De vuilnisman

De vrouw ploft neer op het bankje en zet de vuilniszak tussen haar voeten. Met haar ellebogen op haar knieæn en haar kin in haar handen staart ze naar het trottoir. Alles doet pijn. Haar rug. Benen. Nek. Haar schouder is stijf en haar handen zijn ontveld. Allemaal door de zak.
O, was ze die vuilnis maar kwijt. Een dikke laag wolken vormt een grijs plafond, grijs van duizend zorgen. Beroete gebouwen werpen lange schaduwen, ze maken de stegen en de mensen die er lopen donker. Een kille motregen veroorzaakt modderige stroompjes in de goten. De vrouw trekt haar jas dichter om zich heen. Een passerende auto doorweekt de zak en maakt spetters op haar spijkerbroek. Ze verroert zich niet. Te moe. Haar herinneringen aan een leven zonder vuilnis zijn wazig. Als kind misschien? Haar rug was rechter, ze liep sneller... of was dat een droom? Ze weet het niet meer. Nog e …
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?