Stilgezet: Hebreeën 2:10: Passend

Want God, voor wie en door wie alles bestaat, achtte het passend de bereider van de redding door het lijden naar de uiteindelijke volmaaktheid te voeren.

Waarom vindt God dat passend? Dat hoeft toch helemaal niet? Als Hij een redder naar ons toe stuurt, kan die toch op goddelijke afstand blijven staan en ons een reddingslijn toegooien om ons uit de modder te slepen? Hij hoeft toch zelf de modder niet in? Dat vindt God dus niet passend, peinst de schrijver van deze brief. Het past kennelijk niet bij Hem, voor wie en door wie alles bestaat. Afstand tot zijn eigen schepping past niet bij Hem. Zelfs als schepseltjes brutaal bij Hem weglopen, blijft Hij nabijheid zoeken. En Hij vindt dat het redden van die doodsbrutale schepseltjes dus ook mo …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?