Waarom Franciscus van Assisi op Christus moest gaan lijken

Benozzo Gozzoli, de jonge Franciscus. Fresco, 1452. Cultuur
Benozzo Gozzoli, de jonge Franciscus. Fresco, 1452. | beeld catharijneconvent
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Franciscus van Assisi leefde in de dagen van Innocentius III (1160-1216), de machtigste paus aller tijden. Dat is geen detail, zegt kunsthistoricus Henk van Os. Franciscus was een potentieel gevaar voor die macht. Dus moest hij worden ‘ingekerkt’. Dat gebeurde ongekend vergaand: soms is het verschil nauwelijks te zien tussen de bedelmonnik en Christus zelf.

De kerk was op het hoogtepunt van haar macht als instituut, zo aan het einde van de twaalfde eeuw. Innocentius liet, zo argumenteert Van Os in het fraaie boek over Franciscus, het dogma van de transsubstantiatie afkondigen. ‘Dat wil zeggen dat het verplicht werd om te geloven dat in de viering van de mis brood en wijn werkelijk veranderden in het lichaam en bloed van Christus.’

Wat heeft dat met elkaar te maken?, denk je misschien, maar Van Os vervolgt: ‘Daardoor was de kerk als het ware de eigenaar van de Verlosser geworden. Dit maakte dat buiten de officiële christelijke leer, de kerk en d …
Dit is 8% van het artikel.

Meer lezen?

24 uur nd.nl voor maar € 2,-

Of lees via
Paywall
PDF Print Stuur door