Het einde van de democratie?

Cultuur
beeld istock
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Als de waarheid niet gedeeld wordt, wordt zij geclaimd. Waar moet het heen met een land waarin iedereen de waarheid in pacht heeft? Dictatuur? Burgeroorlog?

Het valt niet mee in voorbeelddemocratie Nederland. Elke volgende verkiezing versplintert het politieke landschap verder. Afgelopen jaar was er maar ternauwernood een regeringscoalitie te vormen. Heeft onze democratische samenleving haar houdbaarheidsdatum bereikt, als een pak melk dat op het punt staat te gaan schiften? En wat komt er dan daarna?

De partijen van de ‘grote leiders’, Geert Wilders, Thierry Baudet en Jesse Klaver, staan deze kabinetsperiode opnieuw met lege handen langs de lijn. Voor het laatst? Waar gaat de democratie heen? Historicus Henri Beunders en filosoof Jeroen de Ridder werken allebei mee aan een boek met de werktitel Weerbare democratie, dat in februari zal verschijnen.

Beunders is hoogleraar ontwikkelingen in de publieke opinie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Het is zijn vak om de thermometer onder de tong van de samenleving te leggen.

Hij is niet erg optimistisch. Nederland ontwikkelt zich in de richting van een harde politieke strijdcultuur. Misschien niet meteen in de richting van een burgeroorlog of een dictatuur, maar toch: om deze ontwikkeling niet in geweld te laten uitmonden, wordt de bureaucratische technocratie aan de top machtiger, met sociale apartheid op de begane grond: een onderklasse die niet meer meedoet.

Jeroen de Ridder werkt aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij ziet een samenleving vol ‘diepe disputen’: meningsverschillen waarin de partijen goed voorgesorteerd staan om elkaar niet te begrijpen, en zelfs niet bereid zijn om dat ook maar te proberen. ‘Dat kan leiden tot conflicten, ja.’

Rechten van de Mens

Het springende punt, zegt Beunders, is dat iedere Nederlander zich de gelijke weet van elke andere Nederlander. ‘Dat is al zo sinds de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens dat vastlegde, in 1948. Vroeger was iedereen gelijkwaardig, gelijkwaardig voor God bijvoorbeeld, of als burger. Nu is iedereen gelijk. En iedereen hééft ook gelijk. Er is geen enkele waarheid méér waard dan een andere.’

Dat is een voorbode van burgeroorlog, zegt Beunders. ‘Dat is mijn grote vrees. Het is een soort nieuwe religie: iedereen is gelijk en iedereen heeft gelijk. Dat niet iedereen even deskundig is, doet er niet toe. Het gevoel is belangrijker dan het verstand.’

Maar er zit toch nog wel een verschil tussen gelijk willen hebben en je gelijk willen halen – en dus tussen onvrede en conflict? ‘Dat is waar, maar als jij wat jij vindt het belangrijkste vindt, omdat jij gelijk bent aan de ander, hoef je niet meer te discussiëren om tot een compromis te komen. Als jij naar de ander luistert, geeft dat namelijk al een soort onderdanigheid weer.’

Jeroen de Ridder is gematigder. Een filosofen-afwijking, denkt hij: altijd nuanceren. Maar ook hij ziet een fundamenteel probleem. ‘Kijk, als de conflicten gaan over de vraag of jij dertig euro moet meebetalen aan een gezamenlijk etentje, of vijfendertig, dan leg je het bonnetje ernaast en kom je er wel uit. Maar in onze samenleving wemelt het van de zogenaamde ‘diepe disputen’, conflicten waar een veel diepere laag onder ligt. En precies daarover is het lastig in gesprek te komen.’

gevoel

Beide mannen noemen de Zwarte Pietdiscussie als voorbeeld, maar ze steken precies vanaf de andere kant in. Beunders ziet in de samenleving voortdurend mensen die zich niet genoeg, nooit genoeg gehoord voelen. In het anti-Zwarte Pietkamp bijvoorbeeld: ‘Mijn gevoel zegt me dat ik nog niet genoeg erkenning krijg voor het feit dat ik gelijk ben aan jou, dus jij discrimineert mij. Het gaat over gevoel, en Luther zei het al: alleen God peilt emoties. Als iemand zich aan het eind van een heel traject nóg niet erkend voelt, kun je plat op de grond gaan liggen, met je kop op de tafel slaan of weet ik wat, maar daar krijg je dat gevoel niet mee weg, bij rupsjes-nooit-genoeg houdt dat nooit op.’

Aan de andere kant interpreteert het pro-Zwarte Pietkamp de kwestie te oppervlakkig, ziet De Ridder. ‘Zwarte Piet staat voor minderheden symbool voor de blinde vlek bij veel blanke Nederlanders voor alledaags racisme. De voorstanders van Zwarte Piet delen deze ervaring simpelweg niet, en kunnen of willen ook niet accepteren dat de mensen die erover vertellen, een punt hebben. Zij vinden Zwarte Piet onderdeel van een onschuldig kinderfeest.’

Zowel Beunders als De Ridder vindt dat de discussie gebaat zou zijn bij doorsteken naar een hoger niveau. De Ridder: ‘Welke kennisbronnen moet je serieus nemen? Een belangrijke kennisbron in deze discussie is de beleving van de ander, de ervaring van alledaags racisme. Als je reageert met “je lust zeker ook geen blanke vla”, of “je moet eens uit je slachtofferrol komen”, zul je de ander nooit bereiken – en doe je hem ook geen recht.’

Beunders zoekt het hogere niveau in een groter verhaal dat de individuele belevingswereld kan overstijgen. ‘Zoals christenen dat van nature hebben, omdat je nu eenmaal samen naar de kerk gaat. Ik vind dat de mens weer burger moet worden. Er is nauwelijks meer iets gemeenschappelijks. Als je beseft dat je burger bent, moet je daarnaar op zoek.’

Beunders hoopt ook nog steeds dat de politiek met een groter verhaal komt, waarin mensen kunnen leven. ‘Pim Fortuyn sprak in 1995 van de verweesde samenleving, met de geïndividualiseerde mens die geen vader en geen moeder heeft naar wie hij luistert, en geen grotere gedachte waarin hij geloven kan. Dus zien we nu een strijd tussen individuen die zich allemaal gelijk wanen aan elkaar. Dat kan alleen maar opgelost worden door autoritaire leiders. De Putin-types, de Baudet-types, of ook Jesse Klaver – die wil vooral dat iedereen elektrisch gaat rijden. Ook autoritair.’

Met Rutte komt Beunders niet verder. ‘Die klaagt wel over het dikke ik, dat zelfzuchtige individu dat boven zichzelf zou moeten uitstijgen, maar hoe dan? Rutte heeft geen visie, en daar is hij nog trots op ook. Als je een visie hebt, moet je naar de dokter, zegt hij. Maar die visie is wel degelijk nodig.’

een nieuw verhaal?

Je hoeft niet onmiddellijk met God aan te komen, vindt Beunders, katholiek van huis uit, maar kom hem alsjeblieft ook niet aan met de heilig verklaarde autonomie van het individu. ‘In die zwakzinnige termen denkt D66 nog steeds. Maar ze zijn ondertussen ook bang geworden voor al dat volkse volk dat geëmancipeerd is geraakt. Ze zien waar dat toe leidt, en ineens willen ze het referendum afschaffen. Dat was ooit een van de redenen voor de oprichting van de partij. Het tekent het failliet. D66 erkent nu dat er een elite moet zijn, tegenover dat denken van “ik ben gelijk aan jou en ik heb gelijk en ik hoef niet met jou te praten”.’

Beunders stelt met enige aarzeling ‘De Delta’ voor: ‘Dat onderscheidt ons. We hebben een gezamenlijk probleem, het water, en we rooien het toch best aardig met elkaar.’ Maar ook het aloude christelijke begrip rentmeesterschap is volgens Beunders een goed verhaal. ‘Dat overstijgt de klimaatreligie van GroenLinks; dat is een verhaal dat maar tot op heel geringe hoogte werkt, omdat je het niet kunt doorvertalen naar hoe je in je buurt met elkaar moet omgaan.’

Het nieuwe kabinet stelt hem teleur. ‘Nu hebben we toch een middenkabinet, misschien wel voor het laatst. En het komt wat visie betreft niet verder dan “vertrouwen in de toekomst”. Tja.’

Beunders staat niet alleen in zijn verlangen naar een groter verhaal. Ook de gezaghebbende Duitse filosofe Susan Neiman vindt bijvoorbeeld dat we weer grote woorden moeten durven spreken. Goed, kwaad, heldendom, eerbied. Maar vertaal ze vooral niet religieus: we hebben volgens Neiman hélden nodig, geen heiligen. ‘Neiman herwaardeert de grote woorden, zonder dat zij ze in een zinvol verband zet van een groter verhaal’, zegt Jeroen de Ridder. ‘En ik begrijp dat wel. Het is een illusie dat je terug zou kunnen naar een oud groot verhaal, als dat er al ooit geweest is. Ik zou al blij zijn als we een set ‘kleine grote verhalen’ weten te vinden, niet eens per se met veel samenhang. Dat kunnen inderdaad personen zijn – helden en heiligen – of verhalen.’ 
Iedereen die vandaag met een groot verhaal komt, krijgt onmiddellijk het verwijt dat elk groot verhaal ook weer mensen buitensluit. ‘Ik verwacht eerder dat er een lappendeken komt van kleine grote verhalen. Dat lijkt me realistischer dan dat er nog een groot verhaal te bedenken valt waarin iedereen zijn thuis kan vinden.’

gezag opbouwen

De samenleving bestaat dus uit mensen die allemaal hun eigen god zijn, en die door geen samenhangend verhaal meer aan elkaar te verbinden zijn. Hoe bouw je in zo’n wereld nog gezag op, al is het maar als politicus?

Beunders vertelt dat hij begonnen is aan het schrijven van een nieuw boek. Werktitel: Waar horen we eigenlijk bij? ‘Dat gevoel leeft onder ouderen én jongeren. Ook onder mijn eigen kinderen, die allemaal vijfhonderd digitale vrienden hebben, en toch soms het gevoel hebben dat ze zweven.’

Beunders wil voor hen de wereld weer inzichtelijk en overzichtelijk maken. ‘In een tijd van chaos moet je terug naar simpele zaken: tien geboden, zeven hoofdzonden, zeven deugden, en vooral naar het gesprek daarover. In een tijd van informatie-overkill moet je terug naar simpelheid. Niet naar gewelddadige simpelheid, zo van: wij zijn het oneens dus ik sla jou je kop in, maar naar een overzichtelijke set richtlijnen en overtuigingen. En dan kom ik als katholiek toch weer met die Bijbel aanzetten, tja.’

Ook De Ridder zet in op een nieuwe generatie, en op luisteren. ‘We moeten mensen weer een leergierige houding aanleren. Jij zegt dit en dat, maar hoe dan? Hoe leergieriger je bent, hoe meer je openstaat voor de ideeën van de ander.’ De Ridder heeft zelfs het vermoeden dat die houding je dichter bij de waarheid brengt. ‘Die waarheid is niet zo makkelijk, je leert al snel dat je dus niet alles begrijpt en niet alles weet. En dan leer je intellectuele bescheidenheid. Dat is geen gemakzucht, maar dat is het besef dat je sommige keuzes moet en kunt overlaten aan anderen. Maar dan moet je daarin wel een waarheid ontdekt hebben, dat wetenschap bijvoorbeeld wel vooruitgang boekt.’

Beunders: ‘Dat luisteren naar elkaar, dat biedt precies de erkenning waar mensen eigenlijk naar op zoek zijn. Ze staan nu schreeuwend te eisen dat de ander hen moet respecteren. Maar als we mensen weer leren elkaar te ontmoeten, echt in de ogen te kijken, is er winst te boeken. Ik ben – laat ik dan ook iets leuks zeggen over D66 – nog steeds voor die jury-achtige oplossing voor democratie die D66 ooit voorstond. Ik ben ervan overtuigd dat goed geïnformeerde burgers, die met elkaar spreken over problemen, tot een oplossing komen. Of in elk geval tot een compromis.’ ◆

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?