Niet persoonlijk schuldig, toch spijt betuigen

Geloof
beeld istock
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Moeten we nú excuses aanbieden voor wat anderen tóén deden? Die vraag klinkt in de aanloop naar eenwording van de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.

excuses namens voorgeslacht

Als hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad bood Sjirk Kuijper dit voorjaar excuses aan voor de rol die de krant speelde bij de vrijgemaakte kerkscheuring eind jaren zestig. ‘Twee partijen hadden elk hun eigen spreekbuis. Maar ook het Gereformeerd Gezinsblad, voorloper van deze krant, koos ondubbelzinnig partij. Dat berouwt ons nu. Zo willen we het niet meer doen’, schreef hij in het hoofdredactioneel commentaar.

Paus Franciscus bood het afgelopen voorjaar excuses aan de Rwandese president Paul Kagame aan, voor de rol die zijn kerk speelde bij de genocide in 1994. Eerdere excuses van Rwandese bisschoppen vond Kagame ‘volstrekt ontoereikend’. Het Vaticaan zou om vergeving moeten vragen. Dat deed de paus. Hij vroeg om vergiffenis voor de zonden en tekortkomingen van de kerk en haar leden.

Het Rode Kruis bood deze week excuses aan voor de handelwijze in de Tweede Wereldoorlog. Uit onderzoek bleek dat de hulporganisatie weinig tot niets had gedaan voor de Joden in Nederland die door de Duitsers werden vervolgd. Het Rode Kruis zei dat het bestuur destijds heeft gefaald door niet op te komen voor de meest kwetsbaren.

Vorig jaar besloot het kabinet-Rutte II dat er een onderzoek moest komen naar de rol van het Nederlandse leger tijdens de dekolonisatie van Nederlands-Indië. Aanleiding was een onderzoek van de Zwitsers-Nederlandse historicus Rémy Limpach. Hij concludeert dat Nederlandse militairen buitensporig geweld hebben gebruikt. Voordat duidelijk is wat er precies is gebeurd, wil de Nederlandse regering geen excuses uitspreken.

De diepe wond die in de jaren zestig is geslagen, lijkt een litteken te worden. Jonge generaties begrijpen niet waar de ruzie toen over ging en willen door. Predikanten die destijds werden afgezet of geschorst omdat ze hun handtekening hadden gezet onder de bekende ‘Open Brief’ of weigerden er openbaar afstand van te nemen, worden her en der weer in ere hersteld. Soms op hun sterfbed, net op tijd, soms postuum. Bij mensen die het van dichtbij meemaakten, zit nog pijn. Zij zagen hun families scheuren en hun ouders gebukt gaan onder de strijd. Verdienen zij een excuus? Volgende week, op zaterdag 11 november houden de twee kerken een gezamenlijke vergadering. Moet iemand daar namens een heel kerkverband spijt betuigen? De Nederlands-gereformeerden vragen er niet meer om, maar bij sommige vrijgemaakten leeft de behoefte om schoon schip te maken. Dat gaat echter niet zomaar. Niet elke vrijgemaakte zal erachter staan en bovendien is er nooit een onafhankelijk onderzoek gedaan naar wie er precies schuldig is en waaraan. Hoe oprecht zijn excuses dan?

Als mensen pijn ervaren over wat er destijds is gebeurd en geholpen zijn met excuses, wat is dan het probleem? Nou, zegt de vrijgemaakt-gereformeerde emeritus predikant Aryjan Hendriks, ‘dan spreken ze niet namens mij’. Hendriks was dominee in Delft ten tijde van de scheuring en is het niet eens met de toenadering tussen de vrijgemaakten en Nederlands-gereformeerden. De twee kerken denken nu eenmaal anders over zaken als de belijdenis, kinderen aan het avondmaal en de positie van vrouwen, vindt Hendriks. Dat was destijds al het geval. In zijn ogen was uiteengaan de enige optie. ‘Als je excuses aanbiedt, moet je ook precies noemen wat er fout ging. Dat is nog niet zo eenvoudig, want het verschilt enorm per plaats hoe de zaken liepen. En vaagjes schuld belijden, over de sfeer en de houding, daar koop je niks voor. Je krijgt misschien de tranen in de ogen, maar dat helpt natuurlijk geen bal. Je moet de dingen op het niveau van de kerkorde en binding aan de belijdenis bespreken.’

grofheden

Het is de vraag of het een voorwaarde is voor een schuldbelijdenis, dat iedereen het ermee eens is. Anderen vinden dat er wel degelijk iets verkeerd is gegaan aan vrijgemaakte zijde, de grote, dominante groep die anderen dwong tot kleur bekennen. Het is duidelijk dat de bal ligt bij dat forse kerkverband, met nog altijd meer leden dan de Nederlands-gereformeerden. Aan beide kanten zijn grofheden aan te wijzen, maar de Nederlands-gereformeerden waren niet degenen die de ‘hakbijl’ hebben gehanteerd. Dat woord gebruikt kerkhistoricus George Harinck, werkzaam aan de Theologische Universiteit Kampen. Toch spreekt hij niet graag van excuses. ‘Ik heb meer met het begrip schaamte’, zegt Harinck. ‘Als je je excuses aanbiedt, erken je dat je iets verkeerd hebt gedaan. Maar dat is niet het geval, het gaat om de mensen die toen actoren waren. Als je zegt dat je je schaamt voor wat er destijds gebeurde, geef je aan dat je je ermee verbonden weet. Zoals je ook trots kunt zijn op wat een ander doet, bijvoorbeeld als jouw voetbalclub kampioen wordt.’

Of het nu gaat om schaamte of excuses uitspreken, je moet goed weten waarover je het hebt, vindt de historicus. ‘Waarheidsvinding vind ik erg belangrijk. Het gaat mij er niet om precies te kunnen aanwijzen wie er schuldig was. Maar je kunt na historisch onderzoek ook concluderen dat er minder te schamen valt dan je dacht.’

Om die reden heeft het Archief- en Documentatiecentrum van de de Theologische Universiteit een uitgebreid onderzoek gepubliceerd, over de zogeheten ‘attestenkwestie’. Rond de scheuring waren er veertien studenten die hun studie in Kampen niet mochten voortzetten en afronden omdat ze niet bij de juiste kerk hoorden. ‘Als we gaan samenwerken met de Nederlands-gereformeerden, moet die kwestie eerst de wereld uit’, aldus Harinck. Op 8 december zal de universiteit op een symposium in gesprek gaan met de betrokkenen. De universiteit is er nog niet over uit wat ze precies zal zeggen tegen de slachtoffers.

ballingschap

Voor Erik de Boer, professor kerkgeschiedenis in Kampen, is het geen probleem om excuses aan te bieden voor iets waar je zelf niet bij was. ‘Je kunt verantwoordelijkheid nemen voor wat een ander heeft gedaan. Dat zie je ook in de Bijbel gebeuren. In Daniël vraagt de profeet God om vergeving voor wat zijn voorouders misdeden. Hij zit midden in de ballingschap, terwijl hij geen deel heeft gehad aan de zonden die tot die ballingschap hebben geleid. Dat is voor mij de reden om te zeggen: je kunt wel degelijk verantwoordelijkheid aanvaarden voor degene die jij, door je ambtelijke positie, opvolgt.’

Het deed hem dan ook pijn toen de vrijgemaakte synode van Zuidhorn, in 2002-2003 een verzoek om collectieve excuses van tafel veegde. De Boer zat die vergadering voor en moest zich daarom wat afzijdig houden. ‘Er lag een verzoek om de gebeurtenissen uit de jaren zestig in studie te nemen, om op basis daarvan te kunnen komen tot schuldbelijdenis. Een meerderheid was tegen, omdat er in hun ogen destijds goed gehandeld was. Het ging om hun vader of opa. Die zouden volgens hen bij voorbaat in het verdachtenbankje zitten.’ De kerkrechtdeskundige van toen, Mees te Velde had destijds een grote vinger in de pap, herinnert De Boer zich. ‘Hij zei dat je de beslissingen van je voorgeslacht niet kunt overdoen. Uiteindelijk werd het verzoek afgewezen omdat het onvoldoende was voorbereid en onderbouwd.’

vijandschap

Is het met de kennis van nu inderdaad niet te makkelijk oordelen? In de jaren zestig was de tijdgeest anders en lag er nu eenmaal veel nadruk op het naleven van de leer. Onzin, vindt Hans Werkman. Hij zat destijds dicht bij het vuur, gekozen als ouderling in de nog ongescheurde kerk van Kampen, waar gemeentelid professor Jaap Kamphuis aan vrijgemaakte zijde een bepalende rol speelde in het conflict. ‘Er heerste daar vijandschap. De woorden “vijand” en “fout” werden over en weer gebruikt’, vertelt Werkman, die destijds 28 was en Nederlands-gereformeerd werd. ‘Ook toen waren er al mensen die een tussenpositie innamen. Ik was zo iemand. Naar beide partijen probeerde ik te zeggen dat ze hun standpunten niet zo moesten bevriezen. Cees Veenhof, een professor die buiten de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt kwam te staan, zei nog tegen mij: “Over vijf jaar hebben ze grote spijt en dan maken ze het goed.” Dat is vijftig jaar geworden. Maar hij hamerde erop elkaar te blijven bevragen. Die onverdraagzaamheid, vooral bij de vrijgemaakten, bleef bestaan omdat men niet luisterde naar mensen die op grond van de Bijbel om verdraagzaamheid vroegen.’

Werkman weet dat veel Nederlands-gereformeerden niet zitten te wachten op excuses. Toch denkt hij dat het heilzaam kan zijn, ook als signaal aan de buitenwereld. ‘Op lokaal niveau heb ik gezien dat het pijnverlichtend kan werken, als een pleister op de wond. Als er landelijk excuses worden aangeboden, trekt dat nog meer aandacht. Het Algemeen Dagblad zal er niet over schrijven als mensen in Ede schuld belijden. Wel wanneer zoiets door kerkverbanden zelf wordt gedaan.’ Kun je wel excuses aanbieden voor iets dat anderen gedaan hebben? Ja, vindt Werkman. ‘Je bent via het kerkverband familie van elkaar. Als mijn opa iets heeft gedaan waar een ander het slachtoffer van is, drukt dat ook op mijn ziel. Het maakt mijn excuses geldig, vind ik, omdat we familie zijn.’

schok in het stadion

Als de vrijgemaakten een collectief excuus zouden maken, zijn ze daarmee niet de eersten. Tien jaar geleden hebben twee kerkleiders namens hun achterban sorry gezegd voor wat er jaren daarvoor misging. Bas Plaisier, destijds scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, was in 2007 te gast bij het honderdjarig jubileum van de pinksterbeweging. Hij vroeg daar openlijk vergeving voor hoe er in zijn kerk in het verleden gesproken werd over pinksterchristenen. Peter Sleebos, destijds voorman van de Verenigde Pinkster- en Evangeliegemeenten, weet nog goed hoe dat ging. ‘We waren in het Olympisch Stadion in Amsterdam, met duizenden mensen. De toonzetting van Plaisier was zó bijzonder. Er ging een schok door de mensen en sommigen zaten met tranen in hun ogen te luisteren. Je zag aan de gezichten op de voorste rij dat er wat gebeurde in hun harten.’ Het bracht hem ertoe om op zijn beurt vergeving te vragen, op de synode van de PKN. ‘Dat kreeg ik direct op mijn hart. Wij hebben ook negatief gesproken over ‘de kerk’ en dat is niet goed geweest. Alsof er in gevestigde kerken geen geestelijk leven is. We staan op de schouders van de mensen die voor ons geleefd hebben. Hun schuld dragen wij mee. Vergeving vragen is het verlangen van Gods hart. Als we Hem gehoorzamen, mogen we ook zegen verwachten. We hebben niet alleen elkaar pijn gedaan, maar ook God.’ Sleebos heeft niet eerst zijn achterban gepeild om te controleren of hij wel namens alle pinksterchristenen kon spreken. Hij nam als leider de verantwoordelijkheid, zegt hij, om Gods wil te zoeken. ‘Daarna kan het effect hebben op de achterban, die je daarin volgt. Als leiding heb je de verantwoordelijkheid om de eerste stap te zetten, je kunt niet gaan zitten wachten tot iedereen het eens is.’

risico’s

Het kan dus, zo blijkt. Maar er zitten wel risico’s aan een collectief excuus. Daarop wijst Dick Allewijn, hoogleraar mediation aan de Vrije Universiteit. ‘Zorg dat je weet waarvoor je excuses aanbiedt. Wat is het dat de andere partij van je verlangt? Anders kan het zijn dat er honend wordt gezegd: dit zijn geen excuses.’ Als er te ruimhartig excuses gemaakt worden, is dat vaak niet geloofwaardig, zegt Allewijn. ‘Iemand die graag excuses ontvangt, luistert juist naar wat er níét gezegd wordt. Het gevaar is dat er te makkelijk “sorry” wordt gezegd. Dan is waarheidsvinding dus gewenst.’

Professionele vredestichters, die bijvoorbeeld in landen werken waar een heftig conflict heeft gespeeld, hebben een ander middel om verzoening te bevorderen, vertelt Allewijn. ‘Een echt vredestichtend proces zou mensen ruimte moeten bieden om hun verhalen te delen. Dat gebeurt momenteel ook tussen Bosniërs, Kroaten en Serviërs. Mensen vertellen hoe zij geleden hebben en de ander aanvaardt dat verhaal.’ Zonder de focus op schuld, kunnen mensen op het niveau van lijden en pijn elkaars verhalen herkennen, zegt Allewijn. ‘Als beide partijen vertellen dat ze niet meer met dezelfde vriendjes mochten spelen, of dat hun familie uiteen is gevallen, kun je samen zeggen: was dat maar nooit gebeurd.’

allemaal emotie

Verhalen delen en daarmee vrede te stichten? Emeritus dominee Aryjan Hendriks gelooft daar niet zo in. ‘Wat schiet je daar nu mee op? Niks. Je kunt eindeloos praten, maar er is uiteindelijk gewoon verdeeldheid over hoe je kerk moet zijn.’ Dat onderling vertrouwen kan groeien door verhalen uit te wisselen, is voor Hendriks geen steekhoudend argument. ‘Kijk, het werkt allemaal op emotie. Dat is de mode tegenwoordig. Daar worden de kerken niet opeens één van. Ik moet het allemaal nog maar zien.’ Wat zou hij doen als de kerkleiders van nu excuses aanbieden voor wat er tóén gebeurde? ‘Ik ben een oude dominee, ik heb mijn tijd gehad, ik zwijg.’ ◆

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?