Stille kerkverlating van twintigers

Bediening van de doop in een gezamenlijke dienst van christelijk-gereformeerden, Nederlands-gereformeerden en vrijgemaakt-gereformeerden in Zoetermeer. Geloof
Bediening van de doop in een gezamenlijke dienst van christelijk-gereformeerden, Nederlands-gereformeerden en vrijgemaakt-gereformeerden in Zoetermeer. | beeld Dick Vos
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Stille kerkverlating van twintigers, de tweede dienst die verdwijnt, minder trouw en plichtsbesef onder kerkleden en toenemende aantallen mensen die onkerkelijk worden. Moeten ook de ‘kleine gereformeerde kerken’ zich zorgen maken?

Het onderzoek God in Nederland 2016 wees onlangs uit dat vooral de Protestantse Kerk in Nederland en de Rooms-Katholieke Kerk getroffen worden door vergrijzing en l eegloop. In de overige christelijke kerken zou dit meevallen. Maar de vrijgemaakt-gereformeerde predikant Evert Jan Hempenius (Nederlands Dagblad 16 maart) schreef in reactie: ‘De kleine gereformeerde kerken rekenen zich te rijk, als ze denken aan de kerkverlating te ontkomen.’

Andere predikanten blijken die verwachting te delen ten aanzien van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Nederlands Gereformeerde Kerken – die verwant aan elkaar zijn en samen wel de ‘kleine oecumene’ worden genoemd. De predikanten zien in deze kerken trends die reden geven tot zorg. Stille kerkverlating is er een probleem, net als de ‘kerkpauze’ die twintigers steeds vaker nemen en tanend plichtsbesef onder kerkleden, signaleren zij. Tegelijk zijn er gemeenten die veel jonge mensen en gezinnen trekken en die groeien. Wat gaat er mis – en waar liggen oplossingen?

kerkverlating

De theoloog Stefan Paas merkte onlangs op dat in de grote volkskerken de meeste mensen hun kerk ‘horizontaal’ verlaten: een groot deel van de krimp komt door het overlijden van oudere generaties. Jasper Klapwijk, predikant van de vrijgemaakt-gereformeerde Ichthuskerk in Den Haag, herkent dit beeld. ‘Toen ik hier net kwam, vroeg een collega-predikant uit Scheveningen: “Hoeveel begrafenissen heb je al gedaan?” Die collega was predikant van een volkskerk in de Protestantse Kerk, waar maandelijks veel uitvaarten zijn. Hier hebben we die hooguit drie keer per jaar.’ In Klapwijks eigen gemeente is de gemiddelde leeftijd juist relatief laag en zijn er weinig ouderen.

De kleine gereformeerde kerken lijken de trends in de Protestantse Kerk met vertraging te volgen. In de Christelijke Gereformeerde Kerken daalt het totaal aantal leden sinds twintig jaar steeds sterker. In de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt is sinds tien jaar sprake van neergang. Wat hierbij opvalt, is dat de oorzaak niet ligt in vergrijzing, maar in het grote aandeel van mensen die vertrekken zonder zich bij een nieuwe kerk aan te sluiten.

‘We zien soms jongeren van begin twintig, die dan al een punt achter hun lidmaatschap zetten’, zegt de christelijk-gereformeerde emeritus predikant Dingeman Quant. ‘Zij gaan niet meer naar de kerkdiensten, doen geen belijdenis. De kerk wacht vaak lang af voor zij stappen onderneemt. Ze zijn immers nog in ontwikkeling. Pas veel later, als mensen rond de dertig zijn, informeert men of ze nog lid willen blijven. Dan is het antwoord meestal negatief.’

De Nederlands-gereformeerden laten een iets positiever beeld zien: het totaal aantal leden daalt niet en ook zijn er relatief weinig mensen die vertrekken zonder zich bij een andere kerk aan te sluiten. Toch ziet NGK-predikant Willem Smouter problemen: ‘De laatste jaren is het beeld dat de grote gemeenten groeien en de kleine krimpen. In Apeldoorn mag ik een kerk dienen die bescheiden groeit. Toch hebben ook wij hier geen ‘geheim wapen’ om jongeren bij de kerk te houden. Het is moeilijk om die groep te motiveren om te blijven komen.’

