Palmpasen: Juichen voor een andere leider

Geloof
beeld Carel Schutte
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Al die feesten en gedenkdagen op de christelijke kalender: wat betekenen ze? En wat kun je ermee in het leven van vandaag? Het ­Nederlands Dagblad vraagt een jaar lang bij iedere kerkelijke hoogtijdag een theoloog om uitleg. Vandaag: dominee Thejon Bos over Palmpasen.

Morgen is het Palmzondag, de zondag voor Pasen die de Goede Week inluidt. Deze zondag dankt zijn naam aan de palmtakken waarmee de mensen Jezus begroetten tijdens zijn intocht in Jeruzalem. Een koninklijke intocht die nog ieder jaar door christenen wordt gevierd. Het licht van Pasen werpt zijn schijnsel vooruit.

Er rijdt een koning binnen in een stad: Jezus. Een stad is de wereld in het klein. Door de straten van deze wereld rijdt een koning. Hij zit niet hoog te paard, maar op een ezel, laag bij de grond. Hij is een vreemde verschijning. Je ziet het niet aan Hem af dat Hij koning is. Geen goud en zilver, geen spierballen, maar een zachtmoedig mens gekleed in een mantel van nederigheid. Een koning waar ieder mens bij kan. Jezus rijdt een stad binnen waar al een koning is. In Jeruzalem regeert Pontius Pilatus, gezagsdrager namens de keizer in Rome. Pilatus rijdt rond op een paard. Hoog verheven, bekleed met pracht en praal en niet te beroerd om geweld te gebruiken als zijn gezag in het geding komt. Er is dus nu een koning op een ezel en een koning op een paard. Beiden zijn in de stad. Er is een goddelijk gezag en er is een aards gezag. Vanaf de dag dat Jezus deze wereld is binnen komen rijden, hebben die twee regelmatig gebotst.

Die koning op een paard heeft een stad óók nodig. Zonder aards gezag verandert het samenleven in een chaos. Jezus is ook niet de stad binnengereden om de politieke leiders van het schaakbord te vegen. Hij is niet een revolutionair die een greep naar de macht doet. Maar je kunt Jezus ook niet in de kerk opsluiten. Zijn koningschap omvat heel het leven. Daarom rijdt Hij dwars door de stad heen. Hij is kwetsbaar, dat wel. Je kunt ook zomaar langs Hem heen kijken. Sterker nog, als Hij ongelegen komt, kun je deze koning oppakken en zelfs doodslaan. Vreemd genoeg dient Hij zich telkens weer aan. Rijdt ineens weer binnen. En voor je erg erin hebt, raak je onder de indruk en krijg je Hem niet meer uit je hoofd en uit je hart. Alsof Hij beslag op je legt zoals een koning dat kan doen.

De eeuwen door zijn er steeds weer mensen geweest die hun leven als een rode loper voor Hem uitrollen. Geraakt door zijn verschijning. Misschien zijn ze al die koningen te paard ook wel beu. Want soms zitten die koningen wel erg hoog. Zien ze niet meer wie er aan de grond zitten. Horen ze niet meer wie er schreeuwt om hulp. Jezus is koning op een ezel. Hij rijdt tussen de mensen door. Neemt een kind op schoot, omarmt een zieke, geeft een arme zijn waardigheid terug. In zijn spoor gebeurt het: ontferming en barmhartigheid. Zij die deze koning volgen, zijn door Hem van hun paard getild en hebben zelf ook hart gekregen voor de mens en zijn schreeuw.

Er zijn in de stad koningen te paard. Presidenten, ministers, burgemeesters, mannen en vrouwen die verantwoordelijkheid nemen en regeren. Vaak doen ze dat integer en wijs. In het aards gezag is veel goeds te vinden. Toch zou het zonder die vreemde koning op een ezel wel killer worden in de stad. Hij warmt de harten van mensen, gaat bij vriend en vijand op bezoek. Staat met de tranen in zijn ogen door een stad op drift. Het is voor de stad – voor de wereld – het mooist wanneer de koning op het paard de trekken vertoont van deze koning op een ezel. Soms is dat zo. Dan staat er iemand op die zich werkelijk ontfermt over de meest kwetsbaren, en hun nieuwe hoop geeft. Maar dan keert het tij weer. Een nieuw gezag treedt aan dat van een ezel niets wil weten. Dan zijn gewone mensen zelf geroepen een stoet te vormen van wie zich laat gezeggen door koning Jezus. Een christen is geen anarchist, maar als het moet, doorkruist hij ieder aards gezag. Omwille van Jezus en tot welzijn van de stad.

Het is met de machtigen in deze wereld een komen en gaan. Leiders klimmen op het paard en vallen er weer af. En God? Hij lacht (Psalm 2). Want Hij weet dat er maar één koning is die eeuwig regeert. Dat is Christus. Hij heeft alles overwonnen wat het leven in de stad bedreigt. Hij rijdt op zijn ezel het dal van de dood binnen en Hij rijdt door naar een nieuwe dag. Met op zijn rug de hele stad. Want die is van Hem. Er zullen koninkrijken komen en koninkrijken verdwijnen, paarden zullen steigeren en weer door hun hoeven zakken. Maar christenen verwachten Christus en zijn Rijk. Eens zal de wereld van vreugde dansen. Daarom zwaaien wij nu al palmtakken en rollen wij de rode loper voor Hem uit.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?