'Theoloog van de afbraak' overleden

<p>Harry Kuitert in 1983</p> Geloof

Harry Kuitert in 1983

| beeld Kippa

In Memoriam Harry Kuitert (1924-2017)

Harry Kuitert, de theoloog die de verpersoonlijking werd van de geloofsverwatering en kerkverlating van een generatie protestanten, overleed vrijdag op 92-jarige leeftijd. Zijn meest befaamde uitspraak was: ‘Al het spreken over Boven komt van beneden - ook de uitspraak dat iets van Boven komt.’

Vaak is Harry Kuitert vergeleken met een bouwvakker die steen voor steen een muur afbreekt. Totdat hij niets meer overhoudt. Die muur is het christelijk geloof, en Kuiterts zwoegen was één grote test: houdt die muur het als ik er tegenaan duw? De Bijbel als Gods Woord, Jezus als Gods Zoon, het gebod als de wil van God, de kerk als lichaam van Christus - een voor een vielen ze onder de slagen van Kuiterts moderne, rationalistische kritiek. De gereformeerde theoloog - dominee binnen de Gereformeerde Kerken (synodaal) en daarna hoogleraar aan de ‘gereformeerde’ Vrije Universiteit - zocht zijn leven lang naar houvast, een grondje waarop zijn geloof zou kunnen rusten, maar zakte voor zijn eigen gevoel telkens overal doorheen.

‘Ik heb God oprecht gezocht’, zei hij in februari 2015 in gesprek met deze krant. ‘Maar ik heb Hem niet gevonden.’ In het Friesch Dagblad noemde hij het eerder ‘een rouwproces’.

Telkens bleek voor Kuitert geloven weinig met God te maken te hebben, maar veel meer met de mens - die Kuitert ‘ongeneeslijk religieus’ noemde. ‘Al het spreken over Boven komt van beneden’, is Kuiterts meest beroemd geworden uitspraak.

Lange tijd ging hij er nog vanuit dat achter al dat menselijke spreken toch een God schuilging, maar rond het jaar 2000 liet hij ook die gedachte los. ‘God bestaat hooguit als gedachte in ons eigen hoofd’, concludeerde hij.

Kuitert hield zijn zoektocht niet voor zichzelf, en publiceerde vanaf de jaren zeventig tot 2014 tientallen boeken voor een breed publiek. Titels als Zonder geloof vaart niemand wel (1974), Het algemeen betwijfeld christelijk geloof (1992) en Jezus, nalatenschap van het christendom (1998) oogstten lof, maar vooral ook kritiek. Bij ieder nieuw boek klommen orthodox-protestantse dominees in de pen om Kuiterts nieuwe stap in het afbraakproces te bestrijden. Kuitert werd een ‘duivel’ genoemd, toenmalig hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad Jurn de Vries noemde in 1992 Kuiterts boek Het algemeen betwijfeld christelijk geloof ‘vergif’ - ‘het zoete gefluit van de vogelaar’. Maar meer nog dan kritiek van orthodoxe christenen die zijn boeken lazen kreeg Kuitert een náám: hij werd de theoloog die de afbraak van de synodaal-gereformeerde zuil en de groeiende kerkverlating vanaf de jaren zeventig zo ongeveer eigenhandig veroorzaakt had.

Het raakte hem meer dan hij wilde. In een interview in 1983 zei hij erover: ‘Veel mensen steigeren bij het horen van de naam Kuitert. Ik vind niet dat ik die aversie tegen mijn persoon heb verdiend.’ De maat was voor Kuitert vol toen in deze krant de Engelse schrijver Adrian Plass zich in 1996 in een column retorisch afvroeg wat erger was: een pedofiel of een moderne theoloog zoals Kuitert. Jarenlang weigerde de theoloog ieder contact met het Nederlands Dagblad. De excuses die hoofdredacteur Sjirk Kuijper enkele jaren geleden maakte, werden door Kuitert ruimhartig aanvaard.

In zijn laatste interview met het Nederlands Dagblad uit 2015 vertelde Kuitert dat hij zich door zijn kerk - de Gereformeerde Kerken, later opgegaan in de Protestantse Kerk (PKN) - in de steek gelaten voelde. ‘In haar opdracht onderzocht ik alle leerstukken, maar toen het uitliep op iets wat haar niet zinde, zag ze mij niet meer staan.’ Kuitert bedankte niet voor zijn kerklidmaatschap. ‘Ik ben nog steeds lid van de protestantse gemeente, hier in Amstelveen. Ik ga niet meer op zondag. Die behoefte is weg.’

Harry Kuitert werd in 1924 geboren in Drachten. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog raakte hij in Utrecht kortstondig betrokken bij het verzet. Na zijn studie theologie aan de Vrije Universiteit werd Kuitert predikant in het Zeeuwse dorp Scharendijke. Daar maakte hij de watersnoodramp van 1953 van nabij mee. Daardoor en door de Joodse klasgenoten die hij verloor in de oorlog, vertelde hij later, begon hij zijn eerste vraagtekens te zetten bij Gods voorzienigheid. Kuitert werd studentenpastor aan de Universiteit van Amsterdam, en vervolgens van 1967 tot 1989 was hij hoogleraar ethiek en inleiding van de dogmatiek aan de VU. In die jaren hield Kuitert zich intensief bezig met vragen rond euthanasie en zelfbeschikkingsrecht. Vanaf 1961 maakte Kuitert deel uit van de Groep van Achttien, theologen van hervormde en gereformeerde huize die de aanzet gaven tot het Samen-op-Wegproces dat in 2004 zou leiden tot de vorming van de Protestantse Kerk in Nederland.

De dood noemde Kuitert in het gesprek in 2015 ‘vervelend’, maar niets meer dan dat. ‘Juist het christelijk geloof heeft het sterven moeilijk gemaakt.’ In 2014 overleed zijn vrouw Inga, en in 1984 zijn toen 26-jarige dochter. Hij verwachtte hen na de dood niet terug te zien. ‘Laatst wandelde ik met iemand de straat uit naar het park. Hij zei bezorgd dat mij een treurig lot wachtte. Stel dat ik naar de hel zou gaan. Dat moet dan maar, zei ik. Het is voor mij geen gok, hoor. Er is geen leven na de dood. Ik werd niet verdrietig om die uitspraak. Het raakt mij niet.’ <

Zie ook: Uiteindelijk alleen (Portretinterview uit 2015)

Bijlagen

Fotoserie, 2 foto's
PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?

Nieuws