Henk Binnendijk: Kerst, gezien vanuit de hemel

Geloof
beeld Carel Schutte
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Al die feesten en gedenkdagen op de christelijke kalender: wat betekenen ze? En wat kun je ermee in het leven van vandaag? Het Nederlands Dagblad vraagt een jaar lang bij iedere kerkelijke hoogtijdag een theoloog om uitleg. Vandaag: Henk Binnendijk over Kerst.

Ze hebben het in de hemel altijd geweten: kerstfeest is niet zo feestelijk. Ze wisten dat het Kerstkind niet ouder zou worden dan 33 jaar en aan een kruis zou sterven. Maar toen de tijd voor het kerstfeest was aangebroken, kwam de hemel in actie. Eerst moest er een man gevonden worden die als een heraut Jezus zou aankondigen. Maar wie moest die man zijn?

Ging het misschien zo:

Er ging iemand voor Gods aangezicht staan, en die zei: ‘Er is een priester in Jeruzalem, Zacharias, getrouwd met Elisabet. Ze zijn rechtvaardig voor U en leven naar alle geboden en eisen van U (Lucas 1, vers 6). Ze hebben hun hele leven gebeden om een zoon, maar hun gebed is niet verhoord. Nu zijn ze oud en het kan niet meer. Als U zulke vrome ouders een zoon geeft, kan hij een grote man Gods worden.’ Toen riep God de engel Gabriël en zond hem met de boodschap: ‘Uw gebed is verhoord!’ (Lucas 1, vers 13)

Maar nu een Joods meisje vinden dat de moeder van Jezus zou kunnen zijn. Misschien trad toen David wel naar voren en zei: ‘Toen U mij riep, almachtige God, heeft Samuël gezegd: “De HERE heeft zich een man uitgezocht naar zijn hart.” (1 Samuël 13, vers 14). Er is nu een vrouw naar Uw hart. In mijn nageslacht. Maria uit Nazaret. Met haar kunt U heel ver gaan.’ En weer werd Gabriël geroepen, nu om naar Maria te gaan met de boodschap: ‘Je zult zwanger worden en een zoon baren, en je zult Hem de naam Jezus geven’ (Lucas 2, vers 31).

Toen werd in de hemel bekend dat Jozef, de verloofde van Maria, van haar wilde scheiden. Daarom zond God een engel met de boodschap: ‘Jozef, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt, is verwekt door de Heilige Geest’ (­Matteüs 1, vers 20). Er was nog een probleem, want Jezus moest volgens de Bijbel geboren worden in Betlehem. Dus legde God in het hart van keizer Augustus het verlangen dat het gehele rijk moest worden ingeschreven (Lucas 2, vers 1). Zo werd Jezus in Betlehem geboren. In een stal, omdat voor hen geen plaats was in de herberg (Lucas 2, vers 7).

Maar waar moeten Jozef en Maria en Jezus van leven? Daarom bewoog God drie wijzen uit het Oosten om de ster te volgen naar Betlehem. Die gaven hun goud, wierook en mirre. En het hemelse engelenkoor kreeg opdracht naar de aarde te gaan en daar voor het eerst het ‘Ere zij God’ te zingen.

Toen Jezus 33 jaar oud was, op weg naar Jeruzalem om daar te sterven, had Hij het zo moeilijk dat God riep: ‘Mozes, Elia! Kom eens hier. Ga naar mijn Zoon om Hem te troosten en te bemoedigen.’ En Mozes en Elia, in heerlijkheid verschenen, spraken over zijn exodus, die Hij te Jeruzalem zou volbrengen (Lucas 9, vers 30-31).

Aangekomen in Jeruzalem hield God Hem in Getsemane de gifbeker voor, gevuld met onze zonden. Die moest Hij leegdrinken. Driemaal smeekte Hij de Vader: ‘Neem deze beker van Mij weg!’ Maar God zweeg. Toen Jezus de gifbeker gedronken had, keerde zijn hemelse Vader zich van Hem af. Aan het kruis riep Hij met luider stem: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’ Maar weer zweeg God. Hoe zal de hemelse Vader toen geleden hebben?!

Toen Jezus gestorven was, zal er een gehuil zijn opgegaan in de hemel. Maar toen de Vader Hem uit de dood opwekte, veranderde dat in gejuich. Dat zwol aan totdat het de ganse hemel vervulde. Veertig dagen later kwam Jezus in de hemel terug. En slechts tien dagen daarna ging Hij, in de Heilige Geest, terug naar de aarde. Om te wonen in de harten van hen die daarvoor openstaan. Om Gods droom te realiseren: Ik zal voor hem een hulp maken die bij hem past (­Genesis 2, vers 18).

Bijna twintig eeuwen later, in 1947, bewerkte God de harten van de mannen van de Verenigde Naties om Israël te laten terugkeren naar hun land. Twintig jaar daarna, in 1967, werd Israël aangevallen door alle omliggende landen. In die oorlog veroverde Israël Oost-Jeruzalem, dat bezet was door Jordanië. Dat was nodig om in vervulling te laten gaan wat de Bijbel zegt over de komst van de Messias: ‘Zijn voeten zullen op die dag staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde’ (Zacharia 14, vers 4). Vijftig jaar dáárna, in 2017, voor ons een paar weken geleden, vlak voor het kerstfeest, verklaart Donald Trump Jeruzalem tot de hoofdstad van Israël. Zou het kunnen dat het God was die hem daartoe bewoog?

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?