Van sterfhuis naar missionaire proeftuin

Geloof
beeld Martin Waalboer
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Tien jaar geleden was de Protestantse Kerk in Amsterdam in mineur en velen moesten niets van missionaire activiteiten hebben. Nu gonst het er van de missionaire experimenten.

Wie de website van de Protestantse Kerk in Amsterdam bekijkt, kan maar één conclusie trekken: binnen protestants Amsterdam gonst het van de missionaire activiteiten. Het zijn pogingen niet-christenen te interesseren voor het geloof of de kerk. Maar er is meer. De oude tegenstelling tussen orthodoxe en modern-theologische gemeenten raakt op de achtergrond, vertelt ds. Bas van der Graaf, predikant van de Jeruzalemkerk en begeleider van Amsterdamse pioniers, mensen − meestal theologen − die vrijgesteld zijn om missionaire projecten te bedenken en uit te voeren. Beide groepen leerden elkaar waarderen. Orthodoxen bleken niet met hun evangelie in een ivoren toren te zitten, en vrijzinniger gemeenten hebben toch een stevige band met de christelijke traditie.

De zelfbewustheid van de Amsterdamse protestanten staat in schril contrast met tien jaar geleden, toen hervormden, gereformeerden en lutheranen fuseerden en samen de Protestantse Kerk in Amsterdam gingen vormen. In die tijd was de kerk in mineur: een financiële ramp dreigde en van zoiets als missionair pionieren – experimenteren met nieuwe vormen van kerk-zijn – moesten de meeste protestantse gemeenten niets hebben.

De activiteiten om mensen te interesseren voor kerk en geloof buitelen nu over elkaar heen. Een greep uit het aanbod: vrijdagse vieringen van een half uur in de historische Westerkerk, in de aanloop naar Kerst, met een moment van stilte en gebed, buurtmaaltijden in een probleemwijk op ‘Oud-West’, Bijbelstudiegroepjes van zakenmensen op de kantoorrijke Zuidas en een huisje op wielen in Nieuw-West met een dominee die mensen uitnodigt te komen met hun vragen over ‘leven, geloof en de zin ervan’.

De 21 wijkkerken van protestants Amsterdam richten zich op de buurt waarin ze staan. Daarnaast zijn er een stuk of tien missionaire projecten met illustere namen als Heilig Vuur West, Zin in Zuid, Zinnig-Noord en De Binnenwaai, vroeger een landelijke pioniersplek in Vinex-wijk IJburg, nu een officiële wijkgemeente.

Opvallend is dat er in de breedte van de kerk wordt gepoogd niet-gelovigen te bereiken met de boodschap van de kerk: van de orthodoxe Noorderkerk en de Jeruzalemkerk − de orthodoxen vormen een minderheid − tot aan de vrijzinnigen in Vrijburg, en alle modern(er)-theologische en liturgische gemeenten ertussenin. Veelkleurig geloven heet dat in Amsterdam.

De hoofdstad geldt als een laboratorium van missionaire experimenten, een voorbeeld voor andere protestantse gemeenten in het land, beaamt ds. Hans van Ark, van de landelijke afdeling Missionair Werk en Kerkgroei van de Protestantse Kerk in Nederland. ‘Wat in Amsterdam gebeurt, zie je later elders in Nederland terug. Het missionaire werk in onze hoofdstad houden wij daarom goed in de gaten.’

vernieuwen

Tien jaar geleden was er bij de vorming van de Protestantse Kerk in Amsterdam weinig om te vieren, herinnert ds. Van der Graaf zich. ‘Uitgerekend op het feestje waarop werd gedronken op de fusie, luidde de voorzitter van de kerkrentmeesters de noodklok: de kerken liepen in snel tempo leeg, er was een miljoenentekort ontstaan.’ Het nieuwe parool: versoberen, verbeteren en vernieuwen. Als een zwaard van Damocles hing er die vraag boven de eeuwenoude kerk met haar hoofdkantoor in een fraai complex uit 1680: bestaat zij over tien jaar nog wel?

‘Dat is gelukkig het geval’, zegt ds. Julia van Rijn, scriba van de Protestantse Kerk in Amsterdam, met tevredenheid in haar stem. ‘Met zo’n vijfduizend belijdende leden zijn we klein, maar we hebben nog nooit zo hard aan de weg getimmerd als de afgelopen jaren.’

Toch daalde het ledental, ondanks alle missionaire inspanning. In 2005 waren er nog 6378 belijdende leden, vorig jaar 4690 − een verlies van 1688 leden. Het aantal doopleden bleef al die jaren constant, zo rond de 13.500. De kerk introduceerde in 2011 een nieuw fenomeen: ‘betrokkenen’, mensen die zich uitsluitend als vriend binden aan de kerk. In vier jaar tijd klom hun aantal op tot 519, wat het beeld van terugloop enigszins maskeert. Van het ontstaan van de Protestanse Kerk in Amsterdam tot 2010 ging het ledental heel langzaam achteruit, zegt de scriba, de cijfers aandachtig in zich opnemend. ‘Wij dachten in die tijd: misschien komt het keerpunt in zicht. Helaas bleek dat niet zo te zijn: de afkalving ging ook bij ons verder, maar dankzij al onze inspanningen niet zo hard als in andere steden.’

wonder

Dat de Amsterdamse kerk veranderde van een sterfhuis in een missionaire proeftuin, ervaart Van der Graaf als een wonder. Bij de ‘orthodoxen’ van de Noorderkerk en de Jeruzalemkerk was het vuur om het evangelie te vertellen aan andere mensen altijd blijven branden. Dat zit in hun DNA. Beide gemeenten draaiden al mee in Amsterdam in Beweging, een ‘partnerschap’ van kerken, ontstaan binnen de gereformeerde kerken van de ‘kleine oecumene’ (vrijgemaakt, christelijk-gereformeerd) in Amsterdam. Zij proberen onder meer het missionaire gedachtegoed van Tim Kellers Redeemer Church in New York in de praktijk te brengen. ‘Bij de meeste andere protestantse gemeenten was ‘missionair’ een vies woord. Het werd geassocieerd met zieltjes winnen. Er heerste een sfeer van: de secularisatie zet toch door, we leggen ons neer bij een steeds kleiner wordende kerk.’

De Protestantse Kerk in Amsterdam besloot, op aangeven van Van der Graaf, vier miljoen uit de verkoop van een monumentale kerk in te zetten als ‘missionair durfkapitaal’. Er was geld om naar hartenlust te experimenteren. Daarnaast werd veel geïnvesteerd in bewustwording, met inspiratiereizen naar de Anglicaanse Kerk in Londen, al langer het toneel van missionair pionierswerk. ‘De protestantse gemeenten werden enthousiast toen bleek dat ze op hun eigen, veelkleurige manier nieuwe kerkvormen konden uitproberen. Er bestaan orthodoxe pioniersplekken, maar ook missionaire projecten van vrijzinniger snit.’

Hoe is te verklaren dat een dominee voor wie missionair eerst een besmet woord is, toch bereid raakt zijn geloof te delen? ‘Ik hoor menigeen zeggen: pionieren is goed voor mijn geloof. Missionaire actie dwingt na te denken over het hart van het evangelie en over wat het betekent om kerk te zijn in deze tijd’, zegt Van der Graaf.

Scriba Van Rijn herkent het proces: ‘Vroeger dacht ik bij het woord missionair aan op een zeepkist staan en zieltjes winnen. Ik kreeg mijn theologische scholing aan de Vrije Universiteit, waar de God-is-doodtheologie erg populair was. Hoe durfde je na Auschwitz met het geloof naar buiten te treden? Die schroom ervaar ik niet meer. Nu denk ik: waar zijn we als kerk anders voor dan om zieltjes te winnen? We hebben echt wel wat zinnigs te vertellen aan mensen.’

onbekend land

Een decenniumlang experimenteren met nieuwe vormen van kerk-zijn heeft nog niet gebracht wat protestants Amsterdam voor ogen stond: duurzame gemeenschappen. De projecten trekken genoeg bezoekers, maar die binden zich moeilijk, weet Van der Graaf. Als geslaagd voorbeeld van gemeenschapsvorming noemt hij Heilig Vuur West (zie kader). Sommige projecten zijn nog maar een jaar of twee, drie geleden van start gegaan, relativeert Van Rijn. ‘Ik denk dat we gewoon meer geduld moeten oefenen. Gemeenschappen vormen gaat niet van een-twee-drie. Het is een reis door onbekend land.’

Wat is wel de ‘zegen’ op de missionaire arbeid? Van der Graaf noemt revitalisering van oude gemeenten, en het ontstaan van nieuw elan. Daarnaast straalt de hoofdstedelijke Protestantse Kerk eenheid uit. In het creëren van dat beeld is flink geïnvesteerd door de afdeling communicatie van de Amsterdamse kerk. Er kwam onder meer een campagne met Kerst om mensen naar de kerk te lokken en activiteiten als de Preek van de Leek, waarbij opiniemakers in een kerk hun visie geven op een onderwerp, en een ‘loket levensvragen’. Van Rijn: ‘Wat we vooral hebben getoond, is het lef om nieuwe missionaire dingen uit te proberen.’ ◆

Ds. Willemien van Berkum, pionier Heilig Vuur West (Oud-West Amsterdam)

‘Wij organiseren een laagdrempelige viering, komen bij elkaar in een café om Bijbelteksten te bespreken en beleggen buurtmaaltijden en filmavonden met een nabespreking. Ook is er een Bijbelstudie- en gebedsgroep actief. Er is een kern van vijfentwintig mensen die onze activiteiten regelmatig bezoekt. Daarnaast bestaat een groep van vijftig mensen die minder vaak komt. Het huidige aantal bezoekers vind ik prima. In de pionierswereld geldt vijftig bezoekers als een kritische grens. Als het project groeit, vertrekken er ook weer mensen.

Hoe het toch lukt om een gemeenschap te vormen? In deze wijk wonen veel mensen die gebutst en gedeukt in het leven staan. Zij hebben de boodschap van Gods liefde en zijn onvoorwaardelijke acceptatie hard nodig. Als bezoekers die ervaren op een plek waar ze welkom zijn, blijven ze komen.’

Jonathan Bartling, pionier Zinnig-Noord (Amsterdam-Noord)

‘Wij proberen in te spelen op de behoefte van mensen aan zingeving en spiritualiteit. Net als bij Paulus op de Areopagus hopen we dat mensen zich herkennen in het beeld dat ze onderdeel zijn van een groter geheel. Het is mijn rol ze erbij te bepalen wat er gebeurt als je dat God noemt. Een typerend voorbeeld voor Zinnig-Noord is ons programma over Bijbelverhalen en kunst. Een theoloog en een kunstenaar zetten hun eigen perspectief op zo’n verhaal naast elkaar.

Het is lastig om een gemeenschap te vormen. Sommige evenementen trekken wel vijfhonderd bezoekers, andere activiteiten, vaak die met meer diepgang, maar tien tot vijftien. Er heerst in Amsterdam een consumentencultuur. De inwoners zijn gesteld op hun individuele vrijheid. Er is een groot aanbod aan activiteiten en een constante zucht naar nieuwe ervaringen.’

Ds. Paul Visser, dominee Noorderkerk (centrum Amsterdam)

‘Op missionair gebied gebeuren er mooie dingen: Bijbelklassen, zoekerscursussen en talloze contacten en gesprekken met mensen in de wijk. Laatst organiseerden we een high tea voor tachtig vrouwen. Je kunt je afvragen: wat heeft dat met de Bijbel te maken? Je moet eerst de deuren van je kerk open zetten. Zomaar de Bijbel openslaan en gaan preken, daarop zit niemand te wachten in de Jordaan. Je moet eerst vertrouwen winnen. Een open deur leidt tot een open hart. We zien dat in een forse toename van het aantal bezoekers van de kerstnachtdienst. De eerste keer, in 2010, kwamen er vijfhonderd mensen, vorig jaar achthonderd.

Maar ik geef toe dat het lastig blijft het missionaire werk te verduurzamen. Amsterdammers zijn niet gewend zich te binden. Ze staan wel open voor activiteiten en doen graag mee, maar verplichten zich er liever niet toe. Dat heeft mede met de cultuur te maken. Niet alleen de kerk loopt daar tegenaan, ook andere organisaties.’

Bijlagen

Fotoserie, 3 foto's
PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief