O, die ongemakkelijke vervolgingsverhalen

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Erg is het wel dat christenen uit Syrië en Irak worden verjaagd, maar wat moet je ermee hier in Nederland? Hoe je wegkomt van het we-kunnen-toch-niksgevoel.

Van de christenen in Irak is meer dan twee derde het land ontvlucht, van die in Syrië 40 procent. Het gaat om vele tienduizenden geloofsvluchtelingen, maar kale cijfers glijden makkelijk van je af, weten ze bij Open Doors en Stichting De Ondergrondse Kerk (SDOK). De organisaties die zich inzetten voor vervolgde christenen, publiceren daarom niet alleen gedetailleerde landkaarten en cijfermateriaal over verdreven christenen, vermoorde voorgangers en verbrande kerken. Ze komen ook met filmpjes en persoonlijke verhalen van christenen in de verdrukking. ‘Een inkijkje geven in het leven van christenen daar’, noemt Klaas Muurling van Open Doors het. ‘Kerkgebouwen in Syrië en Irak zijn verwoest en gesloten. We hechten allemaal aan de kerk waar we zondags komen, dat geeft herkenning. Daar moeten we naar op zoek: wat hebben we gezamenlijk?’

Het leidt onder geloofsgenoten in het Westen tot grofweg twee manieren van reageren: een deel voelt zich zeer betrokken, en een deel overvalt een gevoel van berusting. Feije Duim, die namens Kerk in Actie verantwoordelijk is voor zendingscontacten in onder meer Syrië, ziet beide reacties als hij in kerken spreekt over de vervolgde kerk. ‘Mensen vinden het allemaal heel erg, maar hebben tegelijk het gevoel dat ze er weinig aan kunnen doen.’ Anderzijds ziet hij dat mensen opveren en zich nauw verbonden voelen met christenen in moeilijke situaties.

Illustratief voor dat laatste is de Open Doors-dag in november, die een bezoekersrecord trok: ruim 10.000 volwassenen en 2700 kinderen – en een collecteopbrengst van meer dan drie ton. Klaas Muurling van Open Doors kan meer van die signalen van betrokkenheid aanwijzen. In de zomer van 2014, toen de berichten over het verjagen, ontvoeren en vermoorden van Iraakse christenen over elkaar heen buitelden, organiseerde Open Doors ad hoc een gebedsavond, die tegen alle verwachtingen in duizend bezoekers trok. En toen ISIS de Arabische letter N (van nasrani’ – ‘Nazarener’) op de huizen van christenen schilderde om hen makkelijk te kunnen traceren, leidde dat tot de internationale actie #WeareN. Uit solidariteit gingen ook Nederlandse christenen het nasrani-teken dragen, op sociale media en T-shirts en armbandjes.

verhalen op afstand

De wil om mee te leven met vervolgde christenen is er dus wel degelijk, zegt dominee Klaas van der Kamp, algemeen secretaris van de Raad van Kerken. Als hij een kerkdienst leidt, krijgt hij geregeld het verzoek een gezang te laten zingen dat de verbondenheid met christenen wereldwijd uitdrukt en kinderen vragen hem niet alleen te bidden voor de zieke kat, maar ook voor vervolgde christenen. Tegelijk dringt de ernst van de situatie waarin Syrische en Iraakse christenen verkeren maar moeizaam door. ‘Het blijven getallen en verhalen op afstand. Het besef ontbreekt dat de kerk in Syrië en Irak echt dreigt te verdwijnen en niet terugkeert. Je kunt het vergelijken met verhalen over de Holocaust. Pas toen Steven Spielberg met zijn film Schindler’s List het leven van een Holocaustslachtoffer in beeld bracht, drongen de verschrikkingen van de Jodenvervolging echt door.’

Zo moeten we de verhalen over wat christenen in door ISIS gedomineerd gebied overkomt, ook willen ‘toelaten in de ziel’, zoals Van der Kamp het noemt. ‘We zijn geneigd het een beetje buiten de deur te houden en er alleen oppervlakkig kennis van te nemen, om onszelf te beschermen. Dat kan ook niet anders, want je trekt het niet als je je echt verdiept in alles wat het journaal brengt. Maar dit is het moment om diep tot je door te laten dringen wat daar gaande is.’

En wat als als je ervan doordrongen bent geraakt, wat er daadwerkelijk aan de hand is? ‘Eerst een poosje stil worden’, raadt Van der Kamp aan. ‘Als het in je ziel doordringt, wordt je gebed intenser. En dan kun je ook meer informatie hebben.’

