoeken. Uit een test bleek dat ze hoogbegaafd was.’

Kim wordt inmiddels twee jaar begeleid door Anemaet. ‘Ze zit nu in 2 gymnasium. Simon leert ons hoe we het beste met haar om kunnen gaan. Zo leg ik weinig druk, maar leg de consequenties uit. Als Kim haar kamer op moet ruimen, zeg ik niet: “Ik wil dat je je kamer opruimt”, maar: “Als je je kamer opruimt en het netjes is, kun je meer informatie opnemen en beter ordenen.”

Peter krijgt sinds een jaar begeleiding. ‘Hij is heel verlegen, gevoelig, perfectionistisch en zet zichzelf altijd op de tweede plek. Simon begeleidt hem om zichzelf te leren waarderen.’ Ze ziet in beide kinderen progressie. ‘Nu ze zich begrepen voelen, zie je ze groeien.’

Kim vertelt dat ze weinig aansluiting had met andere kinderen en dat ze zich niet begrepen voelde. ‘Soms was het heel raar. Dan dacht ik: dit is toch helemaal niet moeilijk, terwijl anderen er niets van begrepen. Ik haalde hogere cijfers en heb een klas overgeslagen. Ik hoefde nooit ergens lang aan te werken. Dat vond ik wel best. Nu denk ik: jammer, iets hoger had wel gekund. Als ik iets doe, moet het zo perfect mogelijk.’

De overgang naar de middelbare school was een nieuwe start. ‘Ik voel me meer thuis, heb het naar mijn zin in de klas. In de brugklas is alles nieuw: sociaal, maar ook met huiswerk. Simon heeft me geholpen hoe ik huiswerk moet inplannen en ermee om moet gaan. Dat heb ik nooit nodig gehad. Het gaat nu een stuk beter met me. Ik heb meer overzicht en weet waar ik aan toe ben.’

Ook Peter zit beter in zijn vel. ‘Simon helpt me met wat ik moeilijk vind. Vooral met mijn verlegenheid. Dat gaat nu beter. Ik durf eerder iets te zeggen tegen iemand. Ik voel me meer op mijn gemak.’

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?