Gestrest en slapeloos in Beiroet

Taniël Keshishian en zijn vrouw Georgett Aroshian zijn gevlucht uit Aleppo en wonen nu in een arme wijk van Beiroet. Geloof
Taniël Keshishian en zijn vrouw Georgett Aroshian zijn gevlucht uit Aleppo en wonen nu in een arme wijk van Beiroet. | beeld ndnd.nl/hoopvoor
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Het Armeense echtpaar Taniël Keshishian en Georgett Aroshian vluchtte los van elkaar uit Syrië naar Libanon. Hun droom om samen naar Australië te gaan, houdt hen nog bij elkaar.

Beiroet

De straten van Bourj Hamoud, een arme wijk in de Libanese hoofdstad Beiroet, zijn smal en rumoerig. Elektriciteitskabels hangen er kriskras door elkaar tussen de huizen. In kleine winkeltjes stallen verkopers hun groenten, noten en vruchten uit. Hier wonen de meeste Armeniërs die uit Syrië zijn gevlucht in kleine appartementjes die ze voor veel geld huren.

In een van deze straatjes, vanavond nog nat van de regen, wonen Taniël Keshishian (70) en zijn vrouw Georgett Aroshian (64). Dat hun achternamen eindigen op ian, verraadt dat ook zij behoren tot deze oeroude christelijke gemeenschap. ‘Waarom geef je je meisjesnaam?’, vraagt Taniël als Georgett zich met Aroshian voorstelt. Ze houdt het op een glimlach.

Hun woonkamer, die tegelijk de slaapkamer en keuken is, grenst pal aan de straat. Wie wil, kan zo hun raam openschuiven en iets naar binnen roepen. ‘Maak hier binnen maar geen foto’s’, zegt Georgett. Ze schaamt zich ervoor dat haar kleding aan kleerhangers in de lage ruimte hangt. ‘We hebben geen kasten’, legt Taniël uit. ‘Het heeft geen zin meubels te kopen, want we willen niet in Libanon blijven.’

Tegen twee muren van de kamer staan eenvoudige banken, die ’s nachts als bed fungeren. Naast de deur, die leidt naar een gedeeld binnenplaatsje, is de keuken. Een kastje, afgeschermd met een blauw bloemetjesgordijn, met daarop een tweepits-kookplaat, aangesloten op een gasfles. Zodra de thee is gemaakt en de koekjes rondgaan, vertelt het echtpaar hun verhaal. ‘Ik was timmerman in Aleppo’, zegt Taniël. ‘In mijn winkel verkocht ik kasten, bankstellen, deuren en kozijnen. Door de bommen werd de deur eruit geslagen. Daarna is de winkel nog een keer geraakt, dus ik ben alles kwijt.’

bombardement

Georgett heeft het laatste bombardement niet meegemaakt. Ook hun twee dochters waren al naar Beiroet gevlucht voordat de bommen vielen. Een van hen is getrouwd, de ander studeert en woont in een huis voor vrouwen. ‘Ik heb jaren lang als naaister gewerkt en daarna als een soort extra mamma op de kleuterschool. Toen ik op mijn zestigste met pensioen ging, was de situatie in Syrië al slecht. Mijn dochter besloot naar Libanon te gaan, waardoor ik het niet langer kon uithouden in Aleppo.’

Terwijl haar man in Aleppo nog geld kon verdienen met het opknappen van kapotgeschoten huizen, besloot Georgett in haar eentje te vluchten. ‘Onderweg was het heel moeilijk, de reis was zwaar. Ik heb achttien uur in de bus gezeten. ISIS had grote delen van de weg onder controle en verplichtte vrouwen hoofddoeken te dragen. Overal waren checkpoints. Sommige werden door de regering gecontroleerd, bij andere was ISIS de baas. Op een bepaald moment werden we gecontroleerd door ISIS en moest iedereen uitstappen. Een man die bij ons in de bus zat, had net een hartoperatie achter de rug. Hij kon niet naar buiten komen. De controleurs van ISIS dwongen hem naar buiten door met hun geweren in de lucht te schieten.’ Bij de herinnering aan het geweld dat ze onderweg tegenkwam, schieten haar ogen vol.

‘Bij de checkpoints doorzocht ISIS ook je spullen’, vertelt ze verder. ‘Toen hebben ze mijn bijbel gevonden. Ze hebben hem helemaal kapotgescheurd, op de grond gegooid en vertrapt. Ik wist wel dat het gevaarlijk was om een bijbel mee te nemen, daarvoor hadden ze me al gewaarschuwd. Maar ik wilde hem toch meenemen, omdat sommige stukken mij zo dierbaar zijn. De psalmen betekenen veel voor me. Vooral Psalm 23: De Heer is mijn herder.’

pensioen

Drie jaar lang is Georgette alleen in Libanon geweest, zonder haar man. Toen haar asielaanvraag in Libanon op orde was, besloot Taniël ook te komen. Officieel mag hij niet werken, maar om de huur te kunnen betalen van het huisje waarin ze nu wonen, moet hij wel. ‘Ik kan moeilijk … (hij doet zijn armen over elkaar) ... zo gaan zitten wachten. Ik had op mijn zestigste al met pensioen moeten zijn. Nu ben ik zeventig en werk ik nog steeds. Ja, ik ben sterk.’ Georgett vult aan. ‘Ze misbruiken hem. Hij moet heel lange dagen maken. In Aleppo was hij eigen baas, nu is iemand anders de baas over hem.’ Hoewel Taniël vrolijk is en veel lacht, geeft hij toe dat ze moe zijn. ‘We willen naar Australië, daar zullen we rust krijgen.’ Hij staat op en rommelt tussen wat spullen. Dan komt hij met een verjaardagskalender op de proppen, waarop foto’s van de Australische stad Sydney staan. ‘In 2000 zijn we in Australië geweest, als toeristen. We hebben daar familie en bekenden, daarom willen we daarheen. Ik hoop dat het lukt. De aanvraag duurt lang, we zijn door de eerste fase heen, maar ze blijven om papieren vragen.’

slapeloosheid

De hoop op een nieuw leven in Australië is wat het echtpaar nu bij elkaar houdt. De jaren apart hebben grote druk op hun huwelijk gelegd, evenals het stressvolle leven als vluchtelingen in Beiroet. ‘Ik heb last van slapeloosheid’, vertelt Georgett. ‘Ik heb geen rust in mijn hoofd en blijf wakker liggen. Dan lees ik wat en probeer ik weer te slapen. En ik ben bang. Altijd als ik iets hoor, vuurwerk of iets wat omvalt, schrik ik alsof het een bom is. Van de hulporganisatie Charitas krijg ik slaappillen. Mensen zeggen dat ik ze beter niet kan gebruiken, maar ik moet wel.’

Ondanks de omstandigheden waarin ze nu leven, zijn Taniël en Georgett opgewekte mensen. ‘Alles wat we hier hebben is gebruikt. Onze eigen spullen hebben we in Aleppo achtergelaten. Ons huis was niet gebombardeerd, maar dat van de buren wel. Dat maakte ons bang. Nu vallen er constant bommen in onze oude buurt. Daar hadden we twee appartementen, van onszelf. We dachten dat het goed zou zijn voor de toekomst van onze dochters om die woonruimte te hebben. In Syrië kenden we het concept van huren niet. Iedereen daar heeft een eigen huis. Nu moeten we driehonderd dollar per maand betalen voor deze ruimte. Ik dank God voor alles. We hebben een warm bed, dat is belangrijk. Ik bid voor vrede in de wereld, de rest is bijzaak. Ik hoop dat God de harten van de ISIS-strijders verandert, zodat ze stoppen met wat ze doen. Bid voor je vijanden, uit die tekst probeer ik te leven.’ <

de vervolgde kerk

Zondag is het voor de dertigste keer Zondag voor de Vervolgde Kerk. De christelijke mensenrechtenorganisatie Open Doors organiseert deze themazondag. Dit jaar staat de opdracht van Jezus ‘Heb je vijanden lief’, centraal in de 450 kerken die meedoen. Ruud Kraan, directeur van Open Doors, moedigt christenen aan om op deze zondag stil te staan bij de vervolging en te bidden voor vervolgde christenen. ‘Voor hen is de oproep om vijanden lief te hebben een dagelijkse uitdaging. Wij kunnen van hen leren.’

verdrukt

Armeniërs vormen een van de christelijke minderheden in Syrië. Oorspronkelijk woonden zij in het Ottomaanse rijk, in wat nu het oosten van Turkije is. Daaruit werden ze na de Eerste Wereldoorlog verdreven. Ongeveer een miljoen Armeniërs kwam om het leven bij deze genocide, die Turkije nog altijd ontkent. Onder Armeniërs zijn zowel Armeens-katholieken, Armeens-orthodoxen als protestanten.

Bijlagen

Fotoserie, 3 foto's
PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief