Christelijk-gereformeerden vieren 125-jarig bestaan

Zendingsbijeenkomst van de classis Den Haag van de Christelijke Gereformeerde Kerken, omstreeks 1950. Geloof
Zendingsbijeenkomst van de classis Den Haag van de Christelijke Gereformeerde Kerken, omstreeks 1950. | beeld documentatiecentrum cgk en nd
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

De Christelijke Gereformeerde Kerken vieren hun 125-jarige bestaan met een canon en een tentoonstelling. De nadruk ligt niet op synodes, hoogleraren en dominees, maar op het geloofsleven van het gewone kerklid.

Utrecht

Door alle aandacht voor vijfhonderd jaar Reformatie valt het niet meteen op, maar de Christelijke Gereformeerde Kerken bestaan binnenkort 125 jaar. Het kerkgenootschap geeft bescheiden aandacht aan het jubileum. Er verschijnt een boekje, Canon van de Christelijke Gereformeerde Kerken, 1892-2017, waarin belangrijke momenten en personen sinds 1892 aan bod komen. En van 11 mei tot 23 mei is er een tentoonstelling te zien in het gebouw van de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Apeldoorn. De tentoonstelling wordt geopend door Willem van ’t Spijker (91), emeritus hoogleraar kerkgeschiedenis in Apeldoorn. Ook tijdens de landelijke Kerkendag op 26 mei is de mini-expositie nog een dag te zien.

De canon en de tentoonstelling zijn het werk van onder meer Esther de Hek en Jan Noorlandt. Beiden zijn actief voor hun kerkgenootschap. Noorlandt is beheerder van het documentatiecentrum in Veenendaal, De Hek is lid van de commissie die de tweejaarlijkse Kerkendag organiseert.

Wat is de bedoeling van canon en expositie?

Noorlandt: ‘Met de canon willen we het verhaal van de Christelijke Gereformeerde Kerken vertellen aan de hand van belangrijke personen en gebeurtenissen, zoals de verhuizing van de Theologische School van Rijswijk via Den Haag naar Apeldoorn in 1919, het dalend ledental sinds 1985, of het ontstaan van de samenwerkingsgemeente van vrijgemaakt-, Nederlands- en christelijk-gereformeerden in Deventer in 2009. De canon is in goed overleg samengesteld met de kerkhistorici van de Theologische Universiteit, Herman Selderhuis en Christa Boerke.’

De Hek: ‘De expositie bevat onderdelen van de canon. Ze telt dertien thema’s, zoals preken, zang en evangelisatie. Bij elk thema horen vijf à tien foto’s, filmpjes en tastbare zaken zoals het koffertje van zendingsarts Ees van Riessen, de gevelsteen van het eerste christelijk-gereformeerde kerkgebouw uit 1892, en een cartoon van ds. J.H. Velema.’

Noorlandt: ‘De naaikist van het weeshuis van de Christelijke Gereformeerde Kerken is er ook te zien. In het weeshuis werden kinderen opgevangen van wie de ouders gestorven waren of die thuis niet meer te handhaven waren. Bij het thema diaconaat hoort een collectezakje met een hengel. Als een collectant niet goed uitkeek, sloeg hij in de kerk met die hengel de hoedjes van de hoofden van de vrouwen. Zo maken we het verleden zichtbaar en brengen we het dichtbij.’

De Hek: ‘Jongeren uit de gemeente gingen wekelijks langs de gemeenteleden om voor de zending te collecteren. Eén keer per maand ging je naar een contactpersoon in de gemeente om het zendingsbusje te legen. Een paar van die zendingsbusjes zijn op de tentoonstelling te zien. Er bestaat een informele Facebookpagina van de Christelijke Gereformeerde Kerken, een soort digitale koffietafel, waar herinneringen worden gedeeld en informatie uitgewisseld. Op die pagina hebben we gevraagd naar verhalen over het zendingsbusje. Heel veel mensen hebben met zo’n zendingsbusje gelopen en hebben er herinneringen aan. Er kwamen wel twintig reacties, vaak prachtige verhalen.’

Jullie geven weinig aandacht aan professoren, synodes en theologische discussies.

Noorlandt: ‘In de canon komen weinig synodes voor. Op de synodes is veel gepraat over het zingen van gezangen, tot 2008, toen de gemeenten zelf mochten beslissen wat er gezongen werd. Dat verhaal vertellen we aan de hand van een psalmenbord. En we hebben een snedige uitspraak van professor Gerard Wisse: “De ene organist maakt muziek, de andere organist maakt me ziek.” Verder blijven professoren nogal op de achtergrond.’

De Hek: ‘We hebben geprobeerd de canon en de tentoonstelling laagdrempelig te houden. Wat er te zien is, moet niet te ver bij de mensen vandaan staan. Het gaat ons niet allereerst om de hoogleraren en de dominees, maar om het gewone gemeentelid. Ze moeten kunnen zien, ruiken en voelen wat er de afgelopen 125 jaar in de Christelijke Gereformeerde Kerken is gebeurd.’

Noorlandt: ‘En wat de theologische discussies betreft: we gaan niet ­bewijzen dat we 125 jaar geleden het gelijk aan onze zijde hadden. Die discussie hebben we nu wel gehad.’

Hoe laten jullie het geloofsleven van het gewone gemeentelid zien?

De Hek: ‘De tentoonstelling gaat ook over vroomheid thuis. We laten enkele verslagen van huisbezoeken zien, met de namen afgeplakt. Op die Facebookpagina hebben we gevraagd om materiaal voor de tentoonstelling, zoals een doopjurk die in verschillende families gebruikt is. Ook vroegen we om herinneringen te delen over vroegere huisbezoeken. Ze maken duidelijk hoe er thuis met Bijbel en geloof werd omgegaan, hoe de vroomheid werd beleefd in christelijk-gereformeerde gezinnen.’

Noorlandt: ‘We schenken aandacht aan Goede Moed, een meditatiereeks die dit jaar vijftig jaar bestaat. De reeks werd geschreven door christelijk-gereformeerde predikanten van uiteenlopende richtingen. Goede Moed, een initiatief van ds. J.H. Velema, werd in veel gezinnen gelezen. De teksten waren heel gevarieerd. Het ging over uiteenlopende thema’s, lang niet altijd over zware zaken als bekering en uitverkiezing.’

De Christelijke Gereformeerde Kerken kennen verschillende richtingen. Was het moeilijk om het elke richting naar de zin te maken?

Noorlandt: ‘Het bestaan van verschillende richtingen hebben we niet verzwegen. Wel zijn we er terughoudend mee omgegaan. Bekende namen uit de flanken, zoals ds. J.J. Rebel of ds. E. du Marchie van Voorthuysen, hebben we niet genoemd of beschreven, omdat de canon over de grote lijn moet gaan. Die verscheidenheid is trouwens typisch christelijk-gereformeerd. Sinds 1892 zijn we altijd heel gevarieerd geweest.’

De Hek: ‘We houden het feitelijk en stippen het richtingenverschil soms aan, als het gaat over samenwerkingsgemeenten van christelijk-gereformeerden en vrijgemaakten bijvoorbeeld. Maar het is niet onze bedoeling om met canon en tentoonstelling de eenheid te bevorderen, als dat al zou kunnen. De Kerkendag staat wel in het teken van eenheid. “Breng ons samen”, luidt het thema. Dat tijdens die dag ook de expositie te zien is, is op zich iets moois. Wij laten er zien wat onze gemeenschappelijke geschiedenis is.’

Echt christelijk-gereformeerd is het toelatingsgesprek voor aanstaande studenten in Apeldoorn. Wat laten jullie daarvan zien?

Noorlandt: ‘Jongemannen die in Apeldoorn gingen studeren en dominee wilden worden, kregen eerst een toelatingsgesprek met de negen curatoren, het zogeheten admissie-examen. Daar is weinig over bekend, omdat de aantekeningen na afloop vernietigd moesten worden. Dat gebeurde niet altijd. In de nagelaten papieren van een dominee die het examen afnam, vond ik de uitspraak van een jongeman: “Wijs me maar af, ik zit hier alleen omdat m’n moeder graag wil dat ik dominee word”.’ <

kerkendag

Bezoekers van de Kerkendag, in kerkgebouw De Ark, Vlechttuinen 4, Urk, mogen voorwerpen en documenten meenemen uit hun geschiedenis met de Christelijke Gereformeerde Kerken. Medewerkers van het CGK-documentatiecentrum zijn de hele dag aanwezig en horen graag het verhaal erachter.

De tentoonstelling is tot 24 mei te zien in het gebouw van de Theologische Universiteit, Wilhelminapark 4 in Apeldoorn.

Bijlagen

Fotoserie, 3 foto's
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?