De laatste moordkruisen van Nederland

Steenen Kruis (1542) op de dijk bij Afferden. Op een zijarm staat een kelk. Een priestermoord? Cultuur
Steenen Kruis (1542) op de dijk bij Afferden. Op een zijarm staat een kelk. Een priestermoord? | beeld nd
Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Eeuwenoud zijn ze, moordkruisen. Je zou er finaal aan voorbijrijden, de meeste zie je pas als je er pal voor staat. Het zijn onbekende monumentjes. Ze kunnen niet praten. Maar misschien lukt het vandaag toch iets op te vangen van de fluistering van hun oude verhalen.

Het verleden is een vreemd land, zei een Britse historicus. Ze doen de dingen anders, daar ... Als getuigen van dat andere land, aanmaningen uit een ouder, eenzamer landschap, staan er midden in onze moderne tijd nog moordkruisen. Stille getuigen, buiten de bebouwde kom. Tussen snelwegen. Onder intercontinentale vliegroutes.

Bermmonumentjes op afgelegen plaatsen, waar ooit een arme drommel of onschuldig kind slachtoffer werd van een roof- of lustmoord. Onopvallend verstopt staan ze daar, in bosranden of op rivierdijken. Of ingemetseld, in de muur van een boerderij.

Nog ochtendgrauw is de dag, als René ten Dam het autostuur wendt naar ons eerste moordkruis: Elst. Tussen Maas, Nederrijn en Lek staan enkele van de oudste exemplaren van ons land. Langs stille vaarten en via een industrieterrein belanden we aan de Linge. Ganzen gakken op de mestverzadigde stoppelvelden. Het is waterkoud. In de verte gromt snelverkeer. Onze eerste speld in de hooiberg van de geschiedenis hebben we gevonden.

vier keer verplaatst

Maar meteen staan we al met de mond vol tanden. ‘Maar liefst vier keer verplaatst’, gebaart Ten Dam, wijzend op de overkant van de Linge, de vermoedelijke moordplek. ‘En geen naam bekend.’ Of wacht, er stond ‘Wart’, heette de vermoorde zo? Maar het bovenstuk is vervangen door kaal hardsteen, nu staat het er niet meer. Soms maken restauraties meer kapot dan je lief is. Tot overmaat van ramp reed in 1944 een Canadese tank het kostbare kruis in stukken. Opgelapt, gerestaureerd, is het kruis uit 1500 zelf slachtoffer. Een overlever, van eeuwen modernisering en ruilverkaveling. Officieel rijksmonument, als ‘hardstenen gotisch noodkruis’. Dat woord ‘noodkruis’ klopt niet, een noodkruis is iets anders dan een moordkruis. Bovendien: je moet het niet verwarren met een hagelkruis, daar telt ons land er veel van, zelfs meer dan er moordkruisen zijn. Die zijn op de akkers geplaatst, om bescherming van de oogst af te smeken tegen hagel en noodweer.

Een kruis getuigt altijd van iets. Maar waarvan? Is dit exemplaar in Elst opgericht als zoenkruis? Vreesde de dader dat hij anders naar de hel zou gaan? Het is een raadsel. Maar onschuldig is het landschap buiten Elst toch niet meer. Snel weer de warme auto in, op naar de volgende plaats delict.

volkscultuur

Weinig Nederlanders brengen zoveel tijd tussen grafstenen door als Ten Dam. ‘De fascinatie begon toen ik achttien was. Met het graf van Gerrit Achterberg, in Leusden. Ik groeide op in Deventer en fietste als kind langs het fraaie moordkruis bij Olst. Het heeft uitstraling, je voelt dat zo’n plek beladen is.’ Het siert nu het omslag van zijn boek. Hij stichtte in 2001 de site dodenakkers.nl, die begraafplaatsen in kaart brengt. Sinds hij drie jaar geleden ontslag nam bij een energiemaatschappij ontwikkelde hij zich tot funerair adviseur; nu is het zijn broodwinning. Hij adviseert gemeenten en andere instanties onder andere over de historische waarde van begraafplaatsen en hoe daar praktisch mee om te gaan.

‘Er is te weinig waardering voor ons eigen Nederlandse funerair erfgoed!’, constateert hij. ‘Het gras op buitenlandse begraafplaatsen lijkt altijd groener.’

‘Tot mijn verbazing had nog niemand iets met moordkruizen gedaan. Bij mijn onderzoek ontdekte ik dat de verhalen eromheen ook het bewaren waard zijn. Die zijn immers een uiting van volkscultuur.’

steengroeves

Onze reisroute voert verder, naar het katholieke zuiden, waar veel kruizen te vinden zijn. Maar, legt Ten Dam uit, veel waren vroeger van hout en zijn verdwenen. ‘Boven de grote rivieren zijn weinig steengroeves. Zelfs graaf Floris V, vermoord bij Muiden, kreeg een houten exemplaar. Bovendien werd het noorden protestants van inslag, met een afkeer van uiterlijke tekenen. En in het Westen vind je er geen meer, daar verdwenen ze door verstedelijking. De afgelegen standplaats is de redding van een moordkruis.’

Voor de funerair detective, Nederlands Hervormd, was het een ontdekking dat moordkruisen in het zuiden nog onderdeel zijn van de geloofsbeleving. Zelfs midden in het bos stuitte hij eens op een verse krans.

Franse tijd

Via het dijkdorpje Afferden (1542, het slachtoffer zou een priester zijn) en Grubbenvorst (ene Willem van Ghelabeck, 1467, over wie verder niets bekend is) komen we in Venlo. Daar herinnert het ingemetselde en zogenaamde Kintskruys aan Jacob Scherers uit Straelen, begin zestiende eeuw. Pas in 2009 is ontcijferd dat er Luyskruys op staat. Dat verwijst naar een luyseycke, een eik die markeerde waar dorpelingen turf mochten steken. ‘Vlakbij is Scherers vermoord, het al bestaande grenskruis werd vervolgens zijn moordkruis. Het heeft er gestaan tot het wellicht in de Franse tijd als symbool van geloof het veld moest ruimen.’ Jaren later dook het op in een greppel. Met nog maar één arm. In 1931 is het herplaatst op een kruispunt. In 1975 liet de eigenaar van de Genraayhoeve het in een muur metselen. Er staat een nieuw informatiebord naast. ‘Had dat bord nou aan de weg gezet’, zegt Ten Dam, ‘dan zou het er veel mooier uitzien. Wel goed dat er aandacht voor is en dat het verhaal verteld wordt.’

Kun je moordkruisen vergelijken met bermmonumentjes voor verkeersslachtoffers? ‘Nee, die gaan meer over nabestaanden, niet zozeer om die ander. Ook bekommert men zich niet meer om de ziel van de dode. Vroeger wel. De historie van Nederland is een historie van geloof. En het landschap beweegt met ons mee, langzaam neemt het op wat wij erin doen.’

Om zijn boek rond te krijgen, ploos Ten Dam jaren lokale archieven uit. Internet kwam hem te hulp. ‘Maar het gaat vaak om lokale historie die nergens centraal is bijgehouden.’ Je moet dus echt ter plekke gaan zoeken. ‘Zodra je buiten zo’n dorp komt, weet men niets van het bestaan van zo’n kruis.’

moordliederen

We naderen, al zoekend via binnenwegen, het heden. En dat voel je. In de bosrand buiten

Haelen is de plaats delict waar, in 1918, Nelleke Theunissen werd gevonden. Tot voor kort werd dit kruis gekoesterd door familieleden. Nu ziet het er wat verlaten uit. De dader was P. van Oevelen, 35, getrouwd en vader van vier kinderen. Hij kwam uit het Brabantse Wouw, was leerlooier in Heythuysen. Hij kreeg twintig jaar wegens doodslag, maar kwam een paar jaar later vrij bij een gratie. In 2010 is tot twee keer toe de Christusfiguur van het kruis af geroofd. Wie doet zoiets? ‘Tja, het metaal kan een paar centen opbrengen.’ Het tekstbordje getuigt nog van doorleefd verdriet: ‘Petronella Theunissen / heeft hier gegeven / haar jeugdig leven / voor hare eer / ter wille van den Heer / 2 juni 1918’.

marskramers

Historie kan nóg zo lokaal zijn, het vertelt van alles over Nederland: kermisgeweld, smokkelaars, marskramers … Langs de Oude Grintweg tussen Oirschot en Boxtel, vinden we na enig zoeken het gedenkteken voor Giovanni Castiglione. Deze 16-jarige knul uit Italië verkocht als marskramer prenten en schilderijen.

In 1838 werd hij dood gevonden. Na dagen speuren werd een man opgepakt die in dezelfde herberg sliep, een onguur sujet met een strafblad. Martinus Zoeren bleef ontkennen, maar bekende toch, nadat hij het doodvonnis had gekregen. Op 26 november 1839 is Zoeren in Arnhem opgehangen.

smokkelaars

‘Het moeilijkst te vinden exemplaar vond ik bij Reijmerstok, in Limburg: een in 1896 gedode veldwachter. Het staat midden in het bos, ik zou niemand aanraden er alleen naar te gