Kerkfusie op handen: eindelijk af van dat ‘vrijgemaakt’

Geloof
beeld De Boer illustraties
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Als de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt fuseren met de Nederlands Gereformeerde Kerken, wordt er een vernieuwde kerk geboren. Welke naam zal ze krijgen? Vijf opties voor op het geboortekaartje.

De uitgerekende datum ligt ergens in 2023, zeggen de leiders van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) en de Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK). De twee kerken zijn uiteen sinds een scheuring in 1967. Die ging gepaard met veel pijn en verdriet, dwars door families en gezinnen heen. Nu, vijftig jaar later, werken veel plaatselijke kerken aan verzoening en samenwerking, of zijn ze al samengegaan. Sneller dan verwacht, besloten de vrijgemaakt-gereformeerden afgelopen voorjaar dat ze de komende drie jaar alles gaan doen wat nodig is voor een hereniging met de Nederlands-gereformeerden. Een gezamenlijke vergadering staat al gepland op 11 november dit jaar. Niet onverstandig om alvast na te denken over een naam. Wordt de gefuseerde kerk vernoemd naar haar voorgangers? Krijgt ze een unieke, nieuwe naam waarmee ze aantrekkelijk is voor een nieuwe generatie gelovigen? Het Nederlands Dagblad vroeg lezers en ervaringsdeskundigen mee te denken.

Nederlands Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

Het lijkt logisch. De Nederlands Gereformeerde Kerken plus de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt maakt de Nederlands Gereformeerde Kerken vrijgemaakt. Hoe verleidelijk ook, doe het niet, adviseert Pieter Leendertse, marketingstrateeg bij reclamebureau KesselsKramer. ‘De grootste fout die je kunt maken bij een fusie, is een compromis zoeken in de naam. Hier zou je hetzelfde krijgen als bij de ABN Amro-bank: twee namen blijven gehandhaafd, maar in combinatie met elkaar is het nietszeggend.’ Het lijkt een open deur, maar een naam moet wel een betekenis hebben, zegt Leendertse. ‘Er worden veel namen verzonnen die niets betekenen, bijvoorbeeld energiebedrijf Alliander. Dat is inhoudsloos. Zeker in het geval van een kerkgenootschap moet duidelijk zijn waar het over gaat.’

Ook Bas Plaisier ziet niets in dit compromis. Hij was als scriba nauw betrokken bij een nog ingewikkelder kerkfusie, tot wat nu de Protestantse Kerk in Nederland is. Gereformeerden, lutheranen en hervormden moesten een naam verzinnen waar ze zich alle drie in herkenden. Een langdurig proces, waar jaren overheen zijn gegaan. Plaisier: ‘Bij het zoeken naar de naam wilden we niet naar het verleden kijken, maar naar de toekomst.’ Mede daarom vindt hij de Nederlands Gereformeerde Kerken vrijgemaakt geen goede optie. ‘Daarmee zit je in het verleden. Wie weet nog waar de vrijgemaakten van zijn bevrijd? Dat was van een kerkelijk juk dat vroeger een rol speelde. Tegenwoordig moet je een insider zijn om dat te begrijpen.’

Bovendien is het de vraag hoe aantrekkelijk deze naam is voor mensen die een kerk zoeken. Toen in 2000 de twee christelijke politieke partijen de Reformatorische Politieke Federatie (RPF) en het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) fuseerden, was het belangrijk dat de nieuwe naam aantrekkelijk klonk voor buitenstaanders, vertelt Egbert Schuurman. Hij was in die tijd fractievoorzitter van de Eerste Kamer voor de RPF. ‘De naam ChristenUnie was aantrekkelijk voor alle christenen, ook bijvoorbeeld christenen in de Bijlmer die toen nog veel op de Partij van de Arbeid stemden.’

Gereformeerde Kerken vrijgemaakt

Spreken we eigenlijk van een fusie als twee kerken die ooit uit elkaar zijn gegaan, weer één worden? In 1967 ontstond er een groep kerken die buiten het verband van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt kwam te staan. Het duurde dan ook tot 1979 totdat de ‘buitenverbanders’ een eigen naam kregen: de Nederlands Gereformeerde Kerken. Volgens George Harinck, kerkhistoricus aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en gespecialiseerd in het protestantisme, is het helemaal niet gek om de naam te kiezen van voor de scheuring. ‘Een nieuwe naam lijkt me onlogisch bij het herstel van een weeffout.’

Bas Plaisier denkt daar anders over. ‘Bij de Protestantse Kerk kwamen er drie kerken samen. We hebben vanaf het begin gezegd: we gaan geen proces in waarbij de ene kerk zich aansluit bij de ander. Anders doe je alsof het geen vereniging is, maar een terugkeer. Dat was een pijnlijk en principieel punt.’

Egbert Schuurman is lid van de Nederlands Gereformeerde Kerken en was bij de vergadering waar die naam werd vastgesteld. ‘Er waren mensen die beslist ‘Gereformeerde Kerken vrijgemaakt buiten verband’ wilden blijven heten. Zelf vind ik het niet zo gek als er nu wordt besloten dat we na de fusie weer Gereformeerde Kerken vrijgemaakt gaan heten. Ik heb me altijd vrijgemaakt gevoeld.’

De vraag is echter of de vrijgemaakten zichzelf nog wel zo willen noemen. Die toevoeging is na de Vrijmaking in 1944 ontstaan als noodzakelijk kwaad. De vrijgemaakten zagen zichzelf als de ware voortzetting van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Zij gebruikten de toevoeging ‘vrijgemaakt’, of eerder nog ‘onderhoudende artikel 31’, om zich te onderscheiden van de ‘synodalen’: degenen die zich wél ­onderwierpen aan synodebesluiten waarvan de vrijgemaakten zich hadden vrijgemaakt. Ze moesten wel, om aan buitenstaanders zoals de burgerlijke gemeente of postbode aan te geven op welke Gereformeerde Kerk zij doelden. Als er dan toch een vernieuwde kerk ontstaat, misschien is dit dan het moment om eindelijk bevrijd te worden van dat woordje vrijgemaakt en weer gewoon te spreken van gereformeerd.

Gereformeerde Kerken

Formeel heten de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt nog altijd: Gereformeerde Kerken in Nederland. Zo staat het voor op het jaarlijkse kerkelijke adressenboek en zo zijn ze bekend bij de Belastingdienst.

Na de Vrijmaking is er nooit een juridische strijd gekomen over die naam, die in bezit was van de synodalen. De kans bestaat dat die strijd er alsnog komt. Nu de ‘synodalen’ zijn opgegaan in de Protestantse Kerk in Nederland, liggen daar de rechten van de naam Gereformeerde Kerken in Nederland. En de PKN heeft het al eens eerder op een rechtszaak laten aankomen. Een aantal hervormden wilde destijds niet mee in de fusie, werd zelfstandig en noemde zich de Nederlandse Hervormde Kerk, precies zoals een van de fusiekerken. De Protestantse Kerk spande in 2006 een kort geding aan, omdat zij het recht heeft op de oorspronkelijke namen en dus ook op de combinatie ‘Nederlandse Hervormde Kerk’ of ‘Hervormde Gemeente’. Zodoende werd het de Hersteld Hervormde Kerk.

Om zulk juridisch getouwtrek te voorkomen, kunnen de te fuseren kerken ervoor kiezen de woorden ‘in Nederland’ te laten vervallen en het te houden bij Gereformeerde Kerken. Temeer omdat een kleine groep ex-vrijgemaakten zich de Gereformeerde Kerken Nederland noemt en dus dezelfde afkorting zou gebruiken: GKN.

In ieder geval kan de nieuwe fusiekerk niet om het woordje ‘gereformeerd’ heen, vindt ­Harinck. ‘De kerk van de Reformatie in Nederland, dat was de Gereformeerde Kerk. Totdat koning Willem I daar de Nederlandse Hervormde Kerk van maakte. Daar kwam verzet tegen en daaruit is alles wat zich nu gereformeerd noemt, voortgekomen.’ Hervormd zijn betekende volgens orthodoxe critici afstand nemen van de klassieke gereformeerde leer, zegt Harinck. ‘Als je nu praat over gereformeerd komt daarin de wereld van Abraham Kuyper mee: vooraan staan in de samenleving, activisme, verantwoordelijkheid nemen, sober zijn. De mannetjesputters die overal actief zijn.’ En gereformeerd zijn is bovenal: hechten aan de leer. Dus waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? De naam Gereformeerde Kerken zegt genoeg: we zijn gewoon gereformeerd.

Marketeer Leendertse adviseert er toch iets voor te zetten. ‘Het is goed om iets toe te voegen aan het woord gereformeerd, omdat het een wat zware klank heeft.’ Een idee waarmee veel lezers kwamen, toen het Nederlands Dagblad hun vroeg mee te denken, was: Verenigde Gereformeerde Kerken. Dat is in feite wat er gebeurt: twee kerken die uiteenvielen, zijn weer bij elkaar gekomen.

Om diezelfde reden zou de PKN in eerste instantie de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland gaan heten. Maar ‘Verenigde’ verviel in het laatste stadium, herinnert Plaisier zich. Hij raadt het de vrijgemaakten en Nederlands-gereformeerden dan ook af. ‘Het proces van vereniging is voor nu belangrijk, maar in de toekomst zegt het niets meer.’ Leendertse is het daarmee eens. ‘Als je iets aan dat woord gereformeerd toevoegt, zoek dan iets ontwapenends, iets positiefs.’ Want je zou het bijna vergeten, maar een kerknaam moet ook aantrekkelijk zijn voor mensen van buitenaf. Dan wil je niet de geschiedenis van een kerkscheuring moeten vertellen, als je wilt uitleggen waar de naam voor staat.

Evangelisch-Gereformeerde Kerken

Een positieve aanduiding ervoor dus. Evangelisch werd door veel mensen genoemd. De combinatie evangelisch-gereformeerd dook al eens eerder op in verband met de Nederlands-gereformeerden. Ad de Boer, oud-directeur van de Evangelische Omroep, was erbij toen die kerken over de nieuwe naam vergaderden, in 1979. Hij pleitte voor: Evangelische Gereformeerde Kerken.

Vijfentwintig jaar later zei hij daarover in het Nederlands Dagblad: ‘Het drukte volgens mij precies uit wat wij waren of althans wilden zijn. Enerzijds gereformeerd, maar tegelijk met een grote nadruk op het hart van de mens.’

Ook Plaisier heeft over die naam nagedacht tijdens de fusie. ‘Wij dachten erover ons evangelisch te noemen, in navolging van de Evangelische Kirche in Deutschland. Maar in Duitsland staat het woord evangelisch voor een brede, christelijke stroming, terwijl het in Nederland een specifieke bijklank heeft gekregen. Hetzelfde probleem heb je met het woord reformatorisch. Dan moet je het weer gaan uitleggen.’ Toch vindt hij het niet gek als de vrijgemaakten en Nederlands-gereformeerden hiervoor kiezen. ‘Ik kan het me levendig indenken.’ ◆

Over dit artikel werd meegedacht door lezers. Wilt u ook meedenken over artikelen? Ga naar ndmeedenken.nl of mail naar meedenken@nd.nl <

kerken met een knipoog

We vroegen de lezers mee te denken over een geschikte naam voor de fusiekerk. Er kwamen veel gereformeerde varianten binnen, als de Vrije Gereformeerde Kerken, de Nieuw Gereformeerde Kerken en de Progressief Gereformeerde Kerken. Een aantal mensen verzon kerknamen met een knipoog, zoals De Ware Kerk, De Gereformeerde Kerken vrouwgemaakt. En er waren mensen die de fusie tussen twee kleine gereformeerde kerken als een tussenstap zien, naar nog bredere kerkelijke eenheid. Noem de nieuwe fusiekerk dan meteen de Protestantse Kerk in Nederland, was de suggestie.

Kerk of Kerken?

De twee kerkverbanden die gaan fuseren, hebben allebei het meervoud ‘Kerken’ in hun naam staan. Dat is niet zonder reden. Het wijst erop dat de plaatselijke kerken volledig en zelfstandig kerk van Christus zijn en dat hun samenwerking in een verband van kerken van onderop wordt georganiseerd: de landelijke synode wordt daarmee ook niet gezien als het hoogste gezagsorgaan. Bij de Nederlandse Hervormde Kerk was dat anders: de plaatselijke gemeenten en bovenplaatselijke organisatie als geheel vormden samen de kerk.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?