Hoop bieden in besef van eigen onmacht

Syrische regeringstroepen bij Aleppo. Christenen in Nederland kunnen ondanks de grote afstand hoop bieden aan hun geloofsgenoten in Syrië – met woorden, daden, via de giro, door aandacht te vragen voor onrecht. Geloof
Syrische regeringstroepen bij Aleppo. Christenen in Nederland kunnen ondanks de grote afstand hoop bieden aan hun geloofsgenoten in Syrië – met woorden, daden, via de giro, door aandacht te vragen voor onrecht. | beeld ap
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Hoop bieden aan de kerk in Syrië en Irak, dat beoogt een nieuwe campagne van een brede christelijke coalitie in Nederland. ‘Hoop geven heeft ook te maken met het erkennen van je eigen onmacht.’

Amsterdam

Als één lichaamsdeel lijdt, delen alle andere delen in dat lijden – schrijft Paulus aan de gemeente in Korinte. Daardoor voelen christenen wereldwijd zich solidair met elkaar en willen ze elkaar, waar nodig, hoop bieden. Maar wat is hoop eigenlijk? Hoe kijk je daar als christen tegenaan? Kunnen christenen in Nederland hoop bieden aan geloofsgenoten die duizenden kilometers verderop zuchten onder de terreur van ISIS?

christelijke deugd

Is hoop iets goeds? Mensen denken vanzelfsprekend van wel, maar volgens bijzonder hoogleraar christelijke filosofie Renée van Riessen is dat een idee dat typisch is voor het christendom. ‘Hoop is daar een grote deugd, die in het teken staat van de verlossing. De menselijke geschiedenis beweegt zich naar een hoopvol einde toe, het koninkrijk van God. Daar kun je verschillend over denken, maar je kunt je handelen er wel aan toetsen.’ De christelijke hoop is dus verbonden met een groter plaatje, een beeld van een einddoel dat God heeft met de mensheid.

Daarnaast is er ook nog een ‘menselijke’ hoop, gericht op de situatie hier en nu. Van Riessen: ‘Moet je mensen vertellen dat ze hun hoop kunnen vestigen op de bommenwerpers die ISIS gaan bestrijden? In de praktijk kan hoop niet alleen een zegen zijn, maar ook een vloek: hoop kan ons bedriegen.’

In de Bijbel speelt hoop vaak een rol. Theoloog Henk van der Meulen, tot voor kort universitair docent aan de Protestantse Theologische Universiteit, denkt dan vooral aan de Hebreeënbrief. ‘Hoop staat daar gelijk aan belofte. Wat kun je als gemeente doen? Je moet bijvoorbeeld meeleven met de gevangenen alsof je zelf gevangen zit.’

steun ter plekke

Deze twee vormen van hoop, gericht op het hier en nu en op het grotere plan van God, kunnen door elkaar lopen. Kijk naar christenen die in een situatie van vervolging leven. In de Tweede Wereldoorlog zaten relatief veel christenen in het verzet. De kerken spraken zich ook uit tegen de bezetter.

Een bekend voorbeeld is de Friese pater Titus Brandsma, die namens de Rooms-Katholieke Kerk de boodschap verspreidde dat katholieke media geen advertenties van de NSB mochten plaatsen. Hij werd gearresteerd en afgevoerd naar Dachau, waar hij stierf. In dat concentratiekamp straalde hij rust en vertrouwen uit en dat gaf zijn medegevangenen hoop. Uit hun verhalen blijkt dat die hoop niet gericht was op de gedachte aan een wonderbaarlijke ontsnapping uit het kamp, maar aan het christelijke idee dat de dood niet het einde van alles is.

Hoop komt dus tot stand in het contact tussen mensen in een benarde situatie. Dat gebeurt ook in ISIS-gebied tussen christenen die elkaar onderling steunen. Klaas Muurling van hulporganisatie Open Doors kent daar vele verhalen van. ‘Wij hebben een ooggetuigeverslag van een christen die de laatste jaren in Raqqa heeft gewoond. Hij vertelt dat christenen in ISIS-gebied elkaar opzoeken en steunen. De zondagse kerkdienst is voor hen een must, een baken van hoop.’

presentie

Aanwezig zijn is het belangrijkste bij het overdragen van hoop, stelt Van der Meulen. ‘Vanuit mijn stoel kan ik Aleppo niet redden. Hoop geven heeft ook te maken met het erkennen van je eigen onmacht. Pater Frans bleef doelbewust in Syrië en zei: ik ga hier niet weg, maar vraag om jullie gebed om dit tot het eind vol te houden. Hij wilde daar blijven zolang er nog christenen waren om te helpen. Hetzelfde gaat op voor de Blauwe Zusters, die in Aleppo actief zijn. Dat dwingt respect af.’

Ook Open Doors investeert in fysieke presentie in het Midden-Oosten, om mensen bij te staan. Muurling: ‘We geven noodhulp, tastbare hulp, aan christenen in Irak en Syrië. Zij krijgen matrassen, kachels en ook voedsel. Bovendien bieden we traumazorg. Sommige christenen uit Irak zijn in hun leven twee keer gevlucht: eerst voor Saddam Hussein, daarna voor ISIS. We zijn daarom ter plekke aanwezig, in Mosul en omstreken, om te helpen bij de verwerking en perspectief te bieden.’

hoop bieden

De meeste Nederlanders zijn echter niet in Syrië of Irak. Hoe kunnen zij, van veel grotere afstand, toch hoop bieden? ‘Gewoon zeggen “het komt wel goed”, volstaat natuurlijk niet’, zegt Van Riessen. Volgens haar kunnen we op twee manieren ‘echt christelijke hoop’ bieden aan christenen in Syrië en Irak.

‘We kunnen allereerst bidden voor de christenen daar en door het gebed ook de eigen betrokkenheid bij wat daar gebeurt versterken. We moeten het echter niet daarbij laten: we moeten ook handelen. We kunnen vluchtelingen helpen, of protesteren tegen onrecht en daaraan bekendheid geven, bijvoorbeeld via de media. Misschien koesteren we hoop tegen beter weten in, maar het blijft goed te delen in het lijden van anderen. Gevangenen putten bijvoorbeeld hoop uit de wetenschap dat anderen aan hen denken.’

Van der Meulen wijst op de vele netwerken van christenen. ‘Je kunt hoop geven met woorden, daden, via de collecte, via de giro, door aandacht te vragen voor onrecht. Ik ben zelf niet in Syrië, maar ik ken wel mensen die daar actief zijn en via die lijntjes kan ik bidden en hoop doorgeven.’

Klaas Muurling sluit zich hierbij aan. ‘Het gebed speelt bij Open Doors een belangrijke rol: dat overstijgt alle grenzen. Het is dan wel “onzichtbaar”, maar via de kerken horen we dat het gebed aan vervolgde christenen hoop geeft. Ze putten moed uit de wetenschap dat wij hen niet vergeten zijn. Voor ons is 1 Korintiërs 12:26 leidend: christenen wereldwijd delen in elkaars lijden. Wij zijn hier actief mee bezig. We hebben in het verleden ook acties gevoerd waarbij mensen kaarten konden sturen naar vervolgde christenen. Vaak mogen die christenen de kaarten niet lezen, maar toch gaf alleen al het weten dat je niet bent vergeten heel veel hoop. Je wordt je ervan bewust dat je deel uitmaakt van een wereldwijde kerk.’ <

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief