Portret Levi Weemoedt: Lachen in een tranendal

Cultuur
beeld Philip Roorda
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

In deze manisch-positieve tijd wijst dichter Lévi Weemoedt op de dingen die helemaal niet superleuk zijn. Zijn moeder vertrok toen hij 16 jaar was. Na de zelfdoding van zijn vrouw bleef hij amper op de been. ‘Het is dwaas om te zeggen: waarom ik? Want: waarom die ander?’

Ik hief mijn hoofdje uit de kinderwagen,

en zag voor ’t eerst de mensen om mij heen.

Ik stelde nog een paar gerichte vragen

en wist genoeg. En was gelukkig weer alleen.

 

Lévi Weemoedt, dichter van ironische verzen vol Weltschmerz, is, bijna tegen wil en dank, voor de tweede keer een Bekende Nederlander. In de jaren tachtig droeg hij samen met Hans Dorrestijn somber-humoristische korte gedichten voor, waarmee ze de status van popsterren bereikten. Dat klinkt alsof Weemoedt een podiumdier is, maar zijn verhouding met publiciteit is, zacht gezegd, ambivalent. Hij zoekt de aanda …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?