Theoloog des Vaderlands Claartje Kruijff: 'Ik hoef het geloof niet af te pellen'

‘Het geloof geeft me ankerpunten’, zegt Claartje Kruijff. ‘Het is de ontdekking dat ik niet het middelpunt van het universum ben, dat er een God buiten mij is.’ Geloof
‘Het geloof geeft me ankerpunten’, zegt Claartje Kruijff. ‘Het is de ontdekking dat ik niet het middelpunt van het universum ben, dat er een God buiten mij is.’ | beeld Klaas Driebergen
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Theoloog des Vaderlands Claartje Kruijff spreekt niet graag grote woorden. Niet over God, niet over Jezus. ‘Mijn spreken over God begint altijd bij het leven.’

Amsterdam

De kersverse Theoloog des Vaderlands zit in een Amsterdams lunchcafé vlak naast ‘haar’ Dominicuskerk in de Spuistraat. Claartje Kruijff (45) had niet verwacht dat ze verkozen zou worden. ‘Ik dacht: wat zouden kerkmensen vinden van dat losse gedoe van mij?’

Dat losse gedoe, dat zijn bruiloften, uitvaarten en gesprekken met mensen buiten de kerk die soms meer met Boeddha hebben dan met Jezus. ‘Ik zoek naar de mens in relatie tot God, ook als ik dat niet zo noem.’ Kruijff staat zelf met één been buiten de kerk, zegt ze. Dat past haar, vindt ze, omdat ze buiten de kerk is opgegroeid. ‘Maar ik doe het werk wel met een kruis om mijn nek.’

Hoe kwam u met het geloof in aanraking?

‘Het sluimerde al heel lang in me. Mijn ouders hadden niets met het geloof, maar ik ging graag met mensen mee naar de kerk. Dat vond ik een fijne plek. In mijn kinderjaren hebben we een poos in Amerika gewoond, waar de kerk een sterk sociale functie had. Daar gingen mijn ouders naartoe om nieuwe mensen te leren kennen. Terug in Nederland verdween de kerk uit beeld. Ik ben na mijn middelbareschooltijd psychologie gaan studeren. Ik had interesse in mensen en wilde mensen helpen. Ik ging werken als organisatiepsycholoog, bij een Amerikaanse firma in de Londense City.’

Hoe zag het leven in Londen eruit?

‘Het was hard werken. Er wordt over de City vaak gezegd dat alles draait om geld en materie. Ik verdiende inderdaad veel, maar de huur was er ook torenhoog. We hadden nog geen kinderen en gingen veel uit. Ik had alles: een vriend met wie ik lang samen was, we zouden gaan trouwen. Toch miste ik iets. Daar schaamde ik me voor: wat zat ik nou te zeuren? Ik was niet gelukkig terwijl ik dat wel behoorde te zijn. Hulp zoeken vond ik lastig. Dat is voor een psycholoog sowieso een heikel punt, maar ik kon ook geen goede hulpvraag formuleren. Totdat iemand mij voor het eerst liet zien dat mijn existentiële vragen heel menselijk zijn.’

Omdat haar man uit een rooms-katholiek gezin komt, was het vanzelfsprekend dat ze in de kerk zouden trouwen. ‘Via zijn ouders kwamen we in contact met een priester in Amsterdam. We zijn wel tien keer uit Londen naar Amsterdam gevlogen in de voorbereiding van ons huwelijk. De priester was zeer orthodox, maar we konden het erg goed samen vinden. Bij hem vond ik gespreksruimte, levensruimte. Waarover die gesprekken precies gingen, kan ik me niet eens meer herinneren. Ik weet wel dat ik voor het eerst voelde dat al mijn vragen gesteld konden worden: wie ben je, waar kom je vandaan, waaraan heb je houvast, wat geloof je? De plek waar hij ons ontving, speelde ook mee. De pastorie, de kerk, die ruimtes waren gereserveerd voor die vragen. Heilige ruimte, dat vond ik heerlijk.’

Waarom besloot u niet rooms-katholiek te worden?

‘Ik heb bezwaren tegen het instituut. Bovendien vind ik het heel lastig dat vrouwen daar niet in het ambt mogen. Ik heb altijd een werkende moeder gehad en heb zelf drie dochters. Ik zou het tegenover hen heel gek vinden als ik me zou aansluiten bij een kerk waar de vrouw maar een halve rol heeft. En ik wist vrij snel dat ik predikant wilde worden. Ik pakte geloof meteen radicaal aan.’

