Wie God is, ervaren we niet door druk te doen, maar door stil te zijn

De Britse theoloog en voorganger Sam Wells: ‘Vertrouwen wij God wel genoeg?’ Geloof
De Britse theoloog en voorganger Sam Wells: ‘Vertrouwen wij God wel genoeg?’ | beeld duke chapel
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Zijn preken behoren volgens sommige Amerikaanse bloggers tot ‘de beste preken ooit’. Zijn kerk heeft 135 mensen in dienst. Sam Wells, dominee van de Londense kerk St. Martin in the Fields: ‘Wij willen kerken leren financieel zelfvoorzienend te zijn.’

Groningen

Sam Wells (1965) is voorganger van de kerk van St. Martin in the Fields aan Trafalgar Square in hartje Londen. Hij wordt ‘de nieuwe Tom Wright’ genoemd, en volgens sommige Amerikaanse bloggers behoren zijn preken tot ‘de beste ooit’. Centrale vraag voor de retorisch begaafde en erudiete theoloog, die ook verschillende boeken schreef, is hoe je christen kunt zijn in een seculiere tijd. Zijn Londense kerk kent niet alleen erediensten, maar organiseert ook talloze concerten en evenementen, en heeft zelfs een eigen eetcafé. De kerk heeft 135 mensen in dienst, deels (ex-)daklozen. Wells was, voordat hij opnieuw predikant werd, onderzoekshoogleraar christelijke ethiek aan het Amerikaanse Duke University. Maandag en dinsdag organiseerden de Confessionele Vereniging binnen de Protestantse Kerk en de Rijksuniversiteit Groningen een conferentie over hem, waarbij Wells zelf aanwezig was.

U bent een paar dagen in Nederland. Wat valt u op?

‘Behalve dat het weer bij jullie zo goed is? Jullie zijn zo wijs om binnen de Europese Unie te blijven. De Brexit wordt een tragedie.’

Zegt u dat als theoloog?

‘Ja, ook als theoloog. De EU is nooit een perfecte organisatie geweest. Ik vind ook niet dat je over Europa moet praten als een teken van God. Ik zie in maar één geografisch gebied een teken van God, en dat is het Heilige Land.

Bij termen als ‘het christelijke Europa’ word ik altijd een beetje nerveus. ‘Christelijk’ is geen bijvoeglijk naamwoord dat je zomaar kunt gebruiken, ‘christelijk’ is allereerst een Man. De Zoon van God. Aan de andere kant zouden christenen, als onderdeel van een wereldwijde beweging, het belang van landsgrenzen wat meer mogen relativeren. En oog hebben voor de buitenwereld.’

U staat bekend vanwege uw aansprekende preken. Wat is het geheim van een goede preek?

‘Een preek moet tegelijk hoofd, hart, hoofd en gut – de onderbuik – aanspreken. Zelf probeer ik altijd iets nieuws te vertellen. Ik ben een prediker die wil ontdekken, niet een voorganger die de gemeente vooral herinnert aan wat ze al weet.

Het evangelie is het goede nieuws – dat laatste lijken we in de kerk wel eens vergeten. Ik preek graag uit het Oude Testament; je kunt ook op een nieuwe manier naar een gelijkenis van Jezus kijken, maar dat is wel lastiger.’

Uw preken zitten vol verwijzingen naar films, boeken, gedichten. Waar haalt u die vandaan?

‘Ik neem daar expres een heleboel tijd voor. Als iets in een Bijbelgedeelte mij aanspreekt, heb ik dat vaak al wel eens eerder gedacht, of gevoeld. Bij het lezen van een boek, bij het kijken naar een film, bij een ontmoeting. Dat zit allemaal ergens in je hoofd. De beste denkers en sprekers zijn degenen die woorden geven aan een gevoel dat je eerder al had. Dus ga ik stil zitten en nadenken, verbindingen zoeken. Ik hoor voorgangers zeggen: dat vind ik nou zo moeilijk. Maar die stoppen meestal door hun eigen onzekerheid te snel met stilzitten.’

In uw boek The Nazareth Manifesto (2016) schrijft u dat christenen minder moeten doen, en vaker gewoon er zouden moeten zijn. Waarom?

‘Daarvoor beroep ik mij op Jezus: één week, zou je kunnen zeggen, werkte hij voor ons; drie jaar werkte hij mét ons. Maar de dertig jaar daarvoor wás hij er gewoon. In Nazareth, onder ons. Denk ook aan het verhaal van Martha en Maria (Lukas 10). Voor Martha is Jezus alleen niet genoeg is. Ze wil naast Jezus nog vijftien dingen doen. Maar zo kijkt God ook niet naar ons – alsof Hij naast Zijn aandacht voor ons ook nog allerlei andere dingen moet doen. Door alleen maar te zitten aan de voeten van Jezus, laat Maria óók zien wie God is. Als wij in de kerk vooral ‘doen’ en niet zo veel ‘er zijn’, vertrouwen wij God dan wel genoeg?’

Hoe doe je dat concreet: ‘er zijn’?

‘Wij doen graag dingen. Hoe moeilijker de situatie, hoe meer we dingen gaan dóén. Bijvoorbeeld bij iemand die stervende is. Gruwelijk druk kunnen we zijn met het klaarmaken van medicijnen in de keuken, of met het slepen met handdoeken. Maar kun je niet beter bij het bed zitten, de hand van de patiënt vasthouden en stil zijn? Zo ook in de kerk. Daar proberen we te ervaren wie God is. Dat ontdek je niet door druk te doen, maar door, zoals Maria, stil te zijn. Ik hoop ook dat mensen over de kerk zeggen: overal maken ze gebruik van me, maar in de kerk mag ik er gewoon zijn. En mensen met een beperking worden, als het goed is, in de kerk werkelijk als mens gezien, en niet als een vat vol behoeften waarmee een professional iets moet.’

Tot 2012 was u hoogleraar, nu weer ‘gewoon’ voorganger. Vanwaar die overstap?

‘Noem het een diep gevoel van roeping. Ik houd van de universiteit, ik paste daar perfect. Maar ik zie de vernieuwing van de kerk als mijn roeping, en dan moet je niet aan de universiteit zijn. St. Martin in the Fields, in hartje Londen, kun je nauwelijks een ‘gewone’ gemeente noemen, als je kijkt naar de veelkleurige gemeenschap en het grote aantal activiteiten. Veel gemeenten bestaan bij de gratie van enkele weldoeners die royale giften schenken. Een wankele basis. Onze kerk heeft een solide financieel model ontwikkeld, met giften, maar vooral een groeiende stroom inkomsten uit commerciële activiteiten. Wij zien het als taak andere kerken te leren hoe je financieel zelfvoorzienend kunt zijn.’

Een dorpskerkje kan toch nooit tippen aan wat St. Martin in the Fields in hartje Londen allemaal doet?

‘Misschien niet. St. Martin in the Fields trekt een kleine miljoen bezoekers per jaar. Maar neem het voorbeeld van Zwitserland: toen dat land honderd jaar geleden ontdekte dat het geen natuurlijke hulpbronnen had, ging het investeren in het bankwezen en in horloges – en nu is het een van de rijkste landen ter wereld. Er is financieel veel meer mogelijk dan men in veel plaatselijke kerken denkt. Je kunt om de paar jaar die aanzienlijke gift ophalen bij die rijke ondernemer in de gemeente (in het geval van Engelse dorpskerkjes bezitten ze vaak dat grote landhuis net buiten het dorp), je kunt de desbetreffende weldoener ook vragen een halfjaar een professionele projectmanager te betalen die uitzoekt hoe je diverse inkomstenbronnen kunt aanboren om jouw kerk meer toekomstbestendig te maken.’ <

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief