Willem Aantjes: Van angstgeloof naar vertrouwensgeloof

Geloof
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Wat is uw houvast in leven en sterven? Dat is de kern van de eerste vraag uit de Heidelbergse Catechismus. In deze serie geven bekende Nederlanders – christenen en niet-christenen – antwoord op deze vraag die zicht geeft op het perspectief in hun leven. Vandaag: Willem Aantjes (92), oud-fractievoorzitter ARP/CDA in de Tweede Kamer.

‘Elke dag begin ik met de puzzel uit Trouw, daarna die uit de Volkskrant. Daarna lees ik de krant. Daar doe ik lang over. Mijn ene oog is blind en het andere wil ook niet zo best meer. Maar ik ben blij dat het nog gaat. Ik heb geleerd mijn zegeningen te tellen, daartoe vermaand door mijn zoon. Een jaar of tien geleden hoorde hij mij praten over dingen die ik jammer vond en zei: “Pa, als je zo oud geworden bent, moet je wel geleerd hebben je zegeningen te tellen.” Dat heb ik in praktijk gebracht.

Politiek is mijn passie. Ik heb er nare dingen in beleefd, maar ook hele mooie. Dat is niet weg. Mijn hele denken cirkelt nog rond de politiek. Mijn vrouw Ineke heeft me aangespoord te gaan twitteren. Eerst vond ik het niets. Ik wil dingen uitleggen en verantwoorden. Dat gaat niet in 144 tekens, dacht ik. Maar als je goed oefent, lukt het wel. Dus nu twitter ik over politiek. Het houdt me op de been om zo geïnteresseerd te blijven. En als de voorzitter van het CDJA dan nog eens een ochtendje langskomt, is het dat ook wel waard.Als jongen uit Bleskensgraaf ben ik groot geworden met de Drie Formulieren van Eenheid. Die speelden in het kerkelijk milieu een grote rol. In toenemende mate is mij dat een ergernis geworden. Ik vind dat die geschriften de toegang tot het evangelie bemoeilijkt hebben. Al die dogma’s staan het vertrouwen in de weg.

Alblasserwaard

Toch houd ik nog van de Alblasserwaard, en de mensen daar houden ook nog van mij. De CDA-afdeling daar wil altijd nog dat ik naar hun jaarlijkse bijeenkomst kom, al weten ze best dat ik vrijzinnig geworden ben. Hoewel, echt vrijzinnig ben ik niet. Eerder orthodox zonder dogma’s. Op zondag gaan wij nu naar de Remonstrantse Kerk. Het is niet helemaal mijn theologische stroming. Ik ben lid van de PKN en voelde me goed thuis bij wat midden-orthodox heette. Maar Ineke is verknocht aan de remonstranten. Ik neem altijd wel iets mee uit de dienst, al is het maar een lied of een mooi gebed.’

‘Ik ben niet rancuneus over mijn afkomst, want ik heb er veel aan te danken. Toen ik fractievoorzitter van het CDA was, heb ik geprobeerd die partij in christelijk-sociale richting te krijgen. Dat was gevoed door mijn Alblasserwaardse achtergrond. De Gereformeerde Bond was daar anders dan op de Veluwe. Dat kwam door de dreiging van het water, denk ik. Je moest altijd voor elkaar klaarstaan. Er woonden in Bleskensgraaf boeren die uit principe niet verzekerd waren en vonden dat je geen bliksemafleider mocht hebben. Maar als er een onweersbui tussen de rivieren hing, trok die niet snel weg. Je kon er donder op zeggen dat zo’n boerderij dan getroffen werd. Je zou kunnen zeggen: “Dat heb je er nu van.” Maar nee, iedereen stond klaar. Ook die boer moest geholpen worden. Die houding zit er bij mij diep in.

De centrale vraag in mijn opvoeding was: hoe kom ik in de hemel? In Johannes 3 stelt Nicodemus precies dezelfde vraag, namelijk hoe hij in de hemel komt. Jezus antwoordt dat hij tot de aarde moet afdalen. Zo staat het er letterlijk: niemand kan tot de hemel opklimmen als hij niet eerst tot de aarde is afgedaald. Het lijkt Kuitert wel. Nou, daar heb ik Kuitert niet voor nodig, het staat in Johannes 3. En in vers 16 gaat het over God die de wereld liefhad. Het gaat om de wereld. Ik word vaak geassocieerd met Matteüs 25, vanwege de ten onrechte zo genoemde ‘Bergrede’ van mij. In dat hoofdstuk gaat het alleen maar over aardse dingen, over de mensen om ons heen. Dat is de kern van het evangelie.’

‘De Bijbelkennis die ik meekreeg, heeft me een geweldig houvast geboden in mijn politieke denken. Alle gezagsdragers zouden het verhaal uit 1 Samuël 15 moeten lezen. Daar staat dat koning Saul alles deed wat de Heer hem bevolen had, maar ook een gedenkteken voor zichzelf oprichtte. En op dat moment zegt God tegen Samuël: “Het volk heeft een nieuwe koning nodig.” Dat is het einde van het gezag. Het volk is er niet voor de gezagsdragers, maar zij zijn er voor het volk. In het evangelie zie je hetzelfde. De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen. Prachtig, zo inspirerend!

Twee dingen hebben me geholpen toen ik na valse aantijgingen de politiek moest verlaten. Allereerst wist ik zelf precies hoe het zat. Dat heb ik me niet laten afnemen door Lou de Jong en anderen die mij kwijt wilden. Daarnaast is het bijzonder hoeveel mensen me trouw gebleven zijn. Van sommigen had ik leedvermaak kunnen begrijpen, maar zij hadden het niet. Mijn ervaring is dat je op kwetsbare momenten niet bang hoeft te zijn voor degenen die je iets te verwijten hebben, maar voor degenen die iets aan je te danken hebben. Die willen er niet aan herinnerd worden, dat ze niet alles zelf bereikt hebben. Ik noem geen namen, al zie ik hun gezichten zo voor me. Maar het is bevrijdend niet langer te letten op de mensen die tegengevallen zijn. Tegen iedereen zou ik willen zeggen: let op de mensen die meevallen! Dat maakt het leven veel aangenamer.

vertrouwensgeloof

Het angstgeloof uit mijn jeugd heb ik ingeruild voor een vertrouwensgeloof, al raak je die angst nooit helemaal kwijt. Ik geloof dat er na dit leven een moment is dat ik me verantwoorden moet. Mijn hoop is dat iemand dan milder over mij oordeelt, dan dat ik zelf weet dat ik verdien. Ik kan me geen voorstelling maken van die persoon, maar vertrouw er wel op. Dat geeft rust.

De Bijbel begint met een vraag: Adam, waar ben je? Ik denk dat dat ook de laatste vraag zal zijn: waar stond je? De vraag zal niet zijn hoeveel je verdiend hebt, maar hoe goed je gediend hebt.’

 

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief