Eerste vrouw op het grote podium van Opwekking

Daniëlle Strickland (45) is de eerste vrouw die spreekt op het hoofdpodium van Opwekking. ‘God gebruikt ook vrouwen om over Jezus te vertellen.’ Geloof
Daniëlle Strickland (45) is de eerste vrouw die spreekt op het hoofdpodium van Opwekking. ‘God gebruikt ook vrouwen om over Jezus te vertellen.’ | beeld leger des heils
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

In de gevangenis kwam ze als zeventienjarige tot geloof. Daniëlle Strickland (45) weet sindsdien dat God haar niet alleen heeft gered, maar haar ook wil gebruiken om het evangelie te delen.

Toronto

In haar kerk is het niet meer dan normaal dat ook vrouwen spreken, vertelt Daniëlle Strickland (45). Dat zij in mei dit jaar de eerste vrouw is die als spreker het hoofdpodium van de pinksterconferentie van Opwekking betreedt, daar was zij zich dan ook niet van bewust. ‘Mijn kerk, het Leger des Heils, is mede opgericht door een vrouw. Catherine Booth las in de Bijbel dat God iedereen wil gebruiken om mensen over Jezus te vertellen, dus ook vrouwen.’

Stichting Opwekking had Strickland vorig jaar al op het hoofdpodium van de pinksterconferentie willen hebben, vertelt directeur Ruben Flach, maar de Canadese kon toen niet. Dit jaar spreekt ze alsnog in de grote tent. Daarnaast geeft ze een seminar voor leiders.

Als officier van het Leger des Heils zette Strickland zich de afgelopen ruim twintig jaar in voor verslaafden, prostituees, daklozen en andere mensen aan de rand van de samenleving. Met haar man en drie kinderen woont ze in Toronto, Canada.

Waar spreekt u over tijdens Opwekking?

‘Ik ben altijd huiverig daar al iets over te vertellen, omdat het zomaar weer kan veranderen. Momenteel houdt het verhaal van Petrus mij bezig, over hoe hij de opdracht krijgt het evangelie ook aan heidenen bekend te maken. Als wereldwijde kerk zitten we momenteel in een periode waarin God wil dat ook wij nieuwe dingen gaan doen. Petrus had een droom waarin God hem opdroeg bepaalde onreine dieren te slachten en te eten. Later ontmoette hij Cornelius, iemand die hij eigenlijk niet mocht opzoeken. Om God te volgen overtrad Petrus allerlei regels. Soms voelt het fout of ongemakkelijk wat God ons vraagt te doen. Petrus moest naar het huis van de vijand en daarvoor moest hij heel wat grenzen over. Het zou goed zijn als de kerk nadenkt over wie haar ‘vijand’ is en daar naartoe gaat om goed nieuws te brengen.’

U zet zich in voor mensen aan de rand van de samenleving. Wat vindt u mooi daaraan?

‘Nadat ik tot bekering was gekomen, ontdekte ik dat God ook mij wil gebruiken. Dat besef veranderde de richting van mijn leven. Ik houd van het werk dat ik doe, omdat het koninkrijk van God zichtbaar wordt als afgedwaalde mensen weer dichter bij God komen en als wat beschadigd is, hersteld wordt. Op zulke momenten laat God zichzelf zien. Toen ik bijvoorbeeld in Vancouver werkte met drugsverslaafden, kwam ik erachter dat 85 procent van de verslaafden wees was. Om hen te genezen was het niet alleen nodig dat God de drugs wegnam, maar ook dat Hij ze een familie gaf. Dus daar zorgden wij voor: we regelden gezinnen die hen opnamen in hun leven. Op die plek heb ik veel geleerd over de diepere heling die God wil geven. Hij heelt niet alleen de verslaafden die zich buitengesloten en afgedankt voelen. Hij heelt ook de mensen die ‘ja’ zeggen tegen die verslaafden. De gezinnen die ervoor kozen hen op te nemen in hun huis en in hun leven, ervoeren heling en verandering. Ze leefden niet meer alleen voor zichzelf en dat maakte hun leven rijker.’

Hoe kwam u tot bekering?

‘Ik was een aan drugs verslaafde crimineel. De gevangenis was de plek waar ik voor het eerst dacht dat God van mij houdt. Ik was toen zeventien jaar. Het was alsof iemand ineens het licht aan deed in de duisternis. Tot dat moment vond ik mijn leven als crimineel wel prima, ik hield ervan. Maar op dat moment dacht ik voor het eerst dat het anders moest. Ik ben wel christelijk opgevoed, maar was net als de verloren zoon, die tot inkeer komt. Ik zei tegen God dat ik het zelf niet kon en vroeg Hem mij te helpen. Dat was het begin van een langzaam, maar mooi veranderingsproces. Wonderbaarlijk genoeg kwam ik snel uit de gevangenis en kon ik terecht in een behandelingscentrum. Van daaruit ging ik naar Afrika, op een missiereis. En daar realiseerde ik me dat God mij niet alleen had gered, maar mij ook wilde gebruiken om het evangelie te delen.’

Hoe kwam u daarachter?

‘Tijdens die reis kreeg ik de opdracht om een ander meisje te vertellen over Jezus. Ik ging naar haar toe en verontschuldigde mij omdat ik over Jezus ging vertellen. Aan het einde van het gesprek vroeg ik haar of ze Jezus wilde volgen, en ze zei “ja”. Ik dacht dat ze mij niet goed begrepen had, dus ik vroeg het nog een keer, en nog een keer. Toen ze “ja” bleef zeggen, realiseerde ik me dat God mij wilde gebruiken. Na afloop van de reis besloot ik officier bij het Leger des Heils te worden, want bij het Leger is altijd genoeg werk te verzetten.’

Sinds december bent u geen officier meer. Vanwaar die keuze?

‘Ik ben tweeëntwintig jaar lang officier geweest. In die jaren heb ik van alles gedaan, wat het Leger ook maar van me vroeg. Ik heb lokale kerken geleid, kerken gesticht, gevochten tegen mensenhandel, onderwijs gegeven, geschreven, noem maar op. Maar ondanks mijn liefde voor de missie van het Leger des Heils, of juist dankzij die liefde, heb ik deze keuze gemaakt. Ik voel dat God mij wil gebruiken om niet alleen het Leger des Heils, maar de hele kerk in beweging te zetten. En daar ‘ja’ op zeggen vraagt van mij dat ik ‘nee’ zeg tegen het officierschap en tegen bepaalde beperkingen die het officierschap met zich meebrengt. Mijn man blijft wel officier en ikzelf blijf als soldaat verbonden aan mijn kerk.’

Hoe kijkt u aan tegen het christendom in Nederland en Europa?

‘Ik heb sterk het idee dat God aan het werk is in Europa en daarover ben ik erg enthousiast. In Europa zie ik een honger en een verwachting naar God. Er is ook een sterke wil om als christenen samen te werken, bijvoorbeeld protestanten met rooms-katholieken. Wat ik bijzonder vind, is dat er nu al tien jaar een wereldwijde beweging van gebed gaande is. Drie losse initiatieven startten tien jaar geleden in dezelfde week, en dat wisten ze niet van elkaar. Ik zie dat als een teken; zo’n gebed is een voorbereiding op een opwekking.’ <

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?