Ongekende spanning rond toelatingsrite predikanten Gereformeerde Gemeenten

Het gebouw van de Theologische School van de Gereformeerde Gemeenten aan de Boezemsingel in Rotterdam. Geloof
Het gebouw van de Theologische School van de Gereformeerde Gemeenten aan de Boezemsingel in Rotterdam. | beeld Henk Visscher
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Ongekende spanning en een zweem van geheimzinnigheid hangt rond het jaarlijks toelatingsritueel voor de predikantenopleiding van de Gereformeerde Gemeenten.

Dezer dagen worden zo’n vijftien kandidaten beoordeeld.

Rotterdam

Elk jaar weer is het een happening. Talloze leden van de Gereformeerde Gemeenten wachten nagelbijtend op nieuws uit Rotterdam, waar de toelatingscommissie (het ‘curatorium’) van de predikantenopleiding van het bevindelijk-gereformeerde kerkgenootschap deze week vergadert. Komt er een mannenbroeder doorheen, dan betekent dat over een paar jaar een nieuwe predikant en daar smachten de gemeenten naar. Slechts een derde van de ruim honderdvijftig gemeenten heeft een eigen voorganger.

Het beperkte aantal toelatingen – doorgaans tussen de één en vier – en de zweem van geheimzinnigheid die rond de toelating door het curatorium hangt, voert de spanning voor Gereformeerde Gemeentenbegrippen op tot ongekende hoogten. Waren de nationale media net zo geïnteresseerd geweest als de doorsnee Gergemmer, dan had het zwart gestaan van journalisten voor de deur van de Boezemsingel. Op een reformatorisch forum, dat garen spint bij de nieuwsgierigheid, werd daarover al gegrapt door een foto van ‘de deur’ van het schoolgebouw te plaatsen: een verwijzing naar deuren die in politiek roerige dagen een belangrijke rol spelen, omdat journalisten daarvoor posten, wachtend op nieuws. Daarvoor zijn bevindelijk-gereformeerden natuurlijk te beschaafd, al meldt het Reformatorisch Dagblad inmiddels dagelijks de uitslag. Officieus is dan allang via telefoon, mail en vooral sociale media en fora rondgegaan als iemand is toegelaten. Een predikant zei daarover ooit: ‘Toen ik hoorde dat ik aangenomen was, drong de bibliothecaris (van de Theologische School, red.) erop aan mijn vrouw te bellen. “Anders weet de hele wereld het al, voordat zij ook maar iets gehoord heeft”.’ Maandag en dinsdag bleef het echter stil. Het negenkoppige curatorium had volgens de officiële verklaring ‘geen vrijmoedigheid’ een kandidaat toe te laten. Vandaag is de laatste dag.

verwijsbrief

Zelfs ingewijden in het kerkgenootschap weten maar beperkt hoe de gang van zaken binnen het curatorium is. Volgens voorzitter ds. Jan van Eckeveld is er niets geheimzinnigs aan, zo zei hij twee jaar geleden in een interview met het Reformatorisch Dagblad. Dit jaar wilde hij het Nederlands Dagblad echter niet daarover te woord staan.

Godsdienstsocioloog Chris Janse, lid en kenner van de Gereformeerde Gemeenten, schat in dat jaarlijks zo’n vijftien mannen zich melden met een verwijsbrief van hun kerkenraad op zak. Een gegeven waarover Van Eckeveld zich niet uitspreekt. Duidelijk is dat vooropleiding nauwelijks een rol speelt bij de toelating. Of iemand een lagere beroepsopleiding heeft gevolgd of hoogleraar is – van beiden zijn voorbeelden – telt in principe niet mee. Het gaat erom of de man kan vertellen hoe God hem heeft bekeerd en of hij kan getuigen van een roeping om predikant te worden. De commissieleden bepalen vervolgens of het verhaal overtuigend is. Dat doen ze niet zonder dat de dag is begonnen met een gebed om leiding door de Heilige Geest, benadrukte Van Eckeveld in het RD. ‘Als we horen hoe de Heere getuigenis geeft van Zijn werk, hoeven we niet veel meer te vragen.’ En: ‘Afwijzingen doen ons verdriet. Maar als de Heere geen duidelijkheid geeft, dan kan het ook niet.’

De meerderheid beslist, maar Janse heeft gehoord dat het curatorium beslissingen – zowel positief als negatief – doorgaans in grote eenstemmigheid neemt. ‘Het gebeurt ook dat mannen worden afgewezen, maar bij de tweede of zelfs vijfde keer wel worden toegelaten. Dat geldt niet als een schande. Kennelijk was die afwijzing nodig.’ Ook ds. Aart Moerkerken, rector van de Theologische School, kwam er volgens Janse pas de tweede keer doorheen.

Diverse andere kerken kennen een toetsing, maar bijna nergens is die zo streng als bij de Gereformeerde Gemeenten. Volgens Janse is dit wel een goede manier om de identiteit van het kerkverband te behouden. Bovendien onderstreept de aanpak de hoge opvatting die het kerkverband van het ambt heeft. En een strenge selectie bij de poort maakt dat vrijwel niemand naderhand nog afvalt. <

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?