Kunstenaar Paul van Dongen verlangt ernaar opgeraapt te worden

Hommeltjes, ets, 2019. Cultuur
Hommeltjes, ets, 2019. | beeld Merlin Daleman en Paul van Dongen
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie
Paul van Dongen (Tilburg, 1958) is etser en tekenaar. Van levensgrote naakten, verbluffend kundig, lijn voor lijn, in sprekende houdingen. Van klein schepselgewriemel: zeewier, hommels. En hij is ook, met ups en downs maar onmiskenbaar, een gelovige jongen uit het zuiden. Zeven jaar geleden bezocht hij elke dag de ochtendmis. Nog is de liturgie een levensbron. Maar er is iets veranderd, verschoven. Een gesprek met deze innemende kunstenaar gaat via kruispunten van kunst, leven en geloof. In het vuur van zijn betoog komt de Brabantse tongval erdoorheen.

In zijn atelier valt de enorm grote pers op, voor grote etsplaten. Veel levensgrote, lijfelijke afbeeldingen. Meestal mannen. Dit heeft overigens geen homo-erotische connotatie, het sluit eerder aan bij de artistieke beeldtraditie vanaf de renaissance. ‘Het is gewoon zo dat ik bij het afbeelden van een man veel meer kan uitdrukken, juist omdat ik dat zelf ook ben. Bij vrouwen lukt me dat minder.’

Het lijf in al zijn gestalten is zijn grote inspiratiebron: de stofuitdrukking van de toestand van de mens. De houdingen spreken van angst, schroom, gratie, ootmoed, onderwerping, devotie, vrees en …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?