In de kerk moet ruimte zijn voor de Heilige Geest

Gerrit Vreugdenhil: ‘Ik merk dat ik soms woorden aan iemand doorgaf die heel raak waren.’ Geloof
Gerrit Vreugdenhil: ‘Ik merk dat ik soms woorden aan iemand doorgaf die heel raak waren.’ | beeld Dick Vos
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Dominee Gerrit Vreugdenhil ontdekte als zendeling in Chili dat de gereformeerde traditie geen antwoord heeft op de realiteit van kwade machten.

Gouda

Machsèh, zo heet een platform van predikanten in de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk die meer aandacht willen voor de Heilige Geest. Woensdag belegt de groep een studieavond in Woudenberg over ziekenzalving.

De Hebreeuwse naam betekent ‘schuilplaats’, zoals in Psalm 91. Gerrit Vreugdenhil, een van de voortrekkers, ziet in die psalm allerlei beelden van kwade machten, waar Israël bang voor was – de pest, plagen, verschrikkingen van de nacht, pijlen overdag. ‘Toen de Israëlieten het beloofde land binnentrokken, kwamen ze in bezet gebied. De inwoners van Kanaän hadden een heel occulte religie.’

Vreugdenhil (1968), predikant van de Sint-Jan in Gouda, brengt dit voorjaar een boek uit over geestelijke strijd. Als zendeling in Chili kwam hij erachter dat de gereformeerde traditie geen antwoord heeft op de realiteit van kwade machten. En dat ze de Heilige Geest wel in verband brengt met prediking en bekering, maar nauwelijks met gaven van bevrijding, genezing en vernieuwing.

Wat is er in Chili gebeurd, waardoor u op dit spoor bent gekomen?

‘Ik was uitgezonden door de GZB, een behoudende organisatie binnen de Protestantse Kerk. Maar ik gaf les op een seminarie waar veel studenten waren uit Chileense pinksterkerken. Dat was bijzonder. In de uiterlijke vormen lijken die soms op een reformatorische kerk. Mensen hebben thuis geen televisie, vrouwen dragen lang haar, mannen en vrouwen zitten zelfs apart in de kerk. En tegelijk spreken ze in tongen. Dan moeten je Nederlandse schema’s overboord. Studenten kwamen met verhalen en ook met vragen over het werk van de Heilige Geest en over geestelijke strijd. Daar kwam bij dat collega’s een keer voor mij hebben gebeden, met handoplegging, om vervulling met de Heilige Geest. En daardoor veranderde mijn leven. Mijn relatie met God werd intensiever en ik werd gevoeliger om Gods stem te horen.’

Wat bedoelt u met dat laatste?

‘Ik geef daar nu workshops over: luisterend bidden. De Heilige Geest speelt niet alleen een rol als je tot geloof komt of om je geloof te versterken. Hij woont ook in je; Hij is een persoon, die spreekt. Ik merkte dat ik soms woorden aan iemand doorgaf die heel raak waren – zonder dat ik dat precies begreep. In Chili ben ik op het spoor van de Geest gezet.’

Wat merkte u daar van geestelijke strijd?

‘Iemand moest op een huis passen waarvan de eigenaren hadden gezegd: “kijk uit, hier wonen geesten’’, en was ’s nachts aangevallen. Bij een ander kwam er iets uit de tv wat bezit nam van een kind dat zat te kijken. Ik hoorde verhalen over nachtelijke bezoeken van een demon, over angstdromen.’

Was dat meteen reëel voor u?

‘Ik ben voor een kritisch realisme. Je moet niet overal een demon achter zoeken. Als je ze niet zelf uitnodigt, dan zijn ze er ook niet zomaar. Maar in het evangelie zie je dat waar Jezus komt, de tegenstander er ook is. En in het Oude Testament zie je dat Israël ermee geworsteld heeft. Hoe kon het dat de Baäl-beelden uiteindelijk zelfs in de tempel stonden? Afgodsbeelden waren met speciale rituelen gemaakt en ingezegend. Als je die binnenhaalde, kwam die kwade kracht erin mee.’

Hoe ziet u dat hier, in onze tijd?

‘Denk aan een crimineel van wie bekend wordt dat hij contact had met geesten. In 2009 werd op Urk een jongen heel wreed vermoord; de dader deed aan glaasje draaien en geesten oproepen. Ik las een interview met iemand die tot geloof was gekomen vanuit een leven in duisternis onder kwade machten. Zij had ervaren hoe reëel die zijn. Maar als je met elkaar in een christelijke bubbel zit, zie je dat niet. De deuren worden ervoor opengezet, nu het christelijk geloof op de terugtocht is en mensen hun eigen spiritualiteit in elkaar knutselen.’

Waarom verbindt u de duivel vooral met occulte praktijken en niet met ‘gewone’ redenen waardoor mensen hun geloof kwijtraken – welvaart, ongeïnteresseerdheid …?

‘Dat is dan een misverstand, want daar gaat het me zeker ook om. Paulus zegt in Efeziërs 4: ‘als je boos bent, maak het dezelfde dag nog goed’. En meteen daarna: ‘geef de duivel geen plaats’. Die krijgt een voet tussen de deur als je het niet goedmaakt, dan verdiept het conflict zich. Ook door zaken als materialisme of verslaving geef je terrein weg aan de tegenstander.’

Vreugdenhil is gefascineerd door wat Paulus over de Heilige Geest schrijft. ‘Hij schrijft aan de Korintiërs dat hij niets wilde weten dan Jezus Christus en die gekruisigd. Zó kennen wij hem. Hij zegt vlak daarna dat zijn prediking kwam met betoon van geest en kracht. Handelingen 19 zegt dat God buitengewone krachten door hem deed. Hij noemt dat zelf ook later in zijn brieven. Paulus had een bediening van Woord én Geest. Mensen zagen wat zijn boodschap uitwerkte in de praktijk. Dat overtuigde. Het is erg nodig dat we dat terugvinden. Dan vindt de Geest meer ruimte om krachtig werk te doen. En onze cultuur vraagt erom. Overal horen mensen mooie woorden, maar wat komt ervan terecht? Ze verlangen ernaar dat te zien.’

Hoe is de gereformeerde traditie dat kwijtgeraakt?

‘Ik denk als reactie op uitwassen. Door de strijd met de wederdopers in de zestiende eeuw heeft de Reformatie bepaalde uitingen van de Geest aan de kant gezet. Die waren alleen voor de begintijd van de kerk, zei Calvijn.’

Uitwassen lijken ook nooit ver weg, als mensen hiermee bezig gaan.

‘Dat moet iemand ook niet op eigen houtje doen. Het moet z’n plek hebben in de kerk.

Wat doet de Heilige Geest? Daar zie ik drie aspecten aan: 1) Hij versterkt je band met Jezus. 2) Hij gaat je vernieuwen. Galaten 6 noemt als vrucht van de Geest allemaal karaktereigenschappen. 3) Hij geeft je talenten en gaven om te ontplooien. Het gaat mis als je meteen de sprong naar 3 wilt maken. De eerste twee zijn vereist voor het goed functioneren van de gaven. Nederigheid, bescheidenheid, vriendelijkheid, geduld, dat heb je daar allemaal bij nodig. Heel veel problemen in de kerk worden veroorzaakt doordat karakters niet door de Geest bijgeslepen zijn.

De gemeente hier in Gouda staat in de traditie van de Gereformeerde Bond, maar er bestaat ook al jaren gebedspastoraat. En je kunt om ziekenzalving vragen. Dat is voor mij iets van het Bijbelse ideaal.’

Gebeuren er dan ook bijzondere dingen?

‘Je hoort er mooie getuigenissen over. Mensen ontvangen kracht, worden genezen, komen van boosheid af, relaties worden hersteld, conflicten verzoend.’

Doen we onszelf tekort als we dit werk van de Geest niet méér ruimte geven?

‘Dat denk ik wel. Stel dat iemand een operatie moet ondergaan, maar geen voorbede in de kerk wil, want dan weet iedereen het. Maar dan onthoud je mensen ook de kans om mee te leven en te bidden, en je onthoudt jezelf de kans om daardoor bemoedigd te worden. Zo is dat met ziekenzalving, bevrijding of gebedspastoraat ook. Je onthoudt jezelf iets wat God kan geven en doen.’

Wek je niet gauw te hoge verwachtingen?

‘Dat is spannend. Je moet het open laten, denk ik. Je hoeft niet te zeggen: bid nou alleen maar om kracht, dan val je je geen buil. Je mag je vol verwachting uitstrekken naar méér. Tegelijk is er gebrokenheid die blijft. Dat is echt een strijd. Een genezing blijft een teken, een wonder. Er is ook een theologie van het lijden nodig.’

Kun je een conferentie beleggen met de belofte: hier gebeuren genezingswonderen?

‘Ik zou dat nooit zo zeggen. God is niets verplicht. Tegelijk geloof ik wel dat Hij reageert op verwachtingen. Jezus kon in Nazaret geen wonderen doen vanwege het ongeloof. Daar ligt dus een relatie. Niet rechtstreeks, in de zin van: als je maar gelooft, gebeuren er wonderen, of: als er geen wonder gebeurt, geloof je niet genoeg. Als je bij elkaar bent met een gemeenschappelijk verlangen, krijgt de Geest meer ruimte en is te verwachten dat je meer van God gaat zien. Lastig is dat mensen die niet genezen worden, na afloop weer naar huis gaan. Die kun je geen pastorale begeleiding geven. In de kring van de gemeente kan dat wel.’ <

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?