Als de overheid harten moet toetsen

Geloof
beeld hoop voor noord
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Vluchtelingen die zeggen dat ze niet terug kunnen naar hun land omdat ze tot het christendom zijn bekeerd, worden niet altijd geloofd. Christelijke deskundigen komen regelmatig tot een ander oordeel over hun bekeringsverhaal dan de officiële instantie. Hoe kan dat?

Tegenover de medewerker van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zit een Afghaanse vrouw. Ze zegt dat ze christen is en in haar thuisland grote kans maakt op vervolging. Om een verblijfsvergunning te krijgen, moet ze de medewerker tegenover haar overtuigen van haar bekering. Via haar tolk vertelt ze hoe ze tot geloof is gekomen. Dat het christendom voor haar als voormalig moslima een bevrijding betekent van mannelijke overheersing. ‘Hier in Nederland hoef je als vrouw geen hoofddoek te dragen’, werpt de IND-medewerker tegen. ‘Dat vrouwen hier vrij zijn, heeft niet met het christendom te maken, maar met onze samenleving. Bovendien zijn vrouwen in de Bijbel ook niet gelijkwaardig aan mannen’, aldus de IND’er. Ongeloofwaardig bekeringsverhaal, is het oordeel, dus ze krijgt geen verblijfsstatus.

Met een dergelijk voorbeeld komen bijna alle christelijke deskundigen die dossiers kennen van bekeerde vluchtelingen. Net als de veelvoorkomende vraag aan bekeerlingen, of ze wel voldoende studie hebben gemaakt van andere godsdiensten voordat ze bij het christendom uitkwamen. Zorgen over de toetsing van bekeringsverhalen van vluchtelingen worden onder christelijke deskundigen breed gedragen. Vorige maand trok de christelijke vluchtelingenorganisatie stichting Gave aan de bel met een open brief aan de staatssecretaris. Onzorgvuldig en ondeskundig, noemde Gave het werk van de IND. Hoe kan het dat Afghanen en Iraniërs die volgens hun kerk, hun asieladvocaat, het kerkelijke adviesorgaan commissie-Plaisier of stichting Gave een geloofwaardig bekeringsverhaal hebben, door de IND niet worden geloofd?

cijfers

De IND houdt naar eigen zeggen niet bij hoeveel mensen asiel aanvragen met een bekering als motief. Dat maakt het moeilijk te zeggen in hoeveel gevallen christelijke deskundigen tot een ander oordeel komen dan de IND. Gave krijgt dossiers onder ogen van mensen die zijn afgewezen en toch blijven geloven in hun zaak. In 2017 waren dat er tachtig. In zestig procent van die gevallen vond de christelijke stichting het bekeringsverhaal geloofwaardig, in tegenstelling tot de IND. Dat zijn dus 48 verhalen. Er zijn echter ook asielzoekers die wel geloofd worden en niet bij Gave in beeld zijn. Bovendien zal niet iedere vluchteling die bekering als motief indient, na een afwijzing de hulp inroepen van Gave.

Arjan Plaisier, voorzitter en naamdrager van de commissie die namens kerken in Nederland de bekeringsverhalen van vluchtelingen toetst, relativeert de noodkreet van Gave. ‘Ik denk dat Gave niet in de gelegenheid is te oordelen over het totaal. De mensen van die stichting krijgen de afwijzingen te zien, maar er zijn ook een heleboel toewijzingen.’ De commissie-Plaisier spreekt in een eerder stadium met vluchtelingen. Dat gebeurt meestal op aanvraag van de asieladvocaat, nog voordat er een oordeel van de IND ligt. Ook zij komt wel eens tot een ander oordeel dan de IND. Hoogleraar godsdienstpsychologie Joke van Saane wordt regelmatig als deskundige geraadpleegd door asieladvocaten. ‘Ik krijg regelmatig dossiers te zien van bekeerlingen die niet geloofd worden door de IND’, aldus Van Saane. In twee derde van de gevallen die ik te zien krijg, is er in mijn ogen wel degelijk sprake van een geloofwaardige bekering. Ongeveer een derde is volgens mij wel terecht afgewezen.’

gesprekken

Onterechte afwijzingen komen dus voor, bevestigen deskundigen die hiermee te maken hebben. Hoewel Plaisier de IND minder scherp afvalt dan stichting Gave, uit ook hij zijn zorgen. ‘Als wij tot een andere beoordeling komen dan de IND heeft dat te maken met hun wijze van ondervraging. Daar kun je vraagtekens bij zetten. Wij constateren dat er weleens een debat wordt aangegaan met een vluchteling op een manier die wij niet reëel vinden. Dan gaat de IND ervan uit dat een vluchteling eerst een soort godsdienst-historisch onderzoek moet hebben gedaan.’ Asieladvocaat Frans-Willem Verbaas is ook kritisch op de ondervragingen door de IND. Hij zegt dat hij ‘wel erg veel gevallen van amateurisme’ tegenkomt.

Marco Vos van Gave noemt tal van voorbeelden. Zoals een Irakese vrouw die vertelt dat haar dochter genas van epilepsie, nadat er voor haar gebeden was. Ze wees het wonder toe aan Jezus en kwam enkele maanden later tot geloof. ‘De IND wilde bewijs zien dat die dochter daadwerkelijk ziek was, terwijl het gesprek moest gaan over haar bekering en wat het met haar deed. Zelfs als dat wonder nooit gebeurd was, kan haar bekering nog wel oprecht zijn.’

Evangelist Jurjen ten Brinke van de multiculturele kerk Hoop voor Noord in Amsterdam bevestigt dat beeld. Bij hem in de kerk komen regelmatig bekeerde mensen uit Irak, Iran en Afghanistan. ‘Het is pijnlijk om te lezen dat een vluchteling die na zijn bekering van verslavingen en depressie is afgekomen, de tegenwerping krijgt dat je ook kunt afkicken zonder Jezus. Met een positiviteitscursus. Natuurlijk kun je ook zonder God gelukkig worden en afkicken, maar dat maakt zijn bekering nog niet ongeloofwaardig.’

Overigens vinden de christelijke deskundigen het terecht om asielzoekers uit Iran en Afghanistan die zeggen christen te zijn geworden, daar kritisch op te bevragen. Vluchtelingen uit die landen hebben aan een bekering voldoende om een verblijfsvergunning te krijgen. Syriërs hebben dat niet nodig, zij krijgen automatisch een verblijfsvergunning vanwege de oorlog in dat land.

Het zou naïef zijn te denken dat vluchtelingen nooit een bekering zouden verzinnen om een verblijf in Nederland te krijgen, zegt bijvoorbeeld Verbaas. Er zijn zelfs mensensmokkelaars die tegen betaling trainingen geven over hoe je zo’n bekeringsverhaal moet vertellen, weet Plaisier. Verbaas bevestigt dat. ‘Ik haat het om te moeten zeggen: je kunt bij smokkelaars niet alleen een reis kopen, maar ook een bekeringsverhaal.’ Plaisier: ‘We moeten als kerk niet medeplichtig worden aan die handeltjes. Ik heb ook weleens een gesprek gevoerd waarin ik niet overtuigd ben geraakt, hoewel je nooit in iemands hart kunt kijken.’ Als een asielzoeker vervalt in vaagheden, clichés en tegenstrijdigheden, is Plaisier op zijn hoede. Het is zijn collega-dominee Jurjen ten Brinke zelfs overkomen dat een vluchteling opbiechtte te hebben gelogen. ‘Hij kwam mee in een groepje van vier bekeerlingen uit Iran en Afghanistan’, vertelt Ten Brinke. ‘Drie van hen bleven komen, maar hij haakte af zodra hij gedoopt was. Naderhand heb ik hem opgezocht. “Ik heb je voor de gek gehouden”, dat zei hij letterlijk. Het pijnlijke is dat juist deze jongen een verblijfsvergunning kreeg, en die andere drie daar langer op moesten wachten. Het laat maar weer zien hoe ingewikkeld het is om iemands hart te toetsen.’

medewerkers

Niet iedere IND-medewerker is ondeskundig of amateuristisch. De brokken worden gemaakt door enkelingen, benadrukken Plaisier, Van Saane en Verbaas. De IND is een grote organisatie die voor een bijna onmogelijke opdracht staat. Dan is te verklaren dat er wel eens iets misgaat, zeggen zij. De IND, die zich niet in de kritiek van Gave herkent, laat weten dat er op dit moment vierhonderd medewerkers zijn met de bevoegdheid om gehoren uit te voeren, waaronder die van bekeerlingen. Dat gaat vaak goed, maar er zijn medewerkers die helemaal geen affiniteit hebben met geloof, zeggen christelijke deskundigen. Verbaas vertelt dat hij onlangs een rapport van een gehoor las waarin God consequent met een kleine letter werd geschreven. ‘Je vraagt je dan af wat zo iemand van het christendom begrijpt’, aldus de advocaat. En zo was er een dopeling in de kerk van Ten Brinke die bij de IND over de dominee sprak als ‘pastor Jurjen’. ‘Hij kende het woord dominee nog niet. De IND-medewerker “corrigeerde” hem’, vertelt Ten Brinke geërgerd. ‘Het moest volgens hem pastóór zijn, zoals rooms-katholieke geestelijken worden genoemd. Vervolgens kreeg de dopeling allemaal vragen over de Rooms-Katholieke Kerk die hij niet kon beantwoorden.’ Onkunde, vindt Ten Brinke.

Verbaas is het helemaal eens met de kritiek van stichting Gave op de werkwijze van de IND, zegt hij. Al zijn de ervaringen van christelijke deskundigen als Plaisier en Ten Brinke volgens Verbaas niet per se representatief. ‘Niet alle gevallen worden aan de commissie-Plaisier voorgelegd. Het is dus geen a-selecte steekproef. Er zijn dingen die wij niet zien en de IND wel. De IND hoort alle verhalen. Sommige zaken lijken wel erg op elkaar. Als iemand vertelt over een moeder die van kanker is genezen na gebed, kan dat mooi klinken. Maar als je dat verhaal drie keer tegenkomt, slaat de twijfel toe.’ Dat de christelijke deskundigen geen compleet beeld hebben, kan overigens ook betekenen dat er juist meer dingen misgaan dan bekend is. Verbaas: ‘Ik heb niet de indruk dat het meevalt, eerder het tegenovergestelde.’

Kwetsbaar punt is het moment dat er opeens een piek is in het aantal aanvragen. De IND moet dan externe medewerkers invliegen via uitzendbureau’s. ‘Die worden dan in korte tijd klaargestoomd’, zegt Ten Brinke. ‘Wees dan eerlijk, geef toe dat je niet van allerlei landen en asielzaken verstand kunt hebben.’

Stichting Gave en commissie-Plaisier pleiten allebei voor een expertteam van IND-medewerkers die de twijfelgevallen behandelen. Ook Verbaas stoort zich eraan dat de IND geen deskundigen raadpleegt als een godsdienstsocioloog of hoogleraar interculturele theologie. ‘Volgens Europese regels zou dat ook moeten, maar tot nu toe weigert de IND dat.’ Ten Brinke gaat nog een stap verder en vindt dat de bekeringsgesprekken door christenen gevoerd moeten worden, of dat zij op z’n minst betrokken worden. Dat gaat voor Plaisier te ver: ‘Dan krijg je hetzelfde probleem, want wie toetst er dan of de medewerkers christen zijn?’

waardering

Hoewel de IND erop hamert zelf verantwoordelijk te zijn voor de toetsing van bekeringsverhalen, schuiven ze de inbreng van deskundigen niet altijd aan de kant. Zo zegt Joke van Saane dat de instantie haar wetenschappelijke inbreng waardeert en serieus neemt. Verbaas en stichting Gave hebben andere ervaringen. Marco Vos: ‘Het komt voor dat IND-medewerkers in de rechtbank onze rapporten negeren. “Gave is een christelijke organisatie, zij oordelen vanuit hun eigen achtergrond”, zeggen ze dan tegen de rechter. Ze gaan dan niet in op onze argumenten.’ Ook Ten Brinke komt het tegen dat IND-medewerkers van hem als dominee een vooringenomen houding verwachten. Alsof hij een bekeringsverhaal eerder gelooft omdat hij zelf ook christen is. ‘Ik heb weleens in een rechtbank gezeten met een vluchteling die een brief van mij inbracht als onderbouwing. De IND-medewerker zei: “Wie zegt dat die vluchteling niet heeft gedicteerd wat u moest schrijven?” Ik werd gezien als vrijpleiter van vluchtelingen.’ Ten Brinke wordt over het algemeen juist erg serieus genomen door de IND, laat de dominee weten. ‘Juist omdat we serieus werk maken van een traject richting doop en niet maar zo iedereen dopen.’ Hij werd niet voor niets gevraagd een masterclass te geven over bekeringen. Daar benadrukte hij geen behoefte te hebben aan ‘nepgelovigen’ in de kerk. Bij andere kerken lijkt dat weleens het geval. ‘Er zijn collega’s van mij die wel Jan en alleman dopen, en trots op Facebook poseren met vijftien gedoopte asielzoekers.’

Van Saane zegt dat er zelfs kerken zijn die in asielzoekerscentra vluchtelingen vertellen wat ze moeten zeggen bij hun verhoor. ‘Er zijn zelfs kerken waar je naartoe kunt bellen en zo een doopbewijs meekrijgt.’ Die houding verpest de geloofwaardigheid van Van Saane en andere christelijke deskundigen, zegt ze. ‘De IND is wantrouwend tegenover kerken. Ze denken eigenlijk dat kerken maar één doel hebben: zo veel mogelijk mensen binnenhalen en hier in Nederland houden.’

de mens zien

De Perzische kerk Kores in Apeldoorn is zo’n kerk die weinig kritisch is over bekeringsverhalen van vluchtelingen. Cora Mohammad Amini, de vrouw van de voorganger, bevestigt dat de kerk geen vragen stelt bij vluchtelingen die zeggen gedoopt te willen worden. ‘Dan maak je van een asielzoeker iemand die je moet wantrouwen. Wij proberen de mens te zien en iedereen gelijk te behandelen. Het is iets anders wanneer mensen zelf zeggen dat ze gedoopt willen worden voor een verblijfsvergunning. Dat is niet de bedoeling en dat zeggen we dan ook.’

De Apeldoornse kerk wil simpelweg het evangelie vertellen, ook aan mensen die misschien in eerste instantie om een andere reden komen. ‘Er zijn mensen die zich lieten dopen en nu al jaren actief zijn in de kerk. Achteraf zeiden ze dat ze in eerste instantie kwamen voor die verblijfsvergunning. Andersom maken we ook mee. Er zijn mensen bij wie we dachten dat het oprechte christenen waren, maar dat blijkt later anders te liggen.’ Liever zou ze willen dat het helemaal geen thema is in de gemeente. ‘Het verstoort de kerk, het geeft wantrouwen. Wij willen niet op de stoel van de IND zitten. Alleen God kan over de harten van mensen oordelen.’

vriendschap

Dat laatste zal Plaisier nooit ontkennen. ‘Moet de overheid oordelen over iemands bekering? Normaal gesproken niet nee, dat is natuurlijk onzin. Maar wel wanneer iemand op grond van zijn bekering iets van de overheid verlangt: een verblijfstatus.’ Zijn professionele contact met de IND is voor Plaisier reden om zorgvuldig te zijn in de omgang met bekeerlingen en hen niet op de kleur van hun ogen te vertrouwen. Voor Ten Brinke geldt dat ook. Maar hoe moet een ‘gewone’ kerkganger ermee omgaan als een vluchteling zegt bekeerd te zijn? Ten Brinke reageert ontspannen. ‘Als iemand zegt christen te willen worden, mag je dankbaar zijn. Je hoeft niet argwanend te zijn, maar kunt wel doorvragen: vertel eens, wie is Jezus voor je? Ga het gesprek aan en probeer vriendschap te sluiten. Lees samen de Bijbel. Als diegene een bekering speelt, ben ik gelovig genoeg om te denken dat het alsnog wat kan opleveren.’ ◆

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?