Zeven vragen aan: De betekenis van een kleine kerk in de grote stad

Geloof
beeld pa
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Hoe ben je kerk in een grote stad met alle krimp en vergrijzing? Via het Beraad Grote Steden delen protestantse kerken in 19 steden hun ervaring en kennis. Op hun voorjaarsconferentie vrijdag, in Amersfoort, gaan ze met elkaar in gesprek over de vraag wat de kerk kan leren van pioniersplekken. Diaconaal dominee Derk Stegeman is voorzitter van het beraad.

1 In welke grote stad woont u zelf?

‘In Den Haag. Eerder heb ik in Rotterdam en Amsterdam gewoond. Ik woon al dertig jaar in een van de drie grote steden.’

2 Wat doet het Beraad Grote Steden?

‘Het is ruim vijfentwintig jaar geleden begonnen als een hervormd beraad van kerken in de vier grote steden om invloed uit te oefenen op de synode van de Nederlandse Hervormde Kerk, bij vragen, problemen en financiële kwesties die bij hen speelden en niet in de kleinere steden en dorpen. Het beraad heeft zich meer en meer ontwikkeld tot een plek waar kennis wordt gedeeld. Omdat de institutionele positie van de kerk afbrokkelt en de Protestantse Kerk noodgedwongen keuzes maakt in haar dienstverlening, is het voor ons moeilijker het uitwisselen van kennis op gang te houden.’

3 Is de situatie van de kerken in uw woonplaats Den Haag vergelijkbaar met die in alle grote steden?

‘In alle steden kampen kerken met een grote teruggang in leden, al kan het best dat de secularisatie in Den Haag sneller gaat: daar heeft meer dan vijftig procent een migratieachtergrond. De situatie bij ons is kritisch: als bij de kerkrentmeesters geen bijzondere baten binnenkomen, is het vermogen over vijftien tot twintig jaar op. We lijden een verlies van ruim 600.000 euro per jaar, wat wordt goedgemaakt met bijzondere baten, zoals legaten en inkomsten uit de verkoop van gebouwen. Als je naar de leeftijdsopbouw kijkt, is de situatie eindig. De vraag hoe de kerk er over vijftien jaar uitziet, is zeer urgent. Tegen de landelijke kerk zeggen we: mooi, die visienota ‘Kerk2025’, maar misschien hebben we in 2025 geen kerk meer.’

4 Als ze er nog is, hoe ziet die kerk in de grote stad er over tien jaar dan uit?

‘Kernvragen voor ons zijn: wat is de impact die je in de stad kunt ontwikkelen, ook als je klein bent? Hoe werk je, als je klein bent, samen met andere partijen? Ik denk dat de kerk ook impact kan hebben buiten haar grenzen en leden om. In het dagelijks leven werk ik als diaconaal predikant bij Stek, een stichting voor kerk en stad in Den Haag, en ben ik directeur van het Straatpastoraat. Er werken bijna duizend vrijwilligers, van wie naar schatting meer dan de helft niet kerkelijk betrokken is. Maar ze weten allemaal dat Stek een kerkelijke organisatie is en waar ze voor staat. Ik denk dat we als kerk te weinig aandacht hebben besteed aan de vraag of de ziel van een mens niet ook gewonnen is als hij weer rechtop kan lopen, als hij gezien en geholpen is. Als we met de ogen van God kijken, is niet het eerste dat we proberen te zien of iemand lidmaat van een kerk is.’

5 Waarom zou een kerk als ze krimpt en vergrijst, nog impact in de stad willen hebben?

‘Zolang we avondmaal vieren, moeten we nadenken wat de bevrijding, uittocht en opstanding is. Wat dit voor ons concreet kan en moet betekenen. Zelfs onze meest intieme sacramenten hebben een maatschappelijke boodschap en vragen van ons daaraan gehoor te geven en een maatschappelijke inzet te ontwikkelen. Zelfs als we ons zouden beperken tot gebed, mogen we ons geroepen voelen om te bidden voor de wereld. En bidden voor de wereld is niet alleen met de mond, dat doe je ook met je handen. Ik kan me niet voorstellen dat het anders kan.’

6 Op de voorjaarsconferentie spreken jullie over ‘Vernieuwing of Vervreemding’. Welk dilemma gaat daarachter schuil?

‘In al onze steden wordt kerkelijk gepionierd. We maken dat mogelijk en zijn nieuwsgierig wat dat op ons pad brengt en op welk pad ons dat brengt. Daar is vanuit de Protestantse Kerk nu een notitie over geschreven, ‘Tussen wildgroei en vernieuwing’, maar die roept bij ons vervreemding op. Ons wordt een spiegel voorgehouden waarvan we ons afvragen of het wel de juiste spiegel is. Het is niet zo helder wat er in die spiegel wordt weerspiegeld. Bij die notitie denk ik: als dit de vragen zijn die pioniersplekken stellen aan de kerk waaruit ze zijn voortgekomen, is het ofwel heel erg droevig gesteld met de kerk ofwel zijn het geen goede vragen … Vandaar het woord “vervreemding” in de titel van de conferentie.’

7 Hebt u ook een woord voor de dorpskerken?

‘Met alle bescheidenheid zeg ik: zorg dat je de kerk van het hele dorp blijft. Dat is enorm kostbaar. Zorg dat niet alleen de kerkmensen, maar alle mensen gelegenheden vinden om af en toe in die kerk te komen.’

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?