Jelle de Kok: Behoedzaam gas geven

Geloof
beeld Dick Vos
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

De gereformeerde plattelandsdominee Jelle de Kok zegt een landelijke roeping te hebben voor de traditionele kerk om ‘datgene te versterken wat dreigt af te sterven’. De Kruiskerk in Diever trekt jonge gezinnen en tegenwoordig ook asielzoekers, en was om die reden al eens voorwerp van academische studie. De Kok begeleidt kerkenraden bij conflicten, en zegt nuchter: ‘In wezen kun je overal ruzie over maken, en ook overal weer uitkomen.’

Alleen al dit kalenderjaar werden er achttien asielzoekers gedoopt in de gereformeerde Kruiskerk in Diever, iets dat het landelijke nieuws niet heeft gehaald. Dominee Jelle de Kok is opgetogen over hun komst. ‘De asielzoekers zeggen dat ze bij ons in de kerk tijdens de persoonlijke voorbede tot geloof zijn gekomen. Hier is Jezus, zeggen ze zelfs. Ik vind dat zó wonderlijk.’

Hij zegt het op een aanstekelijke manier, want De Kok spreekt met een zangerige ondertoon. ‘Dat is zeker doordat we overal “ie” achter zeggen?’ Dat gaat, vermoedt hij, terug op zijn jeugd in de Rijnstreek. De in Woerden geboren en getogen dominee is goedlachs en vriendelijk, het dunne snorretje onder zijn neus mag anno 2016 best retro heten. Hij ontvangt in zijn studeerkamer, waar de verwarming uit staat, terwijl een nachtvorst de velden rondom Diever wit deed uitslaan. ‘Ik houd van fris, dat houdt mijn denken fris.’

De vluchtelingen die nu naar de Kruiskerk komen, verblijven in een opvanglocatie in Vledder of het azc in Geeuwenbrug, beide niet ver van Diever. Ze worden niet zomaar gedoopt. Eerst worden gesprekken gevoerd en consequenties besproken. De Kok hamert erop dat een christen om Christus te volgen dagelijks zijn kruis op zich moet nemen. Hij vertelt over de zegen van een Iraans echtpaar in zijn gemeente. Zij vertalen zijn Bijbelstudies en maken ze toegankelijk voor mensen uit Iran. De Iraniërs kunnen ook met vragen bij het echtpaar terecht. ‘Dat trekt weer nieuwe mensen aan.’

conflicten

In de week dat Jelle de Kok vijftig werd, half februari, zette hij zich aan het schrijven van zijn ‘best bijzondere’ levensverhaal. Hij vond het tijd de balans eens op te maken. In het noorden van het land is hij om twee redenen bekend, of eigenlijk drie. Als noordelijke toerustingswerker van het Evangelisch Werkverband in de Protestantse Kerk in Nederland reist hij stad en land af voor bemoedigingsavonden, het opzetten van kleine missionaire kringen — zogeheten GemeenteGroeiGroepen — en het verzorgen van cursussen zoals Welkom Heilige Geest, Luisteren naar Gods stem en Bouwen aan een biddende gemeente. Eerst vanuit Drachstercompagnie, en sinds 2002 vanuit Diever. In 2014 werd hij voorman van de gemeenteopbouwmethode Leven uit de Bron, dat nadruk legt op het voeren van het onderlinge geloofsgesprek in kerkenraad en gemeente. De methode wordt vaak van stal gehaald bij conflicten. Zo traint hij collega’s en adviseert hij dominees en kerkenraden bij conflicten.

‘Predikanten hebben het best pittig’, zegt hij alsof hij een buitenstaander is. ‘Plat gezegd is het hun beroep God en mensen te pleasen, het iedereen naar de zin te maken. Maar dat kan niet. Je bent geestelijk leider van een gemeente, duik daar niet voor weg. Dat is iets wat ik snel zie gebeuren, zeker bij conflicten. Volgens mij moet de kernvraag niet zijn hoe je het met elkaar eens wordt, maar hoe je met een verschil van inzicht of probleem omgaat. Wat zit er onder het conflict? Is het goed hoe we met elkaar omgaan — laten we het daar over hebben. In wezen kun je overal ruzie over maken, en ook overal weer uitkomen. Vaak zie je bij ruzie een bizarre kettingreactie ontstaan, maar dat hoeft helemaal niet.’

De derde, misschien minder bekende reden voor De Koks regionale bekendheid vormt zijn eigen gereformeerde Kruiskerk in Diever, nota bene in 1836 gesticht door Hendrik de Cock zelf. De Cock was de aanstichter van de Afscheiding, een kerkelijke breuk in de toenmalige Nederlandse Hervormde Kerk. ‘Wij hechten nog steeds zeer aan de confessie van de kerk’, zegt De Kok. Diever bergt als toeristisch esdorp op de Drentse zandgronden een bloeiende dorpskerk met jonge kinderrijke gezinnen en tieners die ‘gewoon’ belijdenis van hun geloof afleggen. Er is een morgen- en avonddienst. De gemeente kent een evangelische inslag en werd om haar groei al eens academisch doorgelicht door praktisch theoloog Henk de Roest, die zijn artikel de veelzeggende ondertitel ‘Behoedzaam gas geven’ meegaf.

De kerk hoort bij de Protestantse Kerk in Nederland, maar fuseerde plaatselijk niet met de hervormden. Er wordt goed samengewerkt en dat volstaat. ‘De gereformeerden voelen zich bedreigd door het vrije denken van de hervormden, de hervormden door het grote aantal gereformeerden. Op zondag zitten er zo’n 250 leden in de kerk, onder wie veertig kinderen. Dat is voor een dorpskerk heel bijzonder.’

keuzekerk

De groei spreekt niet vanzelf, en De Koks ervaring met conflictbemiddeling evenmin. Toen hij in 2002 als dominee voor Diever in beeld kwam, stonden de verhoudingen op scherp, mede omdat hij uitgesproken confessioneel en evangelicaal was. Er speelden krachten in de gemeente om een moderne, liberale koers te varen. Daar zou De Kok niet bij passen. ‘Bij mijn kennismakingsbezoek heb ik gezegd: Jezus is voor mij de Weg, de Waarheid en het Leven, take it or leave it. Er waren verschillende stromingen binnen de gemeente. Daaronder lag de vraag hoe we in een veranderende samenleving kerk wilden zijn. Die vraag speelt bij veel conflicten. Ik denk dat we in Nederland een verandering doormaken van een traditie- en gewoontekerk, waarin we elkaar willen vasthouden, naar een keuzekerk. Als predikant was ik katalysator in dat proces. Er zijn ook mensen afgehaakt. Die zijn niet meer geweest sinds ik er dominee ben. “Als jij als predikant of jullie als kerkenraad zo duidelijk worden — wil je Jezus volgen of niet? — dan wil ik daar niet bij horen.” Dezelfde duidelijkheid trekt ook aan: er kwamen jonge gezinnen, jongeren gingen weer belijdenis doen.’

De kerkenraad – ‘waar we alleen over het vaststellen van de notulen wel drie kwartier konden doen’ – ging het onderlinge geloofsgesprek aan volgens de methode van Leven uit de Bron. Dat verbroedert en schept een diepe band, ontdekte hij. Belangrijk en kostbaar, maar kerken gaan er makkelijk aan voorbij: geen tijd, niet nodig. ‘Maar voor je iets onderneemt heb je dat gesprek te voeren: eerst het geloofsgesprek, dan volgt bezinning en daarna pas activiteit. Zo is het bij ons in de kerkenraad gegaan, en daarna in de gemeente. Het heeft ervoor gezorgd dat we een warme kerkenraad en een warme gemeente zijn.’

‘Wij hebben eenmaal in de twee maanden een beleidsvergadering met een meditatieve opening van een halfuur. Dan denken we over een inhoudelijk thema na. Daarnaast hebben we even vaak toerustingsvergaderingen met een uitgebreid rondje wel en wee: hoe gaat het met jou, hoe gaat het in je ambt? Daar wordt heel veel uitgesproken. Wat zit je dwars, en hoe komt dat? Samen ontdekten we bijvoorbeeld dat er verdriet was over gemeenteleden die niet meer komen. Door dat uit te spreken, konden we erbij stilstaan en samen erover rouwen.’

Een afwijkende mening is geen probleem, maar dwarsliggen en niet in gesprek gaan, dat kan volgens De Kok niet. ‘De kern is volgens mij dit: Wat zegt de Bijbel? Wat zeg jij? Wat zeg ik? Heb elkaar lief, daar is de Bijbel duidelijk over, dus probeer je in de ander te verdiepen; wat zit erachter? Liefhebben en begrijpen hebben veel met elkaar te maken.’ Hij lacht eens hard: ‘Ik kan ontzettend van iemand houden die er heel rare ideeën op nahoudt, omdat ik hem heb leren begrijpen.’

boogschieten

Jelle de Kok kent zichzelf niet als conflictvermijder. Hij is geboren in een onderwijzersgezin als derde van vier jongens. ‘We zijn allemaal drukke baasjes, mannetjesputters. Eén keer per jaar hebben we een broersdag, dan gaan we boogschieten, karten, kleiduiven schieten of bowlen. We hebben weleens een conflict, maar we blijven altijd in gesprek: we willen dat het goed is … Dat hebben we echt van onze vader geleerd: om zaken uit te spreken, conflicten niet uit de weg te gaan, de knuppel af en toe in het hoenderhok te gooien. Niet op een destructieve manier maar opbouwend, om de boel op te schudden. Mijn vader zei weleens: al staan er duizend op een rij en die zeggen “ja”, en jij denkt dat het “nee” is, dan zeg je “nee”. Je bent maar aan Eén verantwoording schuldig en dat is geen mens. Hij gaf ons vrijheid mee, maar niet zo dat het ten koste ging van een ander, dat je je niks zou laten opleggen.’

‘Bij ons thuis ging je gewoon naar de kerk, punt uit.’ De ‘gewone’ synodaal-gereformeerde kerk in Woerden, die toevallig ook de Kruiskerk heette. ‘Ik had al vroeg een zeker godsbesef. Als iemand zei dat er geen God was, vond ik dat heel raar. Toch raakte het geloof me niet. Ik vond het belangrijk eerlijk te zijn, niet achterbaks, niet over mensen te praten. Thuis werd uit de Bijbel gelezen, gebeden, we volgden christelijk onderwijs. Er was veel discussie over politiek en maatschappij.’

‘Op m’n vijftiende was er toch een soort crisis: bestaat God eigenlijk wel, en zo ja, hoe zit dat dan? De kerk verbond ik vooral met aardige mensen. Toen kwam er een broer tot een levend geloof, bij de baptisten. Hij was opeens heel radicaal: jíj moet geloven in Jezus, de Heer in je hart laten.

Huh, wat is er met jou aan de hand? Hij ging Bijbellezen, iedere dag, en hij veranderde ook echt, dat viel op.’

‘Ik ontdekte dat ik dat enthousiasme niet had. Hij moedigde me aan te gaan bidden en Bijbellezen. “En begin in het Johannesevangelie, dat is het mooiste.” Hij stimuleerde me vraag- en uitroeptekens te zetten bij wat ik niet begreep of mooi vond. Bij de vragen kreeg ik dan antwoorden van mijn broer, want die was al twee maanden bezig!’ ‘Ik las Petrus’ preek met Pinksteren, toen de mensen reageerden: wat moeten we doen om behouden te worden? Dat was mijn vraag. Ik weet nog dat ik daarover nadacht op een avond op mijn slaapkamer. Oké, deal, dacht ik: ik bekeer me, dan ontvang ik de gaven van de Geest. Ik ben rustig gaan slapen.’

Langzaamaan verandert Jelle de Kok tot een wat hij noemt levend gelovige, en ook hij buurt bij de baptisten. ‘Ik heb veel geleerd van de plaatselijke baptistendominee H.G. Koekkoek. Ik ging ’s morgens naar de eigen gereformeerde kerk en ’s avonds naar de baptisten. Ik leerde er allerlei nieuwe dingen: over de tabernakel, Israël, de Wederkomst, de opname van de gemeente, de volwassendoop. Dat er werd afgegeven op de kinderdoop raakte me: dat doe je toch niet, zo negatief zijn over je medechristenen? Maar ik hoorde er ook: áls je gehoorzaam bent, ontvang je de zegen van God. In mijn eigen kerk hoorde ik vooral: God houdt van je en Hij is blij met je, en Hij houdt ook van de Russen, de mensen in Nicaragua, is tegen kruisraketten etcetera. Dat was toch heel anders.’

Bij het lezen van Openbaring 3, vers 2 ervoer De Kok in die periode een roeping dominee te worden: ‘Wees wakker en versterk hetgeen dreigt af te sterven. Deze woorden kwamen diep binnen om een bemoediger te zijn voor de mensen in de traditionele kerken. Tussen afval en onverschilligheid de rest die door de Here bewaard is bemoedigen.’ Zijn vrienden waren geschokt, hijzelf eigenlijk ook. ‘Ik was heel goed in wiskunde en economie, met dominees had ik helemaal niets, ik vond het watjes die abstract praatten. Mijn vrienden kenden mij als iemand die sportief was en goed moppen kon tappen. Dan zei ik vaak: maar ik word geen saaie dominee.’ In diezelfde tijd kreeg hij een visioen dat kort en krachtig was, maar waarover hij lang met niemand sprak. ‘Op het moment dat ik besloten had de Heer volledig toegewijd te zijn met heel mijn leven en al mijn krachten, zag ik in dat moment van toewijding mij door heel Nederland reizen en overal mensen toespreken. Meer was het niet, maar het was zo krachtig en helder dat ik het tot op vandaag helder voor de geest kan halen.’

gebedsgenezing

Een saaie dominee werd hij niet. De Kok staat open voor evangelische invloeden en ervoer persoonlijk wat het betekent wanneer de Heilige Geest werk en preken bekrachtigt. Tegelijk benadrukt hij het belang van een goede theologische inkadering. ‘Ik zie veel oudtestamentisch geloof in de kerk, de wil om goed met God te leven. Maar er is meer: God wil door jou heen anderen bereiken door de Heilige Geest. Die bekrachtiging en volheid was er voor Pinksteren niet, maar de kern van het Nieuwe Testament is om continu vanuit die kracht te gaan leven.’ Vanuit deze achtergrond waakt hij voor een balans. ‘Wonderen en gebedsgenezing zijn voor mij tekenen van Gods Koninkrijk: God is er echt, Hij is er ook voor jou. Maar als pinksterchristenen zeggen dat iedereen genezen wordt, vind ik dat slechte theologie. Als iemand niet geneest op gebed, moet hij zich voorbereiden op het sterven. “Maar dan bidden we dat hij uit de dood opstaat”, heb ik weleens iemand horen roepen. Dan sla je door. God werkt normaliter middellijk maar is ook bij machte onmiddellijk te werken. Maar de Heilige Geest wil je altijd bekrachtigen. Ik houd rekening met de gebrokenheid van de schepping, dat mis ik bij veel vrije groepen. Maar er is in de traditionele kerk een blinde vlek voor genezing en bevrijding.’ 

bloeiende dorpskerk

Jelle de Kok werd op 11 februari 1966 geboren te Woerden. Hij leidt de bloeiende dorpskerk in Diever en is betrokken bij het Evangelisch Werkverband in de Protestantse Kerk en Leven uit de Bron, een gemeenteopbouwmethode.

Zijn vrouw werkt als proponent ook in Diever: beiden leiden kerkdiensten, zij doet een deel van het pastoraat. Samen hebben ze drie zonen, van wie een theologie studeert in Groningen.

Links

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?