Daar is de situatie van christenen in Irak en Syrië niet direct mee geholpen, beseft hij. ‘Voel die machteloosheid maar, en draag die met je mee. We hebben het gouden sleuteltje niet. We leven in een samenleving waarin we denken dat we het geluk kunnen organiseren en alle kwetsbaarheid kunnen elimineren. Daar hebben we in de kerk ook last van: even wat dingen regelen en dan hebben we nog niet het koninkrijk Gods, maar toch wel het zwitserleven­­­-

gevoel gerealiseerd. Maar we moeten accepteren dat er ook dingen zijn die nooit opgelost zullen worden. Het beste wat je kunt geven is compassie en mee-lijden. Dat lost het niet op, maar maakt het wel dragelijker.’

lotsverbondenheid

Wie de westerse gelatenheid op het punt van christenvervolging wil doorbreken, zal eerst verbondenheid tussen ‘ons’ en ‘hen’ moeten creëren, zegt Feije Duim van Kerk in Actie. ‘Er moet een gevoel ontstaan dat we bij elkaar horen.’ Datzelfde probeerden organisaties in de jaren tachtig al met hun schrijfacties voor christenen achter het IJzeren Gordijn; kaartjes en brieven gingen in groten getale naar Oost-Europese christenen. Zulke schrijfacties organiseren Kerk in Actie, SDOK en Open Doors nog altijd, maar nu voor geloofsgenoten in landen als Syrië, Nigeria en Pakistan. Op de website van Open Doors zijn bemoedigende standaardzinnen in vijf talen te vinden, plus tactische aanwijzingen (‘Stuur geen kaarten met dierenplaatjes. Dit wordt in veel landen als beledigend ervaren’). Mensen kunnen hun kaarten naar de Nederlandse organisaties sturen, die ze vervolgens doorsluizen naar christenen in het buitenland. ‘We hebben ons wel eens afgevraagd of dat niet een wat achterhaald medium is’, bekent André van Grol van SDOK. ‘Dat blijkt echt niet het geval. We hebben al zo veel verhalen gehoord van mensen die daardoor bemoedigd zijn.’

‘Zo creëer je lotsverbondenheid’, legt Feije Duim uit. ‘Dat is heel belangrijk. Dan kom je weg van het gevoel “wat kunnen we nou?” en “het wordt allemaal alleen maar erger” en “alle christenen zijn straks weg uit Syrië”.’

humanitaire hulp

Volgens Duim nemen de kerken in Syrië in deze tijd van oorlog een uiterst belangrijke plek in. Ze zijn daar, na het Rode Kruis, de belangrijkste hulpverleningsorganisatie. Door die kerken financieel te steunen, kunnen ze humanitaire hulp blijven verlenen. Vanuit de Nederlandse kerken worden tonnen per jaar gegeven. Dat vergroot de kans dat de kerken in Syrië blijven, legt Duim uit. ‘Diaconie is het meest eigene van de kerk. Als wij hier geld geven en de christenen in Syrië er daar goede dingen mee doen, geeft dat een gevoel van: het is een puinhoop in deze wereld, maar samen zijn we niet betekenisloos.’

Toch wringt er iets: compassie is mooi, maar moeten we niet ook laten merken dat we verontwaardigd zijn over wat medegelovigen wordt aangedaan? Moeten we niet in de benen komen, protesteren, handtekeningen verzamelen? Volgens Klaas Muurling van Open Doors behoren demonstraties wel degelijk tot het arsenaal. Maar het is niet iets waar de Nederlandse christenheid erg in geoefend is. De laatste Open Doors-demonstratie dateert alweer van tien jaar geleden, tegen de gevangenneming van tweeduizend christenen in Eritrea. Zo’n 250 demonstranten meldden zich toen bij de Eritrese ambassade in Den Haag met zestigduizend handtekeningen en een zeecontainer met tweeduizend witte ballonnen.

Zo’n protest is de uitzondering die de regel bevestigt: het belangrijkste middel dat organisaties als Open Doors en Stichting De Ondergrondse Kerk in Nederland inzetten, zijn de verhalen van vervolgde christenen zelf. ‘Een deel van de kerk staat daarvoor open, bij een andere deel is er apathie’, signaleert Klaas Muurling van Open Doors. ‘Daarom moeten we blijven herhalen wat er gebeurt, misschien sijpelt daar dan iets van door. In Nederland is er best een gevoeligheid voor christenvervolging, maar we moeten een handje geholpen worden. Want elke dag worden we overspoeld met informatie die onze aandacht opeist.’

Die overvloed aan informatie kan er zomaar voor zorgen dat mensen afgestompt raken, merkt André van Grol van Stichting De Ondergrondse Kerk. Maar het kan geen reden zijn dan maar de hele problematiek van christenvervolging terzijde te schuiven, vindt hij. ‘Je kunt ook besluiten je te beperken tot vervolgde christenen in een bepaald land en daarvoor in gebed gaan of financiële ondersteuning geven. Of nog specifieker: bid voor een bepaalde voorganger of een bepaalde kerkelijke gemeente. Het gaat er allereerst om dat je zelf in vuur en vlam voor Christus staat. Als je dat ervaart, zul je merken dat je aandacht krijgt voor hen die extra moeilijkheden hebben en ga je delen van je rijkdom en je gebed.’

hoopgevende verhalen

Met nadruk zegt Klaas Muurling dat de informatievoorziening niet beperkt moet blijven tot ellende en leed. ‘Er moeten ook hoopgevende verhalen gebracht worden. Anders word je bij voorbaat ontmoedigd. Zelfs in de diepste put is de Here God aan het werk. Dat vind ik een enorme bemoediging.’ De zoektocht naar goed nieuws in Syrië is een zware, erkent hij, maar ze zijn er wel, verhalen van christenen die achterblijven en groeien in gebed en geloof. ‘Uit Syrië komen berichten dat moslims door de wandaden van ISIS en door de goede daden van de kerk nu openstaan voor het evangelie. Dat is ongekend. Ze kunnen bij kerken aankloppen en krijgen noodhulp van mensen die ze eerst maar vreemd vonden.’ Muurling is zich ervan bewust dat zijn organisatie met de bescherming van christenen nogal eenzijdig bezig is. ‘Dat is nou eenmaal de missie van Open Doors, maar steeds vaker zeggen we erbij dat christenen niet de enigen zijn die lijden. Gematigde moslims in Syrië en Irak worden al gauw als afvalligen gezien en zijn daardoor ook slachtoffer van ISIS. In Nederland hebben we opgetrokken met leden van de bahai-beweging, die net als christenen vervolgd worden door het regime in Iran. En we hebben ook contact met het Humanistisch Verbond, omdat humanisten in sommige landen eveneens worden vervolgd. De Ranglijst Christenvervolging is een indicatie voor wat ook anderen overkomt.’ ◆

de psychologie achter meeleven

De omgang met moeilijke verhalen over christenvervolging heeft een psychologische kant. ‘Wij Nederlanders zijn in de regel niet zo goed in het omgaan met gevoelens, en vooral niet met moeilijke gevoelens’, zegt Bart Gooijer, psycholoog bij de christelijke psychologenpraktijk Integro in Hardenberg en secretaris van de Christelijke Vereniging van Psychiaters, Psychologen en Psychotherapeuten. ‘Als ons iets raakt, verdriet doet of bezwaart, is een standaardreactie om maar door te gaan en zo te ontsnappen aan die moeilijke gevoelens.’

Christenvervolging is zo’n onderwerp, zegt Gooijer. ‘Als je daar even bij stilstaat, denk je al gauw: wat verschrikkelijk.’

Het is volgens Gooijer een kunst stil te staan bij de vraag hoe christenvervolging je raakt. Daarna kun je je afvragen hoe je die gevoelens omzet in bewogenheid. ‘Dat vergt een verinnerlijkingsslag’, legt Bart Gooijer uit. Vervolgens zijn er twee manieren om met berichten over christenvervolging om te gaan: oplossingsgericht (wat kan ik doen om het te veranderen?), en emotiegericht (hoe raakt dit me en kan ik met die gevoelens wat doen?). Zo kunnen gevoelens van boosheid helpen om in actie te komen, en gevoelens van verdriet aanzetten tot bewogenheid. Geld geven, bidden of een schrijfactie voor vervolgde christenen zijn ook mogelijkheden om gevoelens van betrokkenheid en bewogenheid te uiten.

Gouden tip van de psycholoog: je kunt niet te veel ellende op je nemen. Beperk je tot bepaalde doelen of doelgroepen. ‘Maak keuzes, zodat je wat je doet van harte kunt doen.’

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief