Religie in films is nu exotische folklore

De film ‘Knielen op een bed violen’ geeft een minder karikaturaal beeld van extremiteiten onder reformatorische christenen dan eerdere rolprenten. Cultuur
De film ‘Knielen op een bed violen’ geeft een minder karikaturaal beeld van extremiteiten onder reformatorische christenen dan eerdere rolprenten. | beeld september film
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

De verfilming van Knielen op een bed violen is vanaf komende week in de bioscoop te zien. ‘Een film over zo’n specifieke groep christenen heeft al gauw iets weg van aapjes kijken.’

Amsterdam

Nederland heeft een traditie als het gaat om films en boeken over het streng calvinistische milieu. Een vlucht regenwulpen, Terug naar Oegstgeest, Dorsvloer vol confetti. De verfilming van het magnum opus van Jan Siebelink uit 2005, Knielen op een bed violen, kan daar nu aan worden toegevoegd. Een zware, beklemmende roman over Hans Sievez (gemodelleerd naar de vader van Siebelink), die in de ban komt van bevindelijk-gereformeerde thuislezers en daardoor vervreemd raakt van zijn vrouw en kinderen. Het is, zeker gezien het thema, bijna onvoorstelbaar welk succes de roman kende. 700.000 exemplaren zijn ervan verkocht, volgens uitgever De Bezige Bij. Voor Nederlandse begrippen is dat zeldzaam veel. Ter vergelijking: Van Franca Treurs Dorsvloer vol confetti, eveneens een bestseller, zijn 150.000 exemplaren verkocht.

Ben Sombogaart regisseerde de film Knielen op een bed violen. ‘Ik ben zelf niet gelovig opgevoed, maar wel geïnteresseerd in religie. Mensen halen er troost uit, maar het heeft ook zwarte kanten. Als religie wordt misbruikt, zoals door ISIS, kunnen er verschrikkelijke dingen gebeuren.’

Het trof de regisseur, toen hij het boek van Siebelink las, hoe het extreme geloof van Hans Sievez tussen hem en zijn vrouw in komt te staan. ‘Hij zoekt troost in het geloof voor zijn angsten, maar kan dat niet delen met zijn vrouw. En toch proberen ze bij elkaar te blijven.’

In de film De storm, over de watersnoodramp in Zeeland in 1953, liet Sombogaart ook streng-gereformeerden zien. ‘Ik was geschokt wat ik hoorde toen ik research deed voor die film. Een jongen verloor zijn gezin bij die ramp, en in de familie waar hij terechtkwam werd er nooit meer over gesproken. Het was een straf van God, en daarover spreken was aanmatigend.’

Met Knielen op een bed violen brengt Sombogaart opnieuw een extreme stroming voor het voetlicht, waarin veel christenen zich niet zullen herkennen. ‘Dat klopt’, erkent hij. ‘Het gaat om extremen. Maar die extremen zijn er wel degelijk.’

afrekenfilms

In de verhalen over het calvinistische verleden van Nederland is een interessante kentering te zien. In de films uit de tweede helft van de vorige eeuw, zoals Een vlucht regenwulpen en Terug naar Oegstgeest, wordt door de schrijvers en regisseurs afgerekend met het eigen verleden. Ouderlingen en predikanten zijn boemannen, onmenselijke wezens zonder empathie die met een opgeheven vinger hel en verdoemenis preken. Je kunt je dan ook wel voorstellen dat de hoofdpersoon Maarten uit Een vlucht regenwulpen met hen liever niet te maken heeft.

In de film Dorsvloer vol confetti (2014) is het beeld heel anders. Franca Treur schreef het boek met mildheid en liefde, en de regisseur had evenmin iets om mee af te rekenen. ‘Dat is geen polemische film’, zegt Ruard Ganzevoort, praktisch theoloog en geïnteresseerd in religie in de populaire cultuur. ‘Je voelt dat er een poging is gedaan om de reformatorische wereld te begrijpen.’ Toch worden de gewetensconflicten die mensen uit dit milieu kunnen ervaren, nog steeds amper inzichtelijk gemaakt, vindt Ganzevoort. ‘De reformatorische wereld blijft ook in deze film iets exotisch, waarover je je vooral verwondert.’

Ganzevoort heeft zich afgevraagd waarom Knielen op een bed violen zo veel succes had. ‘Het gaat namelijk om een heel specifieke religieuze stroming. Veel mensen lazen de boeken van Maarten ‘t Hart uit herkenning, maar dat kan bij Siebelink veel minder het geval zijn geweest. Ik denk dat het voor veel lezers een soort aapjes kijken is geweest.’

Zo is de rol van religie in Nederlandse romans en films in een paar decennia veranderd: eerst was het iets om mee af te rekenen, nu is het folklore uit een verleden dat velen niet meer zelf hebben meegemaakt.

karikaturen

Sombogaart heeft naar eigen zeggen zijn best gedaan van Knielen op een bed violen een eerlijke film te maken. ‘Ik wil wegblijven van het overtrokken beeld van gelovigen zoals in Een vlucht regenwulpen.’ Illustratief is hoe in de film de oefenaars Mieras en Steffen worden neergezet, vindt hij. ‘Steffen heeft in het boek een kwab in zijn nek, die tijdens het preken meebeweegt. Mieras zweet enorm en ruikt naar wormen en dood, volgens het boek. Maar als je ze zo neerzet, worden het gemakkelijk karikaturen, en bovendien wordt de hoofdpersoon, Hans Sievez, er ongeloofwaardig van. Want waarom zou hij zich inlaten met zulke mensen? Wij hebben er voor gekozen Mieras en Steffen menselijker te maken. Het zijn geen monsters.’

Volgens Ganzevoort hebben Nederlandse films de neiging ongeloofwaardig te zijn, doordat ze kiezen voor de extreme, opvallende kanten van religie. ‘Ik herinner mij zo een, twee, drie niet een film over een mainstream gelovige.’ Zijn al die films bij elkaar fnuikend voor de beeldvorming over christenen? Ganzevoort: ‘Mensen zien vooral in een film terug wat ze al dachten. Ze passen hun beeld niet snel aan. Maar dat een aantal films extreme varianten van het christelijk geloof laat zien, zorgt er natuurlijk niet voor dat mensen gaan inzien dat christenen ook heel redelijke en maatschappelijk actieve mensen kunnen zijn.’

Dit probleem is overigens veel breder, volgens de praktisch theoloog. ‘Orthodoxe, conservatieve christenen laten zich in de samenleving eerder horen. Liberalen spreken niet zo snel over hun geloof. Dus áls we gelovigen horen, gaat het om één bepaalde groep. Dat trekt het beeld scheef. Vrijzinnige christenen mogen dat ook zichzelf aanrekenen.’

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief