Portret Samer Younan: Beslissende seconden

Geloof
beeld Jaco Klamer
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Na een uitspraak van de Hoge Raad mocht Samer Younan naar Nederland komen. In een Oostenrijkse gevangenis had hij voor het eerst in de Bijbel gelezen. In moeilijkheden heeft hij Gods hand gezien. Samer Younan is tegenwoordig evangelist en voorganger.

Typisch een gelukzoeker, dat was de 21-jarige Samer Younan in 1999. Hij vond geluk in een Oostenrijkse gevangenis. Kort daarvoor was hij Syrië ontvlucht, onder meer om de militaire dienstplicht te ontlopen.

Hij vluchtte naar Europa en kocht in Hongarije een vervalst document om via Oostenrijk naar Duitsland te reizen. Daar werd hij aan de grens opgepakt en teruggestuurd naar het destijds rechts-populistische Oostenrijk. Samer Younan werd tot een half jaar detentie veroordeeld en koos een hoekje uit in een cel met nog zeven gevangenen. Het rook er smerig, want de wc bevond zich in de andere hoek van de ruimte.

‘Het was een vreselijke plek’, vertelt Younan. Een plek die ze die eerste dag voor een uurtje mochten verlaten om in een ander gebouw wat te lezen en televisie te kijken. ‘Er lag een bijbel in het Arabisch. Die pakte ik en wat ik las, raakte mijn hart. Na een uur lezen, kon ik het niet opbrengen de bijbel terug te leggen. Ik smokkelde hem onder mijn kleren mee naar de cel en bleef lezen, tot diep in de nacht.’

Welk Bijbelboek hij had opgeslagen, weet hij niet meer. ‘Maar ik ervoer in mijn hart dat God mijn vader wilde zijn. Mijn papa. En ik bad: ‘‘Vader, u hebt mij hier gevonden. Als u hier in deze ellendige gevangenis mij al zo vervult met vrede en uw aanwezigheid, dan zult u overal met mij zijn.’’ Ik besloot terug te gaan naar Syrië, waar ik eerst de gevangenis in zou gaan voor het ontlopen van de dienstplicht en vervolgens 2,5 jaar het leger in zou moeten.’

De volgende dag riep een bewaker zijn naam, de valse. Younan vertelde dat hij zo niet heette en dat hij zijn leugens wilde opbiechten. Eerst moest hij echter naar het ziekenhuis voor een medische controle. Met vier bewakers, twee aan elke zijde, betrad hij de wachtkamer. Naar de dokter mocht hij wel alleen. Terug in de wachtkamer waren zijn bewakers verdwenen. Hij zocht ze, vroeg aan de arts wat hij nu moest doen en kreeg brommerig te horen: ‘Geh nach Hause!’

‘Voor God, die mij geestelijk had bevrijd, was het niet moeilijk om mij ook lichamelijk te bevrijden. Hij kan in één seconde je leven veranderen.’

zonder vrienden

Als een Petrus stond hij plotseling op straat, van zijn ketenen bevrijd, maar dan zonder vrienden. Hij belde een oom in Duitsland, vertelde dat hij zijn bewakers zocht en terug zou gaan naar Syrië. Zijn oom foeterde hem uit – ‘je hebt tienduizend dollar betaald om Europa te bereiken!’ – en liet hem halen met een auto.

Op advies van advocaten vroeg hij asiel aan in Nederland. Hij kreeg een plek in een azc nabij Stadskanaal. Na drie maanden ontmoette hij daar voor het eerst sinds zijn bekering een christen, Betty, een vrijgemaakt-gereformeerde weduwe met zes kinderen, die evangeliseerde onder asielzoekers.

