Gospel als een emmer koud water

Elvis Presley (hier tijdens een optreden met de Jordanaires): ‘Christus is Koning. Ik ben slechts een zanger.’ Geloof
Elvis Presley (hier tijdens een optreden met de Jordanaires): ‘Christus is Koning. Ik ben slechts een zanger.’ | beeld nd
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Gospel is de meest onderschatte invloed op de veertig jaar geleden overleden zanger Elvis Presley. ‘Elvis introduceerde gospelmuziek in een seculiere wereld. Op zijn manier was hij een evangelist.’

Memphis

In de jarenzeventigfilm Elvis On Tour zitten bijzondere momenten. Eén ervan vindt plaats in een opnamestudio in Hollywood. Het is eind maart 1972. Gospelzanger Donnie Sumner begeleidt zichzelf achter de piano in een vurige versie van ‘The Lighthouse’. Zijn oom J.D. Sumner & the Stamps zingen als achtergrondkoor en de rest van de bandleden luistert naar de adembenemende muziek. Elvis Presley staat over een stoeltje heen gebogen. Met stil ontzag luistert de rockster in showkostuuum naar de harmonieuze samenzang. Dit is de muziek uit zijn tienerjaren, met gospelkwartetten als the Statesman en de Blackwood Brothers. Als de jonge Elvis één droom had, dan was het zingen in zo’n kwartet.

Woensdag is het veertig jaar geleden dat de Amerikaanse zanger (1935-1977) stierf. Muziekkenners wijzen graag op de mix van witte country en zwarte rhythm & blues waaruit Elvis en zijn generatie de opwindende rockabilly fuseerden. Die afbraak van raciale barrières, vooruitlopend op de burgerrechtenbeweging en Martin Luther King, maakt Presley nog betekenisvoller. Maar meestal wordt de derde pijler vergeten: gospelmuziek.

Elvis groeide op in een arm gezin in Mississippi. Hij bezocht met zijn moeder kerkdiensten van de pinkstergemeente First Assembly of God, maar kwam ook bij zwarte kerkgemeenschappen. Een van zijn eerste vriendinnetjes, Dottie Harmony, herinnert zich hoe religieus de jonge knaap was. ‘We lazen elke avond uit de Bijbel. Daar was helemaal niets nep aan.’

volle zalen

Moeder Gladys was gospelliefhebber, maar de verhuizing in 1948 naar Memphis, Tennessee, bracht Elvis nóg dichter bij de gospelkwartetten die volle zalen trokken in de zuidelijke VS. Als Elvis geld genoeg had, bezocht hij voor vijftig dollarcent het Ellis Auditorium voor concerten van Jake Hess en de Statesman. Eén zanger groeide uit tot zijn jeugdheld. Zestien jaar was Presley toen hij de tien jaar oudere J.D. (John Daniel) Sumner zag optreden met de Blackwood Brothers. J.D. stond bekend als de zanger die de laagste bastonen haalde in Amerika. Elvis hield van dat ronkende geluid dat gospel liet swingen. Toen Sumner merkte dat Elvis concerten liet schieten, vroeg hij hem waarom. ‘Geen geld’, antwoordde de tiener. ‘Dan kom je de volgende keer naar de artiesteningang en laat ik je gratis binnen.’

Elvis werd afgewezen voor het gospelkwartet Songfellows, maar brak twee jaar later in 1956 wel landelijk door. Voor conservatief Amerika stond de rock-’n-roll haaks op christelijke normen en waarden. Elvis-platen met opzwepende seksueel geladen muziek werden als ‘duivels’ en ‘negermuziek’ aan stukken geslagen. Wars van dat hokjesdenken toonde Elvis tijdens zijn derde optreden in de Ed Sullivan Show zijn gospelwortels. Samen met zijn koortje de Jordanaires – ook een voormalig gospelkwartet – zong hij ‘Peace in the Valley’. Het bracht veel criticasters tot zwijgen.

Gedurende zijn hele carrière bleef Elvis geestelijke muziek opnemen. In 1962 verscheen het eerste gospel- album: His Hand in Mine. In 1966, toen de kwaliteit van zijn films en popmuziek in een duikvlucht was beland, piekte hij artistiek op het album How Great Thou Art. Jake Hess zingt erop mee. Het krijgt een Grammy Award voor beste gospeluitvoering. Ook zijn drie nog volgende Grammy’s wint Elvis, opmerkelijk genoeg, alleen met religieuze muziek. Als Elvis in de jaren zeventig terugkeert naar live-optredens kriskras door de Verenigde Staten en in Las Vegas, stelt hij een brede begeleidingsband samen. Het zijn rockmusici als James Burton en de zwarte souldames van de Sweet Inspirations. Maar hij vraagt ook zijn jeugdheld J.D. Sumner. De baszanger en zijn Stamps Quartet begeleiden Elvis tot zijn laatste optreden in 1977. Op het podium krijgt J.D. alle ruimte in liedjes als ‘Why Me Lord’ en ‘Help Me’. Zijn markante stemgeluid speelt zelfs een hoofdrol in Elvis’ postume hitsingle ‘Way Down’.

verslaving

Elvis was allesbehalve een heilige. De roem bracht hem vrouwen die zijn huwelijk deden stranden, en zijn verslaving aan op recept verkregen pijnstillers leidde tot een vroege dood. Toen Donnie Sumner Elvis in 1976 vertelde dat hij moest afkicken, antwoordde Elvis: ‘Ik wou dat ik dat kon doen. Ergens opnieuw beginnen.’

Ondanks al die tegenstrijdigheden waren het de gospelsessies met J.D. en collega’s die Elvis mentaal op de been hielden. Avond aan avond in Las Vegas, terwijl het publiek na zijn shows uitweek naar de glitter en gokmachines, trachtte Elvis tot rust te komen met spirituele samenzang. Donnie Sumner: ‘Het was alsof je een emmer koud water op het vuur gooide. Het was het opschonen van emoties. Elvis werd er rustig van.’

‘Gospelmuziek is bedacht door christenen om mensen die verdwaald zijn te raken’, schrijft J.D. Sumner in zijn autobiografie. ‘Als we mensen kunnen inspireren een beter leven te leiden, dan redden we misschien hun ziel.’ Gospelzanger Joe Moscheo ziet ook zo’n rol voor de rockmuzikant. ‘Elvis introduceerde gospelmuziek in een seculiere wereld. Op zijn manier, was hij een evangelist.’

Sumner herinnerde zich ooit hoe tijdens een concert in Las Vegas een vrouwelijke fan naar voren kwam met een kroon op een kussentje. ‘Het is voor jou. Je bent de Koning.’ Elvis glimlachte, nam haar bij de hand en antwoordde: ‘Nee lief, ik ben niet de Koning. Christus is Koning. Ik ben slechts een zanger.’ Als Elvis op 16 augustus 1977 overlijdt, ligt op zijn platenspeler een plaat van J.D. Sumner. Met muziek van zijn vriend en jeugdheld. <

PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?