Vooral de jongere generaties vinden moeilijk aansluiting in de kerk. Het kerkblad Onderweg van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerken wijdde in april een nummer aan deze problematiek. Twintigers hebben volgens het blad een heel andere agenda dan de kerken. Wat begint als een ‘kerkpauze’ kan makkelijk uitlopen op een definitieve vervreemding van de kerk.

Smouter denkt dat een deel van de verklaring ligt in ‘uitgestelde volwassenheid’. ‘We merken dat het aantal jongelui dat rond de achttiende verjaardag belijdenis doet, afneemt. Pas als ze vijfentwintig of dertig zijn en kinderen krijgen, gaan ze bewust nadenken over hun verantwoordelijkheid. Het aantal mensen dat op die leeftijd belijdenis doet, neemt juist toe.’

Jonge mensen haken dus stilletjes af. ‘Veel van die afhakers heb ik zelf niet gekend’, zegt Wim de Bruin over de Christelijke Gereformeerde Kerk in Purmerend, waar hij tot vorig jaar predikant was. ‘Ze stonden al op afstand en wisten soms niet eens of ze nog waren ingeschreven. Meestal vertrekken ze omdat het geloof hun niets meer zegt. Het leven is druk en in die drukte horen mensen God niet meer. Dat zij zelf christelijk opgevoed zijn, volstaat dan niet meer.’

Paul Voorberg, vrijgemaakt-gereformeerd predikant uit Emmeloord, ziet een duidelijke oorzaak. ‘De redenen zijn vaak verbonden met hun gevoel, hun wensen. Daar moet de kerk aan voldoen en als dat niet gebeurt, vertrekken ze. De sfeer in de kerk en de diensten staat deze groep vaak niet aan.’

papieren leden

‘Ongeveer de helft van de gemeenteleden zit op zondag in de kerk’, zegt De Bruin. ‘De participatie is de laatste jaren licht verbeterd.’ Een toename van het aantal papieren leden, die wel ingeschreven staan maar nooit naar de kerk komen, ziet hij dus niet. ‘Kerkenraden zijn tegenwoordig heel actief op dit punt’, vult Quant aan. Kerkleden worden eerder dan vroeger voor een keuze gesteld.

De situatie is vooral onoverzichtelijker geworden. Dominee Casper Koolsbergen (NGK Arnhem) licht dat toe: ‘We hebben leden die weinig betrokken zijn, maar ook andersom: we kennen mensen die juist wel betrokken zijn bij de gemeente, maar niet in ons ledenbestand staan.’

Hier komt bij dat voor lang niet iedereen de kerkdienst nog de hoofdzaak is. Smouter: ‘Er is een groeiende groep kerkleden die de diensten minder bezoekt. Dat betekent vaak ook dat ze minder participeren. Soms zie ik andere vormen van participatie opkomen: mensen die trouw een Bijbelkring bezoeken maar minder frequent naar de kerk gaan.’

Elk individu dat in meer of mindere mate verbonden is aan een gemeente, heeft weer eigen wensen en voorkeuren. De Haagse gemeente van Klapwijk speelt daarop in: ‘Niet van iedereen wordt hetzelfde verwacht. We zijn laagdrempelig als dat moet. Je kunt meedraaien in een kring zonder de kerkdiensten te bezoeken. Mensen die dat doen, zijn geen tweederangskerkleden.’

minder plichtsbesef

Steeds vaker verdwijnt de tweede zondagse kerkdienst – zo ook in christelijk-gereformeerd Purmerend. De Bruin vond dat een pijnlijk besluit. ‘Eerst hebben we nog geprobeerd de invulling van die dienst te veranderen door meer met Bijbelstudie en muziek te doen. Dat bleek geen effect te hebben. Veel mensen willen op zondagmiddag familie bezoeken, of rust nemen. Dat vind ik begrijpelijk: mensen hebben drukke levens.’

Vaak wordt de verminderde belangstelling voor de tweede dienst geweten aan afnemend plichtsbesef. Dit geldt ook in bredere zin. ‘Er is steeds minder vaak sprake van een lifetime commitment, een levenslange toewijding’, stelt Smouter vast, om het vervolgens te relativeren: ‘In de toekomst zullen we, terugkijkend, ongetwijfeld zeggen: dit was gewoon de cultuur.’

Koolsbergen ziet ook positieve bijkomstigheden. ‘De zondag is nu een dag waarop mensen ook hun familie bezoeken. De tweede dienst heeft mede daardoor een eigen karakter gekregen, anders dan de morgendienst. Er zijn beduidend minder mensen aanwezig. Dat geeft meer rust. Die verstilling spreekt een kleinere groep mensen sterk aan.’

informeler

Afnemend plichtsbesef, jongeren die afhaken, kerken die leger worden – al deze verschijnselen zijn zichtbaar in kleinere gereformeerde kerken. Toch zijn er genoeg gemeenten die groeien en waar ook jongeren en gezinnen hun plek vinden. Wat zijn de voorwaarden voor succes?

In veel gemeenten worden traditionele vormen losgelaten en wordt de kerkdienst informeler gemaakt, zoals je dat wel ziet in evangelische gemeenten. Orgel uit de kerk, stropdas af enOpwekkingsliederen zingen. Ligt daar de remedie? Zo simpel is het volgens de meeste predikanten niet, hoewel deze aanpassingen inderdaad breed ingang vinden. ‘Uit onze interviews met veel mensen in Amsterdam-Noord blijkt dat men niet meer van orgel houdt – dus dan verander je dat’, zegt Jurjen ten Brinke, evangelist bij Hoop voor Noord, een christelijk-gereformeerde gemeente in Amsterdam.

De basis voor succes ligt in woord, gebed en preken, zeggen de meeste predikanten. ‘En de sacramenten’, voegt De Bruin toe. ‘Evangelische expressie’ kan volgens Smouter niet zonder een gereformeerde inhoud. ‘In Nederlands-gereformeerde gemeentes zoals die in Houten zie je dat de combinatie van gereformeerd en evangelisch goed werkt. Dat is onze niche. Men noemt ons wel de meest gereformeerde evangelische kerk en de meest evangelische onder de gereformeerde kerken.’

professional

Cruciaal is dat iedereen de mogelijkheid krijgt om een actieve bijdrage te leveren. Voorberg denkt dat dit in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt nog wel wat beter kan. ‘In de gemeente in Korinte droeg iedereen iets bij in de samenkomsten: een lied, een onderwijzing, een openbaring. In de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt gebeurt dat nog vrijwel niet. Iemand kan bijvoorbeeld in de dienst een persoonlijk verhaal vertellen, waarop de dominee in zijn preek terugkomt.’

Ook is het belangrijk voor kerken om een sociaal gezicht te tonen. Hoop voor Noord in Amsterdam legt hierop sterk de nadruk. Ten Brinke: ‘We vinden het belangrijk dat onze mensen als ‘gezicht van Jezus’ actief zijn op allerlei plekken in de samenleving: als leraar in het onderwijs, in de wijk, op het werk.’ Daardoor trekt zijn gemeente een grote diversiteit aan mensen uit de stad. Quant onderstreept het belang van sociale betrokkenheid. ‘De gemeente in Den Bosch, met slechts honderd leden, doet veel voor vluchtelingen.’

Als kerken sociaal actief zijn, vergroot dat het aantal manieren waarop mensen betrokken kunnen zijn bij de kerk. Laagdrempeligheid is belangrijk. Daardoor ontstaat vaak ook interesse in andere activiteiten van de kerk, zoals de zondagse diensten. ‘Mensen die God leren kennen, willen ook vaak op zondag actief zijn’, zegt Ten Brinke. ‘Onder die groep is er meer interesse in de kerkdiensten, dan bij mensen die christelijk zijn opgevoed.’

De Bruin benadrukt de waarde van de zondagse preek voor de bloei van de gemeente. ‘Als je alleen Bijbelstudie doet op een kring is dat vaak toch te ingewikkeld. Mensen komen niet verder en vinden het soms saai. Een predikant voegt dan als professional echt iets toe aan de gemeente.’ ◆

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief