De Heilige Geest is meer dan een groeihormoon

Andries Zoutendijk (links) en Willem Maarten Dekker: ‘In tweeduizend jaar christendom zie je dat al gauw te klein is gedacht van de Geest, te menselijk. Maar Hij is een persoon.’ Geloof
Andries Zoutendijk (links) en Willem Maarten Dekker: ‘In tweeduizend jaar christendom zie je dat al gauw te klein is gedacht van de Geest, te menselijk. Maar Hij is een persoon.’ | beeld Jeroen Jumelet
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
De Heilige Geest is een persoon met een heel eigen werk. Maar in de kerk wordt Hij te gemakkelijk met de menselijke geest verbonden en gezien als een soort groeihormoon, schrijven theologen Andries Zoutendijk en Willem Maarten Dekker in een boek over de Heilig Geest dat vandaag verschijnt.

De God van de Bijbel is één wezen, te onderscheiden in drie personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Al vroeg kwam de kerk met haar dogma van de Drie-eenheid, dat tot op de dag van vandaag binnen de hoofdstroom van het christendom recht overeind is gebleven.

Eén, maar toch drie – je moet een theologische evenwichtskunstenaar zijn om de juiste balans te vinden tussen de eenheid en de onderscheidenheid van God en de relaties tussen de goddelijke personen.

Zo is het binnen de kerken gaan ontbreken aan goed zicht op de derde persoon van de godheid, de Heilige Geest, is de stellige overtuiging van de theologen Andries Zoutendijk en Willem Maarten Dekker. Zij schreven het boek De Geest onderscheiden waarin zij inzoomen op de persoon van de Heilige Geest, zijn werk en betekenis voor de christelijke gemeente.

Nog een jaar en dan bezegelt Andries Zoutendijk (65) zijn predikantschap met een emeritaat. Dan is hij maar liefst 28 jaar verbonden aan de Jacobikerk in Utrecht, een gemeente onder het brede kerkdak van de Protestantse Kerk in Nederland. Binnen deze grootste protestantse kerk in Nederland is Willem Maarten Dekker (40) dominee in Waddinxveen.

Zijn leven lang denkt Zoutendijk al na over de persoon en het werk van de Geest. Een promotie op het onderwerp strandde omdat het hem aan ‘innerlijke energie’ ontbrak, mede vanwege een periode van ziekte. ‘Gelukkig was Willem Maarten, een begaafde jonge theoloog, bereid een boek over dit onderwerp mede vorm te geven’, zegt de voorganger in de oude pastorie vlak bij het centrum van Utrecht. Dekker moet hartelijk lachen om het compliment. Hij nam het laatste, dogmatische hoofdstuk voor zijn rekening.

Wat is het probleem met de Geest dat u een apart boek over Hem schrijft?

Zoutendijk: ‘Naar mijn waarneming wordt de Heilige Geest in evangelisch-charismatische kringen te weinig onderscheiden. Hij wordt te gemakkelijk met de menselijke geest verbonden, samen brengen zij iets moois tot stand. De Geest is dan een soort groeihormoon. Het is waar dat Hij God en mens verenigt, maar de Geest blijft de kritische ander met een zekere afstand tot de mens. Hij spreekt mij aan, bemoedigt mij, zucht met mij en getuigt dat ik een kind van God ben. Als je de Heilige Geest te veel ziet als een kracht ben je weerloos als je geloof wordt aangevochten of in situaties van lijden. Juist in een crisis is de persoon van de Heilige Geest zo belangrijk.’

Waarom is het belangrijk de Geest als persoon te identificeren?

Zoutendijk: ‘Omdat de Bijbel over Hem spreekt als een persoon. De Geest getuigt met onze geest. De apostel Paulus wordt verhinderd door de Geest. Je kunt zelfs liegen tegen de Geest. Er zijn genoeg bijbelse gegevens op grond waarvan je kunt vaststellen dat de Geest een persoon is met een eigen positie naast God de Vader en God de Zoon.’

Dekker: ‘Het is ook een kwestie van logica. Als de Geest een kritische tegenover is, die spreekt, en toezeggingen en beloftes doet, moet hij wel een persoon zijn. Daarnaast: als je de Vader en de Zoon personen noemt en de Geest niet, maak je Hem minder goddelijk dan de andere twee. Een persoon is hoger dan een kracht.’

In veel kerken wordt de Geest gezien als een soort onderaannemer die het werk van de Vader en Zoon uitvoert.

Zoutendijk: ‘Al in de vroege kerk is er een strijd geweest over de vraag of de Heilige Geest gezien moest worden als een lagere kracht. Dan is God de Schepper, Jezus de Verlosser en de Geest een kracht die afdaalt om mensen te helpen bij hun geloof.’

Dekker: ‘Ook in de gereformeerde traditie bleef er weinig eigen werk over voor de Geest. In Christus was immers alles volbracht. De Geest had alleen maar de taak daarop te wijzen. Die visie gaat terug op een gebrekkig onderscheid tussen verzoening en voleinding. Voor het eerste heeft Christus gezorgd, het laatste is een eigen werk van de Geest. Hij werkt aan het realiseren van het eschaton, de voleinding van de wereld. Niet alleen van jouw persoonlijke geschiedenis, ook van de kosmos. Hij is een persoonlijke kracht die de geschiedenis uitdrijft naar het einde. Als gelovige mag je weten dat het werk van God wordt voltooid, door de Heilige Geest.’

Zoutendijk: ‘De Geest is iemand die jou in je geloof op moeilijke momenten met veel kracht over een dood punt heen helpt. Maar Hij is ook degene die van jou een nieuw mens maakt. Het geloof is een scheppende daad van God, een wonder.’

Dekker: ‘In tweeduizend jaar christendom zie je dat al gauw te klein is gedacht van de Geest, te menselijk. Maar Hij is een persoon. Dat is prachtig. Daardoor krijg je zicht op zijn volheid.’

Het gebruik van het woord persoon in onze moderne tijd is volgens u niet zonder risico. Waarom?

Dekker: ‘Wij definiëren een persoon als een ‘‘relatief zelfstandig optredend wezen met een eigen vermogen tot spreken en horen’’. Een persoon wordt in onze tijd en cultuur opgevat als een individu, iemand die autonoom is, die zichzelf kan zijn zonder anderen. Maar in de godheid is geen sprake van absolute autonomie. Vader, Zoon en Geest zijn personen die dat alleen kunnen zijn in spreken met en horen van anderen. Als je de personen van God te veel ziet als individuen, krijg je drie goden – het tri-theïsme. Dat is meergodendom, zo je wilt: heidendom.’

Wat is het probleem daarmee?

Zoutendijk: ‘Dan weet ik niet meer waar ik als gelovige met God aan toe ben. De ene persoon in de godheid kan dan anders denken en handelen dan de andere personen. Dat is verwarrend. God is een wezen met onderscheiden personen, maar ze getuigen van hetzelfde. Samen zijn ze liefde.’

In de Bijbel zie je een ontwikkeling in hoe de Geest wordt geopenbaard. Welke?

Zoutendijk: ‘In het Oude Testament is de Heilige Geest een kracht die op mensen valt. Aan het einde wordt Hij persoonlijker. In Jesaja staat dat Israël de Geest bedroefde. Maar dan is Hij nog niet de uitgestorte Geest. Dat wordt Hij in het Nieuwe Testament. De apostel Paulus legt uit dat de Geest ons dieper in ons mens-zijn trekt, en in de zuchtende en geteisterde schepping. Volgens ons geeft Johannes de meest rijpe openbaring van de Geest. In dit bijbelboek is Hij de Parakleet, de persoonlijke helper van gelovigen die woorden te binnen brengt en leert over toekomstige dingen.’

Waarom openbaart de Geest zich op deze verschillende manieren, denkt u?

Dekker, na een stilte: ‘Wij kunnen niet alles in één keer begrijpen. Volgens de accommodatietheorie van Calvijn past God zich aan ons aan. De mensen in de tijd van het Oude Testament konden de volheid van de Geest nog niet aan. Dat kan pas als Christus zijn verzoenend werk aan het kruis heeft volbracht.’

U noemt een concentratie op bijzondere gaven van de Geest als profetie en genezing een reductie. Wat bedoelt u?

Zoutendijk: ‘Het is zo jammer dat deze gaven centraal worden gesteld, als positieve kracht op zichzelf die ons leven versterkt. Daar zijn we het niet mee eens. Waarom moeten er speciaal conferenties voor worden georganiseerd? In mijn eigen gemeente heb ik genezingen meegemaakt. Die zijn niet gebeurd zonder gebed. Het zijn tekenen die je herinneren aan de overwinning van Christus. Het zijn tekenen van Pasen en van Gods koninkrijk dat komt. Daar moet je je volgens mij niet al te dik over doen.’

Dekker: ‘Wat de Romeinenbrief met zijn rechtvaardiging van de goddeloze is voor de Reformatie, is het boek Handelingen voor charismatische christenen. Ze lezen het boek als een succesgeschiedenis die nog steeds doorgaat. Dat is een eenzijdige benadering, want God maakt ook duidelijk dat Paulus veel moet lijden. De lijdensweg van Paulus is een herhaling van die van Jezus.’

Wat is het eigene van de Geest en hoe werkt Hij?

Zoutendijk: ‘God geeft geboden, maar daarmee zijn ze nog niet gedaan. Hij geeft beloften, maar daarmee zijn die nog niet werkelijkheid. De Geest zorgt ervoor dat ze effectief worden in het leven van een christen. Het eigene van de Geest is dat Hij realiseert. Hij zorgt dat het ervan komt.’

Dekker: ‘De Geest leert ons te buigen voor God. Hij overwint weerstanden. In de taal van de Dordtse leerregels: ‘Hij opent het geslotene, vermurwt het verharde en besnijdt het onbesneden hart.’ Dat gaat met een zeker geweld gepaard, zoals God echt kracht moest gebruiken om Jakob te overwinnen. Onze wil moet gebogen worden, en dat gaat niet vanzelf. Tegelijk spreken de Dordtse leerregels, heel mooi, over een ‘zoete werking’ in het hart. De Heilige Geest werkt daarnaast in de wereld, buiten het hart om en buiten de kerk. Alles op aarde dat van God is, is Geest. Hij is ook degene die het koninkrijk doet komen.’

De wortel van de drie-eenheidsleer ligt op Golgota. Legt u dat eens uit?

Dekker: ‘Wij hebben ons de vraag gesteld waarom het noodzakelijk is dat de Heilige Geest een aparte persoon vormt. Het antwoord is te vinden op Golgota. Daar komt de oordelende, levende Vader tegenover de veroordeelde, gekruisigde Zoon te staan. ‘Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten’, zegt Jezus. God is van God verlaten. God lijkt stuk te breken. De enige die de eenheid vasthoudt, is de persoon van de Heilige Geest.’

U pleit ervoor God geen wezen te noemen, maar ‘leven’. Waarom?

Dekker: ‘Het beste beeld voor de Drie-eenheid van God is het huwelijk. Man en vrouw zijn één, zij delen elkaars leven helemaal. Zo is het ook met de drie personen die samen God vormen. Leven is een bijbelser woord dan wezen, dat te filosofisch is. Het stemt ook overeen met de ervaring. In het woord ‘leven’ zit dat als je je leven met elkaar deelt, je geschiedenis met elkaar maakt.’

U stelt voor om kinderen bij de doop voortaan drie keer onder te dompelen. Hebt u nog meer praktische toepassingen van uw visie?

Dekker: ‘De tendens is het avondmaal te zien als een gemeenschapsviering. Maar in de kerk vieren we niet dat we samen zijn. We vieren dat we verbonden zijn met God, door de Heilige Geest. Het is goed dat voor ogen te houden. Daarnaast is het goed te beseffen dat je in het pastoraat met zijn drieën bent. Het is niet alleen een gesprek van mens tot mens. De Geest is erbij. Hij is degene die al aan het werk is voordat het gesprek plaatsvindt. Heel concreet is dit allemaal nog niet. Dat zien wij ook niet als onze taak. Het gaat ons erom de bewustwording te vergroten dat de Heilige Geest een persoon is met een heel eigen werk.’ ■

Naar aanleiding van De Geest onderscheiden

Willem Maarten Dekker en ­Andries Zoutendijk. Uitg. ­Boekencentrum, Utrecht 2017. 192 blz. € 24,99

Bijlagen

Fotoserie, 2 foto's
PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?