Christendom is inmiddels net zo onbekend als cricket

Geloof
beeld Dick Vos en anp / Marco de Swart
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Het onderzoek God in Nederland laat zien dat het christendom in Nederland de laatste tien jaar verder is gekrompen. Theoloog Stefan Paas: ’Dit is de tienjaarlijkse koude douche.’

Baambrugge

Het christendom in Nederland blijft krimpen en vergrijzen. Dat beeld schetst het rapport God in Nederland, 1966-2016, dat zondag in het programma Kruispunt werd gepresenteerd. Deze publicatie presenteert vooral statistieken en voorspelt dat over enkele jaren nog slechts 20 procent van de Nederlanders zich als kerkelijk zal zien. Stefan Paas, hoogleraar missiologie in Amsterdam en Kampen, is niet verrast door deze cijfers, maar wijst erop dat hiermee niet alles gezegd is.

Wat valt u het meeste op in dit rapport?

‘Het is de tienjaarlijkse koude douche. De trend is duidelijk: de twee grote volkskerken zijn er dramatisch aan toe, zij vergrijzen en krimpen. Dat geldt vooral voor rooms-katholieken. Opvallend is dat leden van de Protestantse Kerk in Nederland enthousiaster zijn geworden over hun kerk. En de kleine protestantse kerken wijken af van het algemene beeld. Daar is geen krimp en er zijn relatief veel jonge mensen actief.

Bij het vorige onderzoek, uit 2006, leek er een einde te komen aan de neergang. Het nieuwe rapport bevestigt echter de neerwaartse tendens. Waarschijnlijk was er iets mis met de steekproef die in 2006 genomen is. De afname van het aantal christenen komt vooral door ‘generatievervanging’: oude, gelovige generaties verdwijnen en daar komen jonge, minder religieuze mensen voor in de plaats.’

Bevestigt dit rapport dat wetenschappelijke theorieën over secularisatie kloppen?

‘De oude theorie, dat in een moderne samenleving religie gedoemd is te verdwijnen, is al lang ontkracht. Kijk naar China, waar modernisering samengaat met een bloei van de religiositeit. Voor Europa lijkt de theorie echter nog steeds goed op te gaan. Er is hier wel degelijk iets aan de hand.

Ik wil het echter graag breder zien. Religie is een afbrokkelende muur in een gebouw dat als geheel op instorten staat. En wij staren ons blind op die ene muur. Het gebouw, onze samenleving, wankelt. Kijk naar de vakbonden en naar de politieke partijen. Die bevinden zich misschien wel in een nog grotere crisis dan de kerken. We geven daar weinig aandacht aan, omdat we geen alternatieven zien voor deze organisaties.

Of kijk naar ideologieën als communisme, socialisme en klassiek liberalisme. Ook zij hebben moeite, meer nog dan het christendom, om hun verhaal te verkopen.’

God in Nederland voorspelt een ­daling van het aantal gelovigen naar 20 procent.

‘Mensen verlaten de kerk tegenwoordig vooral horizontaal: het overlijden van oudere, meer kerkse generaties, is de voornaamste reden dat het christendom nog krimpt. Kerkverlating is bij de generaties vanaf 1956 bijna geen issue meer. Je ziet dus al een stabilisering.’

Voor de kleine protestantse kerken schetst God in Nederland nog het mooiste perspectief. Ligt hier de toekomst van het Nederlandse christendom?

‘We zien dat onze samenleving uiteenvalt in minderheden. Deze kerken zijn altijd al een minderheid geweest en passen zich dus sneller aan de huidige situatie aan. Dit sluit aan bij wat veel theologen zeggen: kleine, relatief strikte gemeenschappen zijn succesvol. Zij weten mensen te enthousiasmeren, bieden levensverdieping en zijn actief in de samenleving.’

Toch blijven die kleine protestantse kerken een kleine groep. Of kunnen zij op termijn aan de basis staan van een grote opwekking?

‘Niets wijst erop dat de grote massa weer naar het christendom zal terugkeren. Volkskerken die de hele samenleving naar hun hand zetten, zijn echt verleden tijd. Dat grote eenheidsideaal zit nog in ons hoofd, maar dat is niet per se de bedoeling van het christendom.

Vergelijk het met het leger. Vroeger hadden we dienstplicht en was het leger groter. Tegenwoordig hebben we een klein vrijwilligersleger, met mensen die bewust voor dit beroep kiezen. Ook voor de kerken gaat dit op. De groep is niet meer zo groot als voorheen, maar er wordt actief gebeden, er zijn veel vrijwilligers en de betrokkenheid bij de samenleving is groot.’

Volgens het rapport zien niet-gelovigen bijna geen raakvlakken meer tussen hun overtuiging en wat de kerken te bieden hebben. Vindt u dat verontrustend?

‘Dit verbaast me weinig. Sommige mensen hebben nog het idee dat die groep van ongelovigen een grote vijver is waar christenen vrij in kunnen vissen. Zo makkelijk krijg je deze mensen echter de kerk niet in. Het christelijk geloof is voor de meeste mensen ver van hun bed.

Vergelijk het met cricket. Dat zal nooit een volkssport worden. Pas als het dichterbij komt, bijvoorbeeld als je buurman aan deze sport doet, kan cricket ineens interessant worden.

Zo werkt het ook met het christelijk geloof. Via persoonlijke contacten kunnen mensen die niets hebben met religie, daar toch interesse voor ontwikkelen. Maar als je kijkt naar buitenkerkelijken als geheel, dan is het natuurlijk niet verbazend dat zij niets meer hebben met het christendom.’

In het rapport staat dat kerken die groeien vooral mensen wegtrekken uit andere kerken: de circulation of the saints. Wat vindt u daarvan?

‘Hangt er vanaf hoe je het bekijkt. In de sociale wetenschappen is het juist een teken van vitaliteit als mensen van kerk veranderen. Zij maken immers een bewuste keuze. Mensen doen dat niet snel, dus dit is wel bijzonder. Je ziet bijvoorbeeld in de ­biblebelt een enorme circulatie. Grotendeels vindt dat plaats binnen de groep van de kleine protestantse kerken, maar soms stappen er ook mensen vanuit de PKN over naar deze kleinere kerken. Op basis van dit onderzoek kun je daarover niet heel veel zeggen. Slechts enkele tientallen mensen in de genomen steekproef horen bij de kleine protestantse kerken. Op basis van enquêtes is het moeilijk om met zo’n kleine groep een representatief beeld te krijgen.’

Volgen de kleine gereformeerde kerken, met één generatie vertraging, niet dezelfde trend als de PKN?

‘Dat wordt inderdaad al heel lang gezegd, maar in dit rapport kun je hiervoor geen bewijs vinden. Het beeld is juist relatief positief. In de kleine protestantse kerken vind je verhoudingsgewijs veel meer jonge mensen dan in de PKN en het opleidingsniveau is hoger. Het zijn vrij hechte gemeenschappen. De gezinnen zijn hier iets groter en samen met aanwas van migranten en bekeerlingen vertraagt dit de secularisatie.

Tegelijk zou het interessant zijn om die bekeringen beter te onderzoeken. Je kunt er in globale zin wel iets over zeggen. Nu blijkt dat 45 procent van het ledenbestand van de kleine kerken jonger is dan veertig jaar. Daar wordt dus ook meer getrouwd, soms met een niet-gelovige persoon. En het is bekend: als mensen tot bekering komen, is dat vaak via een gelovige partner. Pioniersprojecten doen het goed, ook in de PKN trouwens. De leiding ligt vaak bij jonge mensen, die gewend zijn aan het feit dat het christendom een minderheid is. Ze weten dat niet iedereen hun geloof deelt en denken: so be it.’ <

1966-2016

De ontkerkelijking zet door, vooral in de Protestantse Kerk in Nederland en de Rooms-Katholieke Kerk. Dat blijkt uit God in Nederland 1966-2016, een onderzoek van godsdienstsocioloog Ton Bernts en religiewetenschapper Joantine Berghuijs in opdracht van de KRO. De grote volkskerken hebben te maken met krimp en vergrijzing. Het aantal buitenkerkelijken is gegroeid naar 67,8 procent van de bevolking. Slechts 30 procent van de Nederlanders beschouwt zich als kerkelijk. Vrijwel alle cijfers in het onderzoek laten een daling zien ten opzichte van tien jaar geleden. Kerkleden wonen minder vaak vieringen bij. Ze geloven meestal niet meer dat Jezus Gods zoon is of dat de Bijbel Gods woord is. Het maatschappelijk nut van religie staat meer en meer ter discussie. De kleine protestantse kerken, die 4,2 procent van de bevolking uitmaken, vormen een uitzondering op het bovenstaande. Hiertoe rekenen de onderzoekers onder meer de kleine gereformeerde kerken, de evangelische kerken en de pinkstergemeenten. In deze kerken zijn relatief veel mensen van jonger dan 40 jaar actief en is de leer vaak nog orthodox. Bovendien is er geen sprake van krimp.

Bijlagen

Fotoserie, 2 foto's
PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief