Vraagbaak kerk bij huiselijk geweld

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Hoe ga je als kerk goed om met vermoedens van seksueel misbruik of huiselijk geweld?

Drie reformatorische kerken bundelen de krachten en starten een vraagbaak.

Staphorst

Stel dat je vermoedt dat iemand thuis mishandeld wordt en je doet niets. En stel dan dat die persoon over tien jaar naar je toekomt en vertelt over die mishandeling. Dan moet je zeggen: ‘Ik wist het, maar ik heb niets gedaan.’

Susan Snoei (52) is een van de drie vrouwen die de Hersteld Hervormde Kerk, de Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland gaat leren omgaan met verdenkingen van seksueel misbruik en huiselijk geweld. Snoei gebruikt het voorbeeld om aan te geven hoe belangrijk het is dat onveilige situaties zo snel mogelijk worden gestopt.

Deze week is het interkerkelijke project ‘Huiselijk geweld en Kindermishandeling’ gestart. De drie eerder genoemde kerken hadden opdracht gegeven tot het bundelen van de krachten rondom deze problematiek. Dat heeft geleid tot de aanstelling van drie zogeheten aandachtsfunctionarissen. Snoei bekleedt die functie vanuit Stichting Schuilplaats, een stichting die psychosociale hulp biedt en die voortkomt uit de reformatorische kerken. De andere twee functionarissen werken bij de De Vluchtheuvel en het G.H. Kerstencentrum, twee andere instellingen voor hulpverlening binnen de reformatorische gezindte.

doorverwijzen

Ze fungeren als informatiepunt en vraagbaak. ‘Iedereen die signalen krijgt dat ergens iets niet in de haak is en zich daarmee verlegen voelt, kan bij ons terecht’, legt Snoei uit. De functionarissen fungeren niet als meldpunt, zegt ze. ‘Er is een landelijk meldpunt, Veilig Thuis, en we kunnen mensen daarheen doorverwijzen.’ Dat laatste gaat niet zonder slag of stoot. Snoei: ‘We volgen de Bijbelse lijn en adviseren om uit liefde met mensen in gesprek te gaan. Maar indien nodig leiden we mensen naar hulp.’

De aandachtsfunctionarissen gebruiken een stappenplan dat ze kunnen aanbevelen als zich ernstige zaken voordoen. Stap een is het signaleren van het probleem. Daarna is het goed deze concrete signalen met iemand te bespreken. De derde stap is het bespreken van zorgen met de hulpvragers of de ouders. Aandachtsfunctionarissen kunnen advies hierover geven. Na dit gesprek moet worden afgewogen hoe ernstig het huiselijk geweld of de kindermishandeling is. Pas hierna komt stap vijf: hulp organiseren of een officiële melding doen.

Een groot aantal kerken heeft de aanpak van (kinder)mishandeling en seksueel misbruik hoog op de agenda staan na een kritisch rapport van kennisinstituut Movisie uit 2012. Daaruit bleek dat in reformatorische kring wordt geworsteld met signalen van huiselijk geweld. Huiselijk geweld is een thema dat vaak moeilijk te bespreken is. Uit onderzoek blijkt ook dat ambtsdragers vaak (te) lang wachten met het inschakelen van professionele hulp. Volgens Snoei heeft dat onder meer te maken met schaamte en met angst. ‘Mensen willen bij problemen niet aankloppen bij bureau Jeugdzorg of Veilig Thuis, omdat ze bijvoorbeeld bang zijn dat kinderen uit huis worden geplaatst. Actie ondernemen als je huiselijk geweld vermoedt, is net als het vastpakken van een egel: het prikt altijd. Maar toch is het belangrijk dat er iets wordt gedaan. Anders wordt het alleen maar erger. Niets doen, helpt niet.’

De aandachtsfunctionarissen brengen hun werk onder de aandacht op de diaconale toerustingsdagen van de Hersteld Hervormde Kerk die morgen (Oud-Beijerland) en volgende week zaterdag (Elspeet) gehouden worden. Verder zijn er plannen voor het ontwikkelen van materiaal voor scholieren en opvoeders.

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief