Muziek en zang eren God het meest

Calvijn als man van de psalmen en Luther van de gezangen. Van dat stereotiepe beeld is de Haagse kerkmusicus Arie Eikelboom na zijn promotiestudie wel af. ,,Luther ging anders met de psalmen om dan Calvijn, maar ze werden in de lutherse traditie beslist niet veronachtzaamd. De jongens op de koorschool van Bach moesten ze alle honderdvijftig uit het hoofd leren. Gisteren promoveerde Eikelboom op een dissertatie over Bachs motet Jesu, meine Freude BWV 227 aan de universiteit van Groningen.
Bach schreef zijn kerkmuziek niet ter verpozing. Hij had een verhaal te vertellen, een Bijbels verhaal, zegt Eikelboom. Bachs motto was: ik maak muziek om God te eren en de naaste te beleren. Dat is ook duidelijk bij het motet BWV 227, dat de kern van het christelijk geloof bevat. Het is een praedicatio sonora, een muzikale preek. Eikelboom heeft daarvoor verschillende argumenten. ,,Allereerst tekstuele. Bach wisselt de coupletten van het koraal af met Romeinen 8 : 1, 2, 9, 10 en 11. Dat lijken nogal willekeurig gekozen teksten, maar daarin is juist de kern van het lutherse geloof te …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?