Aramees heilig voor Assyrische christenen

Meester Robert bij het whiteboard tijdens een les in de grammatica van het Assyrisch. Geloof
Meester Robert bij het whiteboard tijdens een les in de grammatica van het Assyrisch. | beeld nd
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Toen terreurorganisatie ISIS in februari vorig jaar 33 Assyrische dorpen in Syrië binnenviel, vluchtten de christenen halsoverkop naar Libanon. De kinderen krijgen nu les om hun ‘heilige taal’ levend te houden.

Beiroet

Meester Robert schrijft in blauw, rood en groen op het whiteboard. De blauwe tekens zijn Assyrische letters, een vorm van Aramees, de taal die Jezus sprak. Vandaag geeft hij grammatica aan een klas van zo’n twintig Assyrische kinderen. Ze zijn februari vorig jaar gevlucht uit hun dorpen in het noorden van Syrië, vlak voor ISIS die innam.

Aan de rode markeringen naast de letters kunnen de kinderen zien hoe ze de woorden moeten uitspreken. Met de groene strepen legt Robert, die niet met zijn achternaam in de krant wil, uit welk woord ‘hij’ betekent en welk woord ‘zij’. Het lokaal waarin de kinderen les krijgen, grenst aan de kerkzaal van de Assyrische kerk Pethyon. Het is geen officiële school, de leerkracht geeft informele lessen om de kinderen voor te bereiden op de scholen waar ze in de toekomst terechtkomen.

De priester van de kerk, George, ontfermt zich over de families die hier halsoverkop naartoe zijn gekomen. Twee van de kinderen in deze klas zijn ontvoerd geweest door de terreurbeweging. Allemaal hebben ze broers, zussen, vaders, moeders, ooms of tantes die enige tijd werden ontvoerd, toen ISIS het op deze christelijke minderheid gemunt had.

Aan de overkant van de straat hangt een spandoek met daarop de foto’s van de personen die nog niet zijn vrijgelaten. Dat zijn er nog zes, niemand weet waar ze zijn en of ze nog leven.

identiteit

In de kerk krijgen de kinderen vijf dagen in de week vier uur les. Engels, Assyrisch, Arabisch, wiskunde en sessies om hun trauma’s te verwerken met kunst en drama.

‘Het is essentieel dat ze hun eigen taal leren’, zegt de priester zachtjes – om de les niet te verstoren. ‘Het is hun identiteit, het maakt hen tot wie ze zijn. Zij hebben het van hun voorouders ontvangen, ze moeten het ook later weer doorgeven. Deze taal is heilig voor ons. We houden de mis in het Assyrisch, het is de taal die Jezus sprak.’

Robert is klaar met zijn uitleg en roept nu één voor één de kinderen naar voren om de woorden hardop voor te lezen. Een paar jongens en meiden steken enthousiast hun hand op, andere kinderen zijn minder gretig. ‘Hij is ..., zij is ...’ Meester Robert laat de kinderen een liniaal gebruiken om de woorden die ze lezen aan te wijzen.

vrijwillig

Hij doet dit werk vrijwillig, zoals alle leraren die hier lesgeven. In 2014 is hij uit Syrië naar Libanon gevlucht. Zelf is hij op tijd weggekomen, maar twee van zijn zussen werden ontvoerd door ISIS. ‘Zodra ze waren bevrijd, heb ik mijn familie naar Libanon gehaald. In Syrië heb ik vijftien jaar lesgegeven. Ik houd van deze kinderen. Het is mijn ambitie om, voor zover ik dat kan, hun een toekomst te bieden. Ze hebben allemaal geen huis meer.’

De priester vertelt hoe de terreurbeweging te werk ging. ‘In totaal zijn 280 mensen ontvoerd. Een jaar lang zijn ze vastgehouden in een kleine ruimte. De vrouwen en kinderen gescheiden van de mannen. Zo nu en dan werden ze verhuisd naar een andere regio, om daar als menselijk schild te dienen. Ze hebben zelf geen geweld gezien, dat hebben ze me verteld.’ De priester oogt rustig terwijl hij praat over wat zijn mensen hebben meegemaakt. Dat er geld is betaald om hen vrij te krijgen, is voor hem geen geheim. ‘In die regio heb je christelijke leiders en moslimleiders. Die hebben samen hun stem gebruikt in de onderhandelingen. Niet om de oorlog op te lossen, maar om deze gezinnen te bevrijden.’ Hij pakt zijn smartphone erbij. ‘Kijk’, zegt hij, na een poosje zoeken tussen zijn foto’s. ‘Zo mooi is de plek waar zij hun dorpen hadden.’ Een kronkelende rivier, groene gewassen, een kerk. Dan laat hij de volgende foto zien van dezelfde kerk, in puin. ‘Zo ziet het er nu uit.’ De beelden van kapotgeslagen huizen, kerken en beelden worden hem te veel. Hij loopt weg om zich achter het gordijn naast het altaar weer te herpakken. ‘Christenen in het Midden-Oosten zijn altijd onderdrukt geweest. Westerse christenen helpen ons niet. We vragen niet om jullie financiële steun, we willen alleen dat jullie stoppen met het leveren van wapens die onze mensen kapotmaken. Christenen moeten hun stem verheffen naar hun eigen overheid.’

naar Australië

De Assyriërs die nu nog in Syrië zijn, vechten samen met andere verdrukte minderheden mee tegen terroristen, door de kerk gesteund met wapens en voedsel. Zelfs als er vrede zou komen, kunnen deze kinderen en hun ouders niet zomaar terug naar hun dorpen. Hun huizen en kerken zijn verwoest en hun landerijen liggen vol met mijnen. Daarom zijn de gevluchte gezinnen die nu in Libanon wonen, van plan door te reizen naar Australië. In dat land woont 90 procent van de Assyrische gemeenschap, met hun eigen bisschop. De Engelse les die de kinderen in de kerk krijgen, is bedoeld om hen daarop voor te bereiden. Tot die tijd wonen ze in appartementen in de omgeving van de kerk, een christelijke wijk, waar ze zich veilig voelen. Geld om de huur te betalen krijgen ze van vrienden en familie. Dat is hard nodig, want werken mogen de vluchtelingen niet in Libanon. En huur van de appartementen waarin ze wonen, was vóór de Syrië-crisis honderdvijftig dollar per maand. Nu is het vijfhonderd.

investeren in kinderen

Als de kinderen niet naar deze informele lessen zouden gaan, zou het appartement hun enige plek zijn om te spelen. Om verveling tegen te gaan, neemt priester George de kinderen regelmatig mee op pad. De weekenden zijn ook gevuld met activiteiten van de kerk. Dan zingen ze samen met de Assyrische kinderen uit Libanon in een koor. Ook voor de ouders is de school een belangrijke plek. Een van de moeders geeft wiskunde. ‘Ik mag niet werken en de kinderen hebben mij nodig. Ik investeer liever in hen dan in iets wat ik niet ken. Zij zijn als mijn eigen kinderen.’ <

halsoverkop vluchten

In februari 2015 viel ISIS 33 Assyrische dorpen aan in het noorden van Syrië. De bewoners vluchtten halsoverkop naar Libanon, maar 280 mensen werden door de terreurbeweging ontvoerd. De meeste van hen zijn inmiddels bevrijd, maar van zes personen is niet bekend waar ze zijn en of ze nog leven.

Assyriërs vormen een christelijke minderheid in Syrië, en behoren tot de Syrisch-Orthodoxe Kerk. Assyriërs zijn, evenals de Armeniërs, een van de oudste, christelijke gemeenschappen. Ze spreken een vorm van het Aramees, de taal die Jezus sprak. Assyrische christenen hebben tijdens de Eerste Wereldoorlog geleden onder genocide door de Turken. In 1915 kwamen 750.000 Assyriërs om het leven.

Bijlagen

Fotoserie, 4 foto's
PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?