En dus ging ze theologie studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Daar kwam ze medestudenten tegen die in de kerk waren opgegroeid en precies wisten wat ze geloofden. Als ze zeiden ‘Ik heb Jezus leren kennen’, geloofde Kruijff hen niet. ‘Het geloof was bij hen een vanzelfsprekend systeem. We moesten bijvoorbeeld een paper over de christologie schrijven. Dat ging over de vraag wie Jezus was: God of mens. Dat is echt een heel moeilijke vraag! De meesten van ons stelden dat zo lang mogelijk uit. Maar er waren studenten die het in een mum van tijd af hadden. Dan kwam er een soort catechisatie uit. Dat vond ik te makkelijk. Van die geloofswaarheden, daar ben ik kritisch op. Voor mij zit het geloof meer in een levenshouding. Het geloof geeft me ankerpunten. Het is de ontdekking dat ik niet het middelpunt van het universum ben, dat er een God buiten mij is.’

Wie is God voor u?

‘Ik zie God als een mysterie, als een levensgeheim. In dat opzicht lijk ik op rooms-katholieken. Mijn spreken over God begint altijd bij het leven. Vrijzinnige theologen krijgen nog weleens de kritiek dat ze alleen maar twijfelen en zoeken. De oude generatie vrijzinnige dominees, zoals Harry Kuitert, waren druk bezig met het afpellen van het geloof. Dat heb ik nooit zo interessant gevonden, want bij mij begon het geloof al afgepeld. Dat afzetten tegen de orthodoxie hoeft van mij niet zo. Ik kan in een gereformeerde dienst zitten en het heel mooi vinden. Alleen de taal en de tradities moeten wel bij je passen.’

En als de geloofsbelijdenis wordt gezongen?

‘Daarin staan heel grote woorden.’

U hebt wel een kruis om uw nek. Wat betekent dat voor u?

‘Het kruis is voor mij heel wezenlijk. Ik kom vaak in verdrietige situaties en dan zie ik in het kruis een menselijk verhaal van lijden. Daar, aan het kruis, hangt degene die lijdt en de mensen die eromheen staan, lijden mee. Ik vind Goede Vrijdag het mooiste moment in de paascyclus. Daar komt alles samen.’

Is dat niet op paasochtend, bij de opstanding van Jezus?

‘Dan blijkt het graf leeg. De opstanding heb ik altijd spannend gevonden, dan kom je aan bij het mysterie. Wij hebben niet het laatste woord. De Duitse theoloog Moltmann schrijft over de gekruisigde God als weerloze overmacht. Dat vind ik heel mooi. Bij de opstanding is er wel iets gebeurd, ja.’

Wat is er dan gebeurd?

‘Nu word ik stil.’

De opstanding van Jezus biedt mij vertrouwen voor het leven na de dood.

‘Ik sluit dat ook niet uit. Dat komt aan op hoop. Geloof is hopen en vertrouwen dat het leven verdergaat. Ik ben niet bang voor de dood. Alleen de gedachte dat ik er niet meer kan zijn voor mijn kinderen, daar krijg ik buikpijn van. Maar om eerlijk te zijn, vind ik het een beetje pathetisch om nu te zeggen dat ik niet bang ben voor de dood. Ik zit hier als gezonde veertiger. Het is wat anders als je oog in oog staat met de dood.’

Wat zou u orthodoxe christenen willen meegeven?

‘Wat zou ik het fijn vinden als we de beelden van elkaar laten varen. Op Twitter en Facebook waren er orthodoxe christenen die negatief reageerden op mijn verkiezing: “Oh ja, weer zo’n vrijzinnige”. Dat vind ik jammer. Geloof is zoiets wezenlijks. Laten we in plaats van elkaar vastzetten, ons aan elkaar optrekken. We zoeken allemaal naar de heilige ruimte. Ga ook eens naast je eigen waarheid staan en geef de diepgang uit een andere kerk ook een kans.

Ik geloof echt dat we elkaar iets te vertellen hebben. Waarom word ik stiller als het gaat over Jezus’ opstanding dan jij? En waarom heb ik er totaal geen moeite mee als jij dat wel doet? Dat gesprek, dat zouden we moeten voeren.’ <

bedrijfspsycholoog

Claartje Kruijff werd in 1971 geboren in een academisch milieu in Soest. Ze studeerde psychologie in Leiden en werkte zeven jaar als bedrijfspsycholoog bij Accenture. Eerst drie jaar in Amsterdam, daarna vier jaar in Londen. Ze trouwde met haar man Frank Thuis, waarna ze in 2003 theologie ging studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ze is dominee in de oecumenische Dominicuskerk in Amsterdam. Zij en haar man hebben drie dochters. In 2016 verscheen haar boek Leegte achter de dingen, mijn zoektocht naar een betekenisvol leven, bij uitgeverij Ambo Anthos.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?