Charlotte Rørth: ‘Mijn ontmoeting met Jezus draag ik altijd bij me’

Charlotte Rørth Geloof
Charlotte Rørth | beeld Rufus de Vries
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Charlotte Rørth zag Jezus. In een kerkje in Zuid-Spanje, in 2008. De atheïstische onderzoeksjournalist was er niet bepaald op voorbereid. Hoe kritisch ze ook is, aan de waarheid van deze gebeurtenis twijfelt ze nooit.

Volgens de cijfers is Denemarken een protestants land. Zo’n driekwart is aangesloten bij de (lutherse) volkskerk. Toch is de bevolking behoorlijk geseculariseerd. Wat dat betreft is de achtergrond van de Deense journalist Charlotte Rørth (55) vrij gangbaar: ze groeide op in een atheïstisch gezin, maar is zich altijd bewust geweest van de protestantse geschiedenis van haar land. Niets bijzonders vooralsnog.

Tot ze in 2008 Jezus zag en daar een boek over schreef. De dag dat ik Jezus ontmoette (2015) werd tegen alle verwachtingen in een bestseller in Denemarken. Rørth ontving honderden brieven van mensen die schreven óók Jezus te hebben gezien. In het seculiere Denemarken werd haar boek over een mystieke geloofservaring een populair onderwerp van gesprek. De journaliste – vorige week in Nederland vanwege de publicatie van de vertaling – is inmiddels 150 keer uitgenodigd voor een praatje, zegt ze. ‘Er kwamen in totaal 24.000 mensen op af. Het is alsof dit boek nodig was. Veel mensen voelen blijkbaar niet de vrijheid om met familie, vrienden of zelfs hun dominee over dit soort ervaringen te spreken.’

Terug naar 2008. Rørth is op persreis in ­Anda­lusië. Op een dag komt ze een vrouw ­tegen die haar aanklampt en zegt: ‘U bent ­uitverkoren.’

En toen dacht u?

‘Die is gek! Ik nam het niet serieus. En mijn gids, Andrea, ook niet. Toen ik iets later in de sacristie van een kerkje Jezus zag, legde ik ook geen verband met wat die vrouw had gezegd. Pas maanden later dacht ik: misschien was dat een voorteken. Andrea heeft haar later nog eens gezien, maar vergat haar naam en nummer te vragen. Daar was ik eerst kwaad over; ik wilde haar graag spreken. Maar nu denk ik: het is beter zo. Het gaat niet om mij. Ik geloof dat Jezus zich aan mij liet zien niet omdat ik speciaal ben, maar juist omdat ik gewoon ben.’

Dat zegt u wel vaker in uw boek. Maar waarom verschijnt Hij dan niet aan iedereen?

‘Ja, dat is de vraag, hè? Ik weet het niet. Maar ik ben zeker niet de enige die Jezus heeft gezien. Wetenschappers zeggen dat ongeveer de helft van de mensen eens in zijn leven wel een bijzondere, mystieke ervaring heeft. Ik denk dat God de mensheid zo herinnert aan zijn bestaan. Hij laat ermee zien dat Hij naar ons reikt en ons vertrouwt. Dat zei Hij ook tegen mij. Althans, Hij sprak in een taal die ik niet verstond, maar ik begreep toch dat Hij zei: het is goed dat je bestaat, Ik vertrouw je.’

De man die u zag, zei niet: ik ben Jezus. Hoe weet u zo zeker dat Hij het was?

‘Geen idee, maar ik wist het direct. Ik ben journalist, ik trek voortdurend alles in twijfel. Maar hieraan heb ik nooit getwijfeld. Ik kan die gebeurtenis eigenlijk alleen vergelijken met de geboorte van mijn kinderen. Op dat moment deed de rest van de wereld er niet toe; alles draaide om het kind in mijn armen.’

Zag u Jezus in uw hoofd, of was Hij lijfelijk aanwezig in die kerk?

‘Ik was de enige die Hem zag. Ik had mijn ogen gesloten, maar zag alsof ik ze open had. Ik zag dezelfde ruimte voor me, maar dan met Jezus. Hij had een koepel om zich heen, en daarin zag ik Israël. Het voelde heel normaal, helemaal niet sensationeel. Het was alsof ik naar een film keek. Maar ik was niet buiten mezelf en ik droomde ook niet. Ik hoorde om me heen nog toeristen praten. Toen ik mijn ogen opende, was er niets bijzonders te zien.’

We zijn bijna tien jaar verder. Denkt u nu soms niet: misschien is het allemaal nooit gebeurd? Of: het was Jezus vast niet.

‘Nee, nooit. Ik ben niet iemand die dingen verzint. Ik heb weinig fantasie, ben erg nuchter en praktisch ingesteld. Ik kan er niets meer aan veranderen, het is gebeurd. Net als de dood van een van onze zoons. Het is iets waarmee ik moet leven.’

Is het een ervaring waaruit u troost put in moeilijke tijden?

‘Mijn ontmoeting met Jezus is altijd bij me.’ Ze komt weer met een baby-vergelijking. ‘In de eerste weken weet je voortdurend waar je kind is – zoiets is het. Daarom schreef ik ook dit boek: ik wilde uitzoeken hoe ik hiermee moet leven. Ik voelde continu contact met God. Mijn lichaam voelde te klein voor deze ervaring. Ik barstte bijna uit elkaar. Tot een van onze zoons in 2014 zelfmoord pleegde – in de Verenigde Staten, waar hij studeerde –, had ik nog nooit echt over de dood nagedacht. Maar toen de politie voor de deur stond, wist ik direct dat het goed met hem was, dat hij in de hemel is. Nu leef ik met de hemel en de hel in mij. Dat is soms lastig te begrijpen voor anderen. Mensen vragen me verbaasd of ik in God geloof. Dan antwoord ik: wat kan ik anders? Ik heb het niet in de hand. We zijn in Noord-Europa niet gewend om de controle te verliezen.’

In uw boek schrijft u: de hemel, Gods koninkrijk, is ín ons.

‘Dat klopt, maar ik zeg niet dat er ook niet een hemel buiten ons kan zijn, in een andere dimensie. Hoe dat precies zit, valt niet met woorden te beschrijven, daarvoor schiet onze taal tekort. We kunnen alleen omschrijven wat we al begrijpen. Religies proberen het te vatten, maar je belandt al gauw in een systeem dat de werkelijkheid geen recht doet.’

U beschrijft uw relatie met Jezus als een verliefdheid. Maar met godsdienst en religie hebt u niet veel op?

‘Nee hoor, ik ben zelf met veel vreugde lid van de Deense staatskerk. Maar ik denk wel dat religie, kerk en geloof verschillende zaken zijn die we goed uit elkaar moeten houden. Geloof is een persoonlijke band met God, de kerk is er om geloof te delen, te vieren, er woorden aan te geven. Dat ik me bij deze kerk heb aangesloten, is mijn eigen keuze geweest. Jezus zei niet tegen me: word protestant.’

Vindt u in de kerk ruimte voor zo’n mystieke ervaring als u hebt gehad?

‘Niet altijd. Andere kerkleden hebben me gecorrigeerd. Ik zou de verkeerde Jezus hebben gezien. Maar ik ben daar niet snel gefrustreerd over. We hebben allemaal onze eigen relatie met God.’

Maar misschien is het lastig wanneer uw ervaring en godsbeeld botsen met wat de kerk leert?

‘De Deense volkskerk is niet zo strikt hoor. Ik ervaar weinig spanning. En meestal als ik een andere visie hoor, denk ik juist: interessant, zo kun je het ook zien! Wat ik wel lastig vind, zijn mensen die denken alle antwoorden te hebben. Ik kan slecht tegen fundamentalisme.’

Zit u niet in de verkeerde kerk? In de Rooms-Katholieke Kerk is er meer begrip voor de mystieke ervaring die u hebt gehad. Het protestantisme is rationeel. Zozeer zelfs, dat het godsdienst in feite buitensluit, ­citeert u een Deense filosoof.

‘In de katholieke kerk is daarvoor inderdaad meer ruimte, dat is waar. Maar cultureel voel ik me heel thuis in de Deense staatskerk. Want ik ben óók nuchter, rationeel en praktisch ingesteld. Ik ben sinds 2008 niet ineens een ander geworden. Ik kijk op mijn ontmoeting met ­Jezus ook niet terug als een bekering, maar als een uitbreiding. Mijn wereld is groter geworden. Tegelijk vind ik dat de protestantse traditie wel te sterk gericht is op kennis en verstand; het lichaam en de ervaring komen er bekaaid van af, terwijl die net zo goed wezenlijk horen bij het mens-zijn.’

Ik ben ook opgegroeid in de protestantse traditie en ik moet bekennen dat ik tijdens het lezen van uw boek geregeld dacht: jaja … Ik vind het maar wat moeilijk om u op uw woord te geloven.

Rørth lacht. ‘En dan ben je ook nog eens journalist. Ik begrijp het heel goed. Ik vond het ook moeilijk te accepteren, terwijl ik het zelf had meegemaakt. Tegelijk ben ik blij met mijn rationele opvoeding. Het heeft ervoor gezorgd dat ik mijn verstand niet heb verloren in dit proces. Het is goed om overal vragen bij te stellen.’

Dat ik verzet voel bij het lezen van uw ­verhaal, heeft vast ook te maken met ­jaloezie. Kwam u dat vaak tegen?

‘Alleen bij diepgelovige mensen.’ Ze lacht, maar ze meent het. ‘Een priester zei tegen me dat ik de duivel heb gezien en dat mijn boek gevaarlijk is. Maar meestal zeggen mensen ­natuurlijk niet dat ze jaloers zijn. Ze vragen wel: waarom heb ik zo’n ervaring dan niet ­gehad? Toch interpreteer ik dat niet negatief. Ik merk vooral dat mensen zelf óók zoiets zouden willen ervaren, niet dat ze het mij niet gunnen.’

Bracht uw mystieke ervaring vervreemding bij vrienden en familie, of juist toenadering?

‘Allebei. Ik moest nieuwe vrienden zoeken met wie ik er goed over kon praten. Andrea, mijn gids in Spanje destijds, is een goede vriend geworden. En Liselotte, een priester. Er is afstand geweest met vrienden en familie. Ik heb me in het begin niet gerealiseerd hoezeer mijn verhaal ook de levens van anderen op de kop zou zetten, hun kijk op het leven, op God. Gelukkig was mijn verhaal voor niemand aanleiding om het contact te verbreken. Ik prijs me gelukkig met mijn familie en ­vrienden.’ ■

N.a.v. De dag dat ik Jezus ontmoette. Bekentenissen van een moderne ongelovige

Charlotte Rørth. Uitg. Wereldbibliotheek, Amsterdam 2017. 191 blz. € 17,99

Bijlagen

Fotoserie, 2 foto's
PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?