‘Zij heeft aangevoeld dat de Here een plan met mij had. Zij werd mijn vrouw, maar ook mijn leermeester.’ Toen ze vijftien jaar geleden trouwden, was zij 50 en hij 23. Ze ging hem voor in geloof, in gebed, moedigde hem aan om te gaan studeren aan de Theologische Universiteit in Kampen en was er binnen anderhalf uur nadat hij moedeloos had gebeld dat hij de studie niet meer zag zitten. Voor een examen las zij hem urenlang de stof voor, terwijl hij zijn ogen sloot en het in zich opnam. Zelf lezen in die nieuwe taal, viel hem te zwaar.

De tijden van échte beproeving en geloofsverdieping waren toen al voorbij. Want anderhalf jaar nadat hij zich in Nederland had gemeld, werd hij uitgezet naar Oostenrijk om in dat land van binnenkomst opnieuw de asielmolen in te gaan. De daklozenopvang werd zijn nachtverblijf. Betty kwam daarnaartoe en dáár trouwden ze. Telkens na zes weken werken, kon ze twee weken in Wenen zijn.

Younan vertelde in de opvang over Christus, werd aangevallen door een moslim en stapte verdrietig een kerk binnen. Daar bood iemand uitkomst: een betaalbaar flatje in de stad en een baan als folderbezorger – werkdagen van acht uur.

Maar in zijn geloof dreigde hij onderuit te gaan. Hij werd geestelijk aangevallen en worstelde met de vraag of God echt bestond. Een Noord-Afrikaanse pastor kwam op zijn pad en bad met hem. ‘Daarna ontving ik rust. Twijfel aan Gods bestaan heb ik sindsdien niet meer, maar iets van angst huist nog in mijn hart: gaat het lukken, kan ik wel weer een nieuwe preek maken voor komende zondag? Het is spannend, en misschien wel goed voor me: in zwakheid laat God zijn kracht zien.’

de Oase

In Oostenrijk ontdekte hij een pand dat de Oase heette, waar evangelisten vanuit de hele wereld kwamen. Ook Samer Younan werd vaste bezoeker, deed mee aan Bijbelstudies en evangelisatiewerk en werd geestelijk opgevoed en sterker.

Toen hij vele jaren later als evangelist in Amersfoort aan het werk ging en er een gemeente ontstond, mocht hij een naam bedenken. ‘Het werd de Oase. Daar, aan de voeten van de Heer, werden mijn ziel en geest verzadigd.’

Younan leerde in Oostenrijk opnieuw dat God bij machte is beslissingen in één seconde te veranderen.’ Betty was hem daarin al voorgegaan. Ze sprak hem moed in toen er een laatste, negatieve uitspraak over zijn uitzetting kwam en reageerde met de uitnodiging: ‘Zullen we bidden?’ ‘Bidden?’, reageerde Samer, ‘we hebben al gebeden, voor de IND, de rechtbank, voor alles – en hier op het papier staan stempels en een handtekening van de rechter.’ Toch deden ze het. Uiteindelijk velde de Hoge Raad een oordeel over zijn zaak en mocht hij naar Nederland komen.

‘Een mens probeert van alles voordat hij naar God gaat. Ik heb in moeilijkheden Gods hand gezien. Vooral als ik bid, merk ik dat Hij met mij is, al ben ik niet iemand die dat 24 uur per dag doet. Hij geeft antwoorden. Soms komen die op in mijn hart, dan ontvang ik rust en een helder inzicht, soms als ik in de auto rijd, soms via mijn vrouw of door een preek. En vaak hielp God mij verder door middel van dromen.

In mijn flat in Oostenrijk werd ik in een droom belaagd door een zwart wezen, de duivel. Mijn vrouw was ook in die droom, gevangen in prikkeldraad, met wilde beesten. Ik hielp haar en raakte ook vast in het prikkeldraad. De duivel lachte terwijl hij ons telkens volgde. De droom herhaalde zich drie keer. Mijn vrouw lag naast me en merkte mijn onrust op. ‘‘Heb je al gebeden?’’, vroeg ze. Dat deden we. Ik ging slapen en droomde opnieuw. Toen de zwarte gestalte verscheen, zei ik: ‘‘In Jezus naam …’’ en nog voordat ik was uitgesproken, zakte hij in elkaar als een kleed. Ik kon gaan slapen en had geleerd in de naam van Jezus de geestelijke strijd te voeren.

Toen ik evangelist werd in Amersfoort, wist ik niet hoe ik dat nieuwe werk moest doen, ik was gewend moslims op te zoeken in azc’s. In die tijd droomde ik dat ik voor een grote gemeenschap stond, een bijbel in mijn handen, en het evangelie verkondigde. Ik werd wakker en ervoer een diepe vrede. Nog voor ik iemand had ontmoet in dat werk in Amersfoort, gaf God het in de slaap. Ik heb het mijn vrouw verteld en niemand anders. Maar nu, nu het is gebeurd en er ’s zondags bij speciale diensten 200 tot 250 vooral Arabischsprekende mensen naar de Oase komen en er 85 leden zijn van wie de helft voorheen moslim, zeg ik: ‘‘Dank u wel, God’’.’

drie werkgevers

Hij is druk als een westerling, voelt zich ook meer westers dan Arabisch en werkt voor drie bazen. Vanuit de vrijgemaakt-gereformeerde classis Kampen, een samenwerkings verband van kerkelijke gemeenten in de regio, gaat hij als pastoraal werker en evangelist azc’s langs. Onder de vleugels van de ICF-gemeenschap in Amersfoort, een initiatief van vrijgemaakt- en christelijk-gereformeerden, is hij evangelist, pastoraal werker en ouderling en in de Oase preekt hij of vertaalt hij in Nederlands-/Arabischtalige diensten. Eén dag in de week werkt hij voor de stichting Evangelie & Moslims, om kerken toe te rusten in de hoop Noord-Afrikaanse Arabieren te bereiken met het evangelie.

Zo kun je hem tegenkomen tijdens een Bijbelstudie of in gesprek met een asielzoeker in een azc, tot ’s avonds laat aan de telefoon met een atheïst, zingend met een groepje kerkleden in het centrum van Amersfoort, of pratend met passanten die afkomen op de bijbel in het Arabisch in zijn kraampje op een snuffelmarkt.

Pratend? Frank en vrij getuigend dat je beter bij Jezus kunt zijn dan bij Mohammed.

‘Nu is de tijd rijp om al die asielzoekers te bereiken met het evangelie. Ze zijn ontworteld, wat is er mooier dan ze te planten in Christus? Hij is het beste voedsel voor een mens.’

Misbruik maken van de situatie, noemen sommigen dat. Younan: ‘Het is juist slecht als je een plant goede grond onthoudt. Ik ken veel moslims die tot geloof zijn gekomen. Vergelijk hun leven in de islam met hun leven in Christus, dan mag je daarna beoordelen of er sprake was van misbruik.’

In deze tijd komt volgens Younan de waarheid aan het licht. ‘Het ware gezicht van de islam is niet meer te verbergen én wie Christus is, valt niet meer te negeren. Hij is gewoon aantrekkelijk. Als Hij zich bekendmaakt, dan wil je Hem volgen. Of je moet jezelf voor de gek houden en hem afwijzen.’

Younan gelooft dat de volgende christelijke generatie in het Midden-Oosten van moslimafkomst is. ‘Een gematigde en vredelievende islam bestaat niet. Wie dat zegt, heeft zijn eigen islam gemaakt.’

 

‘Kijk naar het leven van de profeet van de islam, Mohammed. Wie wil dat nou volgen? In opdracht van Allah trouwde hij met een zevenjarig meisje en ging op haar negende bij haar ‘naar binnen’. Hij trouwde met de vrouw van zijn adoptiezoon en schafte op dat moment de adoptie af. Veel kinderen in moslimlanden lijden als wezen, omdat ze niet geadopteerd mogen worden. Zo zijn er veel meer voorbeelden.’

Hij is bezorgd over christenen in Nederland. ‘Kerkmensen zijn vaak druk met heel andere dingen dan Christus bekend maken en laten zien wat hij in je leven heeft gedaan. Er gaat veel kapot in de wereld doordat christenen Christus niet hebben laten zien. En doordat hun hart niet bij de oogst is waarover Jezus sprak in Matteüs 9. Waar zijn de arbeiders? Elke kerk in elke stad moet zich afvragen: hoe maken we Christus bekend? Ga in de gemeente maar in gebed, twee, drie, zes maanden – dan wordt je hart gevormd en gaan je ogen open voor de manier waarop je Christus zichtbaar kunt maken.’

Maar afwijzende Nederlanders pakt Samer Younan evengoed aan: ‘Ik kom Christus verkondigen. Het is niet eerlijk om hem af te wijzen vanwege christenen die je kent.’

familie

Kort nadat hij tot geloof was gekomen, schreef hij brieven over Jezus en stuurde kopieën naar al zijn familieleden. ‘Mijn atheïstische oudste broer gooide ze boos in de hoek, hoorde ik later. Jaren na mijn vlucht kon ik mijn familie opzoeken en ik nam voor hem een boek over God en wetenschap mee.’

Het was zinloos, zijn familie lachte hem uit en het werden eenzame weken. Totdat hij twee maanden later door zijn broer werd gebeld. Hij was in alle staten, sprak spontaan Bijbelse taal als ‘wat kan mij scheiden van de liefde van Christus’ en vertelde wat er was gebeurd. De bus waarmee hij naar zijn werk reisde, had een aanrijding gehad en hij had lang moeten wachten. Hij doodde de tijd door in het boek van Samer te gaan lezen. Pas ’s nachts om twee uur had hij het uit. ‘Het was of er een vuur door mijn lichaam ging, zo vol was ik van de liefde van Christus’, vertelde hij.

Nu is hij voorganger in huisgemeenten en weigert hij het land te verlaten. ‘Samer’, zei hij, ‘als wij nú in de oorlog Jezus niet zichtbaar maken voor ons volk, wanneer doen we het dan? De rijken en de sterken zijn gevlucht, wie zal aan de zwakken die zijn achtergebleven het evangelie vertellen?’

Ook een andere broer is tot geloof gekomen. Hij is worshipleider en de overige broers en zussen volgden. ‘Alleen mijn vader vindt het moeilijk om in genade te geloven. Hij wil er niet aan dat een dictator die zich bekeert samen met hem in de hemel zou kunnen komen. Dat vindt hij niet rechtvaardig.’

aarzelend

Aan het einde van het gesprek verrast Younan als hij vertelt dat hij het niet makkelijk vindt om als burger van het koninkrijk van God in deze wereld te leven. Die indruk wekte hij tot dusver niet. Dan volgt aarzelend een parabel. ‘Stel, je ziet iemand zitten die doodgaat van honger en dorst, en vlakbij zie je in een kraampje water staan. De verkoper is er niet, maar je pakt het toch, want anders gaat die persoon dood. Later biecht je het op – terwijl dat niet hoeft – en word je veroordeeld voor diefstal.’

Hij heeft er nu 3,5 jaar op zitten sinds de gebeurtenis waarop hij doelt. Heeft hij zich schuldig gemaakt aan mensenhandel, om een leven te redden? Heeft hij een taakstraf of een boete opgelegd gekregen? Younan doet er verder het zwijgen toe, alsof hij al te veel heeft losgelaten. ◆

evangelist uit Syrië

Samer Younan (38) is evangelist en pastoraal werker, met name onder allochtonen.

In 1999 vluchtte hij uit Syrië, onder meer om zijn militaire dienstplicht te ontlopen. Onderweg in Oostenrijk kwam hij tot geloof. Hij is getrouwd met Betty (65) en ze wonen in Amersfoort. ‘De mensen zien mij als een evangelist die velen tot Christus heeft gebracht, maar zij was míjn evangelist. Ze is zo onzichtbaar in alles, maar bijna alles wat ik kan, heb ik aan haar te danken.’

 

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief