Na vijftig jaar een kijkje nemen in de kerk

Geloof

Van een stoomcursus Gregoriaans en de Chinese bewegingsleer Qigong tot simpelweg de deuren van de eigen monumentale kerk openzetten voor het publiek. Kerkennacht 2015 in Arnhem. ‘Er zijn mensen in onze kerken geweest die er normaal nooit zouden komen.’

Arnhem

‘Oeoeoeo, ooooo, aaaaa, iiiii!’ Onder het Maria­-altaar in de neogotische St. Martinuskerk in Arnhem laat Eize Leertouwer de stemmen van een aantal mensen toonladders opklimmen en afdalen. De koordirigent geeft Gregoriaans voor beginners. Dat is eenstemmige, gedragen kerkzang die onderdeel uitmaakt van de klassieke liturgie in de Rooms­-Katholieke Kerk.
De stoomcursus is onderdeel van het programma waarmee de katholieke gemeenschap meedeed aan de Kerkennacht 2015. Onder het motto ‘De kerk binnenstebuiten’ – dit jaar het thema van het tweejaarlijkse landelijke evenement – zetten achttien kerken in Arnhem hun deuren open voor het publiek. Landelijk deden in totaal 292 kerken in 66 plaatsen mee, zes meer dan twee jaar geleden.
De musicus leert zijn leerlingen eerst rustig in – en uitademen. ‘Voor we gaan uiten, moeten we innen.’ Daarmee bedoelt hij dat de deelnemers eerst innerlijk in een juiste stemming moeten komen. Hij zingt de lastige toonladders voor, gevolgd door de oefenaars. De kerkruimte vult zich met o’s, a’s en i’s, geholpen door een goede akoestiek.
Aan het eind zijn de cursisten in staat vier gezangen te zingen, waaronder het Kyriegebed, het Agnus Dei en het Alleluia – allemaal onderdeel van de mis. De kerkzang zit vol symboliek, doceert Leertouwer. Veel liederen bestaan uit drie delen, of worden drie keer gezongen en verwijzen daarmee naar de drie­-eenheid van God. ‘In de kerkzang zingen we nooit een h, dus geen halleluja, of hosanna. De e wordt een è , en de o spreek je uit als amazone in het Frans.’
Het Stadspastoraat, gevestigd in een voormalig winkelpand in het Spijkerkwartier, laat vrijdagavond een heel ander gezicht zien van de kerk. Het is een oecumenisch centrum voor ‘bezinning, bezieling en ontmoeting’, dat onder de vleugels valt van de Protestantse Gemeente Arnhem. ‘De kerken lopen leeg en daarom is het goed een plek te hebben voor spirituele zoekers. Vanwege de secularisatie beperken we ons niet tot de christelijke meditatie. Ook andere spirituele bronnen krijgen bij ons een plaats’, vertelt pastor Ad Boogaard. 
Daar is geen woord Frans bij. In de kleine ruimte is een framedrum te horen, klinkt Joodse meditatieve zang en liggen op een stamtafel kaarten met levensvragen. Een leraar beoefent met vier vrouwen Qigong, een Chinese bewegingsleer die de lichamelijke en geestelijke gezondheid zou bevorderen. De vrouwen houden hun handpalmen op een paar centimeter van elkaar. De een beweegt de handen naar voren, de ander naar achteren, zonder dat ze elkaar raken. Na geduldig oefenen moet dat het gevoel bevorderen. Wat is er nog christelijk aan het spirituele centrum? Boogaard: ‘We lezen uit de Bijbel, doen ook aan christelijke meditatie en activiteiten als icoonschilderen. En vergeet niet: ik ben een christelijke pastor.’

druppelen

Het Stadspastoraat trok de hele avond ongeveer twaalf bezoekers. Het bescheiden aantal mensen past in het beeld: de kerkennacht in Arnhem is niet een evenement dat een grote stroom bezoekers op gang brengt. Wie van kerk naar kerk loopt, ziet dat de terrasjes in de binnenstad, ondanks de druilerige regen, vol zitten. Maar in de kerken druppelen de mensen binnen. Voorzitter Johannes Kon van de organiserende plaatselijke Raad van Kerken vindt het bezoekersaantal meevallen. De Koepelkerk trok toch nog 78 belangstellenden, de Waalse kerk 42 en de Sint Walburgiskerk uit de veertiende eeuw wist met een programma van kerkschatten bekijken en een koor 50 mensen te trekken. 
‘Hoge bezoekersaantallen zijn ons doel niet. Er zijn mensen in onze kerken geweest die er normaal nooit zouden komen. Met een aantal van hen zijn er diepe gesprekken gevoerd’, aldus Kon. Over twee jaar doet Arnhem weer mee, verzekert hij. ‘Absoluut, je laat als kerken zien dat je bestaat en dat religie er toe doet.’
De Koepelkerk is de thuisbasis van de vrijgemaakt­-gereformeerden. De gemeente doet mee aan de Kerkennacht met een sober programma. Zij wil vooral haar kerk laten zien. Met een goede reden, want in 2013 is het monumentale gebouw uit 1837­/1838 grondig gerestaureerd. Twee bezoeksters bekijken in de kerkzaal het fraaie Naberorgel, eveneens een monument. Waarom zij over de drempel van de kerk stapten? Maayke, die niet met haar achternaam in de krant wil: ‘Ik ben geïnteresseerd in religie. Ik woon al vijftig jaar in Arnhem, maar had nog nooit een kijkje genomen in deze kerk.’ <
Stabilisatie of bescheiden groei
‘Ik verwacht dat het bezoekersaantal van de Kerkennacht zich stabiliseert of zelfs groeit.’ Dat zegt algemeen secretaris Klaas van der Kamp van de Raad van Kerken in Nederland, de platformorganisatie van kerken die de Kerkennacht ondersteunt. Twee jaar geleden trok het evenement 150.000 mensen, vier jaar geleden 50.000. Van der Kamp gaat tijdens de Kerkennacht altijd op tournee langs een aantal plaatsen, maar reële cijfers voor dit jaar kan hij nog niet geven. De komende dagen krijgt hij uit de deelnemende plaatsen het geschatte aantal bezoekers. Woensdag wordt een definitieve inventarisatie gemaakt. De indicatie van het bezoek in Arnhem noemt hij ‘bescheiden’ voor een grote stad. ‘In andere grote plaatsen komen honderden mensen naar de kerken. Zeventig procent daarvan, blijkt uit onderzoek, zou er anders niet komen.’
PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief

Nieuws