Wie in de Gouden Eeuw aan de armen schonk, kon 'hemelrente' verwachten

Op een gedenkplaat wordt Johanna Bontekoning bedankt voor haar gift. Dit Amsterdamse pand was oorspronkelijk een opvanghuis voor armen. Cultuur
Op een gedenkplaat wordt Johanna Bontekoning bedankt voor haar gift. Dit Amsterdamse pand was oorspronkelijk een opvanghuis voor armen. | beeld George Hooijer, gevelstenen.net
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Wie in de Gouden Eeuw aan de armen schonk, kon na zijn dood een mooie beloning verwachten: ‘hemelrente’. Maar dit gereformeerde fenomeen had met méér dan alleen eigenbelang te maken, betoogt George Hooijer.

Groningen

Gedenckt den armen in uw testamenten, want Ghy en hebt geen beter renten. Deze zin stond op het Groningse Boter- en Broodhuisje, bij de Martinitoren. Het huisje, waar voedsel werd uitgedeeld aan de armen, verdween in de achttiende eeuw. De boodschap op de gevel was typerend voor die tijd. Wie geld geeft aan de armen, ontvangt na zijn dood de ‘beste rente’. Emeritus predikant George Hooijer (70), ook ruim twintig jaar werkzaam geweest voor een protestants-christelijk vermogensfonds, onderzocht 37 teksten uit de periode 1600 tot 1800 over deze zogenaamde ‘hemelrente’. Maandag promovee …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?