Analyse: Er is meer én er zijn pastorale brokken

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Leven uit verlossing is prima, verlangen naar méér van de Geest eveneens. Bij genezing en bevrijding is pastorale zorgvuldigheid een vereiste.

Ede

There is More – Er is meer. Wat je ook denken mag van de leiderschapsconferentie van het Evangelisch Werkverband in de Protestantse Kerk (EW) met oefeningen in profetie, genezing en bevrijding, origineel is de naam allerminst. Al in 1907 kreeg de Pinksterbeweging, ontsproten aan een opwekking in de Azusa Street in Los Angeles, voet aan de grond in Nederland. De beweging propageerde een doop met de Heilige Geest, een aparte ervaring los van de bekering, die gelovigen in staat stelt de ‘gereedschapskist’ van de bijzondere gaven te bedienen – tongentaal, profetie, genezing ...

Dat denken kreeg een impuls door het bezoek, eind jaren vijftig, van de Amerikaanse ‘gebedsgenezer’ T.L. Osborn aan Nederland, waaruit de ‘bedieningen’ van Johan Maasbach en, via hem, Jan Zijlstra voortkwamen. In die jaren trad ook evangelist Karel Hoekendijk op, die ‘er-is-meerbijeenkomsten’ belegde.

In de jaren zestig en zeventig kwam er binnen de grote kerken aandacht voor de gaven van de Geest, bij de protestanten via de Charismatische Werkgemeenschap Nederland, bij de katholieken via de Katholieke Charismatische Vernieuwing. Het thema werd na de eeuwwisseling tot leven gewekt in de kleine gereformeerde kerken via New Wine, geïmporteerd door de Nederlands-gereformeerde predikant Dick Westerkamp.

je uitstrekken naar meer

De verbindende gedachte is dat bekering en verlossing weliswaar belangrijk zijn, maar dat je je als christen mág ‘uitstrekken’ naar ‘meer van de Geest’. Er zijn in Nederland genoeg christenen die vinden dat je aan de verlossing genoeg hebt. Prima om daaruit te leven.

Even legitiem is het verlangen bij andere christenen naar een vervulling met de (gaven van de) Geest die zorgt voor een krachtiger doorwerking van het geloof.

De vraag is hoe je komt tot zo’n door de Geest vervuld leven? Voor de bijeenkomst van het EW heeft directeur Hans Maat de Amerikaanse evangelist Randy Clark ingevlogen. Hij stond in de jaren negentig aan het begin van de Toronto Blessing, een omstreden opwekking die gepaard ging met verschijnselen als ‘vallen in de Geest’ waarbij mensen overweldigd van hun sokken werden geblazen, maar ook huilen, schreeuwen, lachen en zelfs blaffen.

Maat probeert extreme uitingen te voorkomen, maar zegt verder gewoon te doen wat in de Bijbel staat. Daarachter schuilen echter theologische keuzes die worden betwist. Het is de vraag of je de wedergeboorte van een mens en diens vervulling met de Geest zo uit elkaar mag halen. Daarnaast is het bij Clark de leider die met een speciale ‘bediening’ door handoplegging, onder gebed, de Geestesgaven overdraagt. Die wijze van overbrengen is niet algemeen aanvaard, ook niet in Pinksterkringen.

Na de leidersconferentie, die tot en met vandaag duurt, gaat het Evangelisch Werkverband in hetzelfde spoor verder – er komen bijeenkomsten voor ‘gewone’ gelovigen. Dan is het zeer belangrijk dat er oog is voor mensen die vol verwachting gaan, maar niet genezen van een ziekte of kwaal of niet merkbaar vervuld raken met de Geest.

‘Toronto’ is op dat punt een lichtend voorbeeld: zij claimt miljoenen bekeringen, maar leidde ook tot teleurstelling bij mensen die niet kregen wat zij verlangden. Doorgewinterde Pinkster-leiders wijzen op de menselijke kant van het ‘vallen in de Geest’ en waarschuwen voor pastorale ongelukken in de ‘genezingsbediening’. In de sfeer van bijeenkomsten met begenadigde sprekers, moet je verdacht zijn op groepsdynamiek, massapsychologie en mensen die graag de aandacht trekken. Je hoeft geen profeet te zijn om te voorspellen dat de organisatie bij het uitvoeren van haar missie pastoraal de mist in kan gaan, als zij niet verantwoord en zorgvuldig opereert.

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief