Wat voorgangers van een megakerk beweegt

De calvinist Mark Driscoll (1970) leidt een paasdienst van de Mars Hill Church (april 2011), de kerk die hij (in 1996) heeft opgericht. Geloof
De calvinist Mark Driscoll (1970) leidt een paasdienst van de Mars Hill Church (april 2011), de kerk die hij (in 1996) heeft opgericht.
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Duizenden mannen kreeg Mark Driscoll naar zijn kerk. Toen viel hij. Wat beweegt voorgangers van gemeenten met vijfduizend of meer bezoekers?

Mark Driscoll kan iets wat weinig voorgangers lukt: hij weet grote aantallen jonge mannen aan te spreken. Zijn kerk, Mars Hill in de Amerikaanse stad Seattle, zat er tot een jaar geleden vol mee. Ook met vrouwen (een gemiddelde kerkdienst trok veertienduizend bezoekers), maar die zijn in meer kerken goed vertegenwoordigd. Het geheim van Driscoll is zijn directe taal. Hij maakt stevige grappen, vooral over mannen die onder de plak zitten bij hun vrouw. En het gaat heel vaak over seks. ‘God wil dat je een echte vent bent.’ Theologisch geldt Driscoll als een calvinist met een stevige uitverkiezingsleer.

Vorig jaar zomer ging het mis. Driscoll was al langer onderwerp van discussie. Zo noemde hij huisvaders ‘erger dan ongelovigen’ en riep hij – tot afschuw van veel Amerikaanse evangelicals – in een preek vrouwen op aan orale seks te doen, om hun mannen daarmee te ‘dienen’.

Begin 2014 werd duidelijk dat Driscoll geld van zijn kerk had gebruikt om zesduizend exemplaren van zijn boek Real Marriage (2012) te kopen en daarmee hoger op de bestsellerlijsten te komen. Ook kwamen er beschuldigingen van plagiaat: Driscoll zou complete hoofdstukken uit andere boeken hebben overgeschreven. Oudsten van Mars Hill kwamen bovendien met verhalen over hoe lomp en autoritair Driscoll kon opereren. Toen bleek dat hij, jaren eerder, op een internetforum zich onder een pseudoniem zeer laatdunkend had uitgelaten over vrouwen, was de maat vol. De leiding van het netwerk van kerken Acts 29, waartoe Mars Hill behoorde en dat Driscoll had helpen oprichten, drong aan op zijn aftreden. Op 14 oktober 2014 vertrok hij bij de megakerk die hij eigenhandig vanaf de grond had opgebouwd.

Voor Nederlandse gelovigen is het een vreemde wereld. Hoe kunnen dominees tienduizenden mensen aan zich binden en de status van popsterren krijgen? Hoe wordt een man – eigenlijk zijn het altijd mannen – een succesvolle megakerkleider? Klopt het dat veel van zulke voorgangers vroeg of laat ten val komen? En is er dan nog bekering mogelijk, een weg terug naar de top?

1. Hoe begin je een megakerk?

‘Je moet wel een bepaald soort persoonlijkheid hebben, om leider van een megakerk te worden’, denkt Henk Medema. De gepensioneerde uitgever is bezig met een proefschrift dat onder meer gaat over leiderschapsmodellen in missionair ingestelde gemeenten. Medema vindt ‘mega pastors’ meer lijken op mannen die zich kandidaat stellen voor het Amerikaanse presidentschap of een Senaatzetel dan op ‘gewone’ dominees. ‘Je moet heel veel power hebben.’

Een megakerk begin je ook niet, jouw kerk kan zich zo ontwikkelen door de aantrekkingskracht van de voorganger. Wat leiders van megakerken gemeen hebben, is een charismatische persoonlijkheid gecombineerd met zakelijk instinct. ‘Het is geen toeval dat veel megapastors een carrière in het bedrijfsleven achter zich hebben’, zegt Miranda Klaver, religieonderzoeker aan de Vrije Universiteit. ‘Je moet kunnen ondernemen, netwerken en organiseren.’

Waarin een megakerk van een gewone gemeente verschilt, is niet zozeer het aantal bezoekers op zondag. Het kerkgebouw van Lakewood Church van Joel Osteen in het Texaanse Houston mag zestienduizend zitplaatsen tellen, nog veel belangrijker zijn de televisiekanalen, de boeken en de volgers op sociale media. ‘Megakerkleiders profileren zich sterk op Facebook en andere sociale media. Ze communiceren via tal van kanalen. Dat is het verschil met de televisiedominees van vroeger.’ In een beetje megakerk gaan miljoenen dollars om.

Wat helpt bij het succes, is een persoonlijk verhaal, liefst van een roeping of een bekering, dat je telkens opnieuw kunt gebruiken om de kern van jouw boodschap uit te leggen.

Theo Zijderveld is communicatieadviseur en doet onderzoek naar de manier waarop voorgangers van zichzelf een ‘merk’ proberen te maken. ‘Soms krijgen die verhalen bijna mythische proporties. Ze helpen om van de voorganger een voorbeeldfiguur te maken.’

Zo benadrukt Joel Osteen sterk zijn eigen persoonlijke succes, om te laten zien hoezeer God zegent wie gelooft. En Mark Driscoll toont zich in alles de gewone Amerikaanse jongen, die ‘toevallig’ van God de roeping heeft gekregen om het evangelie te verkondigen.

2. Dan kom je ten val

Dan heb je alles – een megakerk vol mensen, geld dat met bakken binnenstroomt – en komt vervolgens de verleiding: het vrouwelijke gemeentelid, die volle kas terwijl je in geldnood zit, het succes dat je naar het hoofd stijgt. Mark Driscoll viel. Hij was de enige niet. In juni nog trad de bekende prediker (en kleinzoon van Billy Graham) Tullian Tchividjian terug, toen zijn buitenechtelijke relatie bekend werd. De bekendste megapastor die ten val kwam, is wellicht Ted Haggard, die in 2006 terugtrad toen bekend werd dat hij betaalde homoseks had.

Uit psychologisch onderzoek blijkt dat succesvolle mannen zich roekelozer gedragen, en meer uit zijn op seks, dan hun gemiddelde seksegenoten. ‘Seksuele overperceptie’ noemen psychologen dat. Toch relativeert Klaver dat effect. ‘Ik denk niet dat megapastors relatief vaker dan andere voorgangers ten val komen. Het lijkt zo, omdat het sterker onze aandacht trekt. Juist als je je stevig profileert via sociale media, maakt dat je kwetsbaar.’ Fans en critici praten terug, ze reageren en ze praten verder. Misstappen worden in het internettijdperk nauwelijks nog vergeten.

Het is niet alleen het karakter van de ‘mega pastor’, of de grotere aandacht, het probleem zit ook in de manier waarop veel Amerikaanse megakerken georganiseerd zijn, stelt Medema. ‘Die kerken zéggen wel dat ze voor controle en machtsevenwicht zorgen – met een raad van oudsten en zo – maar dat systeem is helemaal niet opgewassen tegen die sterke man, die de hele kerk zelf heeft opgebouwd en voor wie de mensen komen.’

J.D. Greear (‘Pastor J.D.’), voorganger van The Summit Church, een megakerk in Noord-Carolina met 8500 zitplaatsen, schreef een paar jaar geleden op zijn website, toen een aantal megapastors tegelijk in opspraak raakte (allemaal om overspel): ‘Heeft een bedrijf als IBM dan een niet-professionele raad van bestuur om alle beslissingen goed te keuren? Leken-ouderlingen kunnen niet werkelijk de voorganger op het rechte pad houden (als ze al genoeg kennis of moed hebben om dat te doen). Het gezegde gaat dat ‘schapen niet geacht worden de herder te hoeden’.’ In gemeenten die bij een kerkverband horen of die een lange geschiedenis hebben, zijn dit soort risico’s een stuk kleiner, weet Zijderveld. ‘Daar is de predikant gewoonweg minder belangrijk. Het gemeenteleven hangt minder van hem af. Als hij weggaat – bijvoorbeeld omdat hij weg móét – stort de gemeente niet direct in elkaar.’

Dat was in Mars Hill wel het geval. In het najaar na het vertrek van Driscoll was het aantal bezoekers in de hoofdvestiging al teruggelopen van veertienduizend naar zesduizend. Sinds begin dit jaar zijn er geen diensten meer. Sommige nevenvestigingen zijn voor zichzelf begonnen.

Anthony Bradley, theoloog en hoogleraar aan het prestigieuze King’s College, twitterde na de val van Driscoll en de neergang van Mars Hill: ‘Als je nu nóg denkt dat denominaties niets waard zijn ...’ Traditionele kerkverbanden mogen een stijf imago hebben, ze kunnen heel wat schade voorkomen.

3. Keer je ooit terug?

Bestaat de kans dat Mark Driscoll ooit weer op het podium van een megakerk zal staan? ‘Jazeker’, zegt Miranda Klaver. Behoren berouw, bekering en opnieuw kunnen beginnen niet juist tot de belangrijkste thema’s van het Amerikaanse evangelicalisme? Amerikanen houden van een goed bekeringsverhaal, weet ook Theo Zijderveld.

Driscoll heeft bovendien geen onoverkomelijke fouten begaan, stelt Klaver. Al kan een voorganger zelfs na overspel soms opnieuw beginnen (zeker als zijn vrouw hem vergeeft; bij homoseksuele contacten zijn Amerikanen vaak minder vergevingsgezind).

Een signaal voor zijn aanstaande terugkeer is de gelegenheid die Driscoll 29 juni kreeg om via een opgenomen video de ruim twintigduizend aanwezigen van de Hillsong-conferentie toe te spreken (Driscoll heeft sinds zijn vertrek al zeker op nog drie conferenties gesproken). Naar de conferentie zelf mocht Driscoll niet komen. Dat lag te gevoelig. Collega-megakerkleider Brian Houston interviewde hem en zijn vrouw Grace.

Driscoll had spijt, vertelde hij, van zijn dominante gedrag. ‘Ik hoop dat ik in de toekomst een voorganger kan zijn die mensen meeneemt en niet vooruit duwt.’

Het lijkt deel uit te maken van een uitgekiende campagne. ‘Driscolls website markdriscoll.org is sinds enige tijd vernieuwd’, weet Klaver. ‘Zie eens hoe hij erop staat, samen met zijn vrouw: hij kijkt naar haar, zij kijkt in de lens. Alles wordt in het werk gesteld om te laten zien dat hij veranderd is, dat hij een family man is geworden.’

Om zijn boetvaardigheid aan de man te brengen, heeft Driscoll zich volgens Klaver omringd met tal van pr-mensen. Want dit bekeringsverhaal mag niet mislukken. Daarvoor staat er té veel – ook aan geld en persoonlijke belangen – op het spel.

Eind juli werd bekend dat Driscoll is neergestreken in Phoenix, Arizona. Hij zou er een nieuwe kerk willen beginnen.

Wat kunnen Nederlanders leren?

In Nederland megapastor worden en tot grote hoogten stijgen, zal niet meevallen. Dat heeft met de Nederlandse nuchterheid te maken en de neiging om macht zo veel mogelijk te verdelen en te controleren, denkt theoloog en communicatieadviseur Theo Zijderveld. Wat Nederland aan ‘megakerken’ kent (in Barneveld of in Drachten) verbleekt alleen al daarom bij Amerikaanse megakerken. ‘Wat we van megakerken kunnen leren, is dat je de rol van de dominee niet moet onderschatten als je missionair wilt zijn’, stelt Zijderveld. ‘Mensen verbinden zich liever aan een persoon dan aan een instituut.’ En dan het liefst een inspirerende persoon. ‘Megapastors choqueren, provoceren, ontroeren, maken grappen, vertellen boeiende verhalen – maar wat ze ook doen, je verveelt je nooit in de kerk.’

Nederlandse dominees zullen meer op megakerkleiders gaan lijken, verwacht Zijderveld. Sterker dan vroeger moeten voorgangers mensen vasthouden, aanspreken, boeien (omdat ze anders hun heil elders zoeken), en dat niet alleen in de zondagse eredienst maar ook via sociale media.

Megakerken komen naar Nederland

Internationaal succesvolle megakerken zullen in de nabije toekomst ook in Nederland meer voet aan de grond krijgen, denkt religiewetenschapper Miranda Klaver. Niet alleen doordat ze hier soms ‘filialen’ beginnen (zoals Hillsong in Amsterdam, met inmiddels zo’n duizend bezoekers per zondag) maar ook doordat Nederlandse evangelische gemeenten steeds nadrukkelijker het contact zoeken met succesvolle megakerken. Zo wendden de Doorbrekers in Barneveld en de City Life Church in Den Haag en in Zwolle zich al voor inspiratie en advies tot het van oorsprong Australische Hillsong van Brian Houston. De evangelische gemeente Re:connect in Haarlem onderhoudt op haar beurt banden met de megakerk van Jeffrey Rachmat in Jakarta, en gemeenten van Jong & Vrij onderhouden nauw contact met de megakerk New Creation Church van Joseph Prince in Singapore. Het voordeel is: je krijgt advies over wat werkt, je kunt bekende sprekers uit het netwerk uitnodigen. En iets van het succes van de megakerk straalt af op jouw gemeente. Om nu dit soort internationale netwerken ‘de kerkverbanden van de toekomst’ te noemen, gaat Klaver wat te ver, maar megakerken zullen wel veel bepalender worden voor het Nederlandse kerkelijke landschap dan ze nu zijn.


Bijlagen

Fotoserie, 2 foto's
PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief