Elselie de Jong: 'Ieder z'n eigen beperking' (vervolg)

‘Ik ben de oudste van drie. Ik heb nog een jonger broertje en jonger zusje. Mijn moeder, mijn broertje en ik waren de doven in het gezin. Ik was vrolijk en bijdehand, maar ook zorgzaam en betrokken. Ik was niet echt een poppenmoeder. Toen ik wat ouder werd, speelde ik liever buiten in de bosjes, hutten bouwen en dat soort dingen. Ik droeg liever een broek en laarzen dan een jurk en vlechtjes. Stiekem wilde ik liever een jongen zijn. Ik trok erg naar mijn vader. Mijn moeder hield niet van huisdieren, toch mocht ik een konijn of een cavia. Daar ben ik nog steeds blij om. Ik heb nog steeds graag huisdieren om mij heen. Dieren nemen je zoals je bent.   Als kind hield ik van kliederen en knutselen. Daar kregen wij thuis de ruimte voor, maar we baalden als we moesten opruimen. De slechthorendheid speelde wel een rol in het gezin. Het was een andere tijd, zonder digitale communicatie. Mijn vader moest daarom veel zaken regelen thuis. Onderling communiceerden we niet met gebaren. Daar was in die tijd minder aandacht voor. Wel kregen wij op een gegeven moment een teksttelefoon. Daarmee konden wij bellen met andere dove familieleden en met bijvoorbeeld de dokter via een speciale telefoondienst.’ Geloof
‘Ik ben de oudste van drie. Ik heb nog een jonger broertje en jonger zusje. Mijn moeder, mijn broertje en ik waren de doven in het gezin. Ik was vrolijk en bijdehand, maar ook zorgzaam en betrokken. Ik was niet echt een poppenmoeder. Toen ik wat ouder werd, speelde ik liever buiten in de bosjes, hutten bouwen en dat soort dingen. Ik droeg liever een broek en laarzen dan een jurk en vlechtjes. Stiekem wilde ik liever een jongen zijn. Ik trok erg naar mijn vader. Mijn moeder hield niet van huisdieren, toch mocht ik een konijn of een cavia. Daar ben ik nog steeds blij om. Ik heb nog steeds graag huisdieren om mij heen. Dieren nemen je zoals je bent. Als kind hield ik van kliederen en knutselen. Daar kregen wij thuis de ruimte voor, maar we baalden als we moesten opruimen. De slechthorendheid speelde wel een rol in het gezin. Het was een andere tijd, zonder digitale communicatie. Mijn vader moest daarom veel zaken regelen thuis. Onderling communiceerden we niet met gebaren. Daar was in die tijd minder aandacht voor. Wel kregen wij op een gegeven moment een teksttelefoon. Daarmee konden wij bellen met andere dove familieleden en met bijvoorbeeld de dokter via een speciale telefoondienst.’
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Na haar opleiding kerkelijk werk aan de Wittenberg in Zeist was ze jarenlang thuis om voor de kinderen te zorgen. Een test bij het toenmalige arbeidsbureau wees op twee interessegebieden: maatschappelijk werk en theologie; Acht jaar geleden begon ze met een studie theologie, eerst in Apeldoorn, toen in Kampen, op haar eigen tempo. Ze zit in het laatste jaar van haar master. Op 1 februari begint ze met een pastorale stage in de Gereformeerde Kerk vrijgemaakt van Enschede-Noord. Ze wil geen dominee worden. ‘Dat zou niet goed zijn voor mijzelf en mijn gezin. Veel van de op­leiding gebru …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?