Pleidooi voor 'lelijke eendjes' in de orgelbouw

Een jaar of dertig, veertig geleden zag de orgelgeschiedenis er eenvoudig uit. Vanaf de vroege middeleeuwen tot ver in de 18e eeuw was er een opgaande lijn in de orgelbouw. Maar rond 1800 werd die omgebogen. Dat was de tijd van vrijheid, gelijkheid en gelijkzwevendheid. De pittige klank van barokorgels werd vervangen door de deftige, sonore klanken van negentiende-eeuwse orgels. De pit was eruit.
Het edele ambachtswerk werd vervangen door eenheidsworst met als dieptepunt de eerste helft van de twintigste eeuw. Orgels werden fabrieksmatig gemaakt. Met als dieptepunt de jaren twintig en dertig, een tijd die wel de 'vervalperiode' werd genoemd. Het beeld is misschien wat gechargeerd, van negentiende-eeuwse bouwers als Cavaillé-Coll, Ladegast en Sauer werd de kwaliteit wel ingezien, maar toch... In 2006 is het beeld heel anders. Versleten negentiende-eeuwse orgels worden niet meer afgebroken zoals een jaar of veertig geleden nog vaak gebeurde of van hoge, heldere stemmen voorzien. …
Dit is 9% van het artikel.
Paywall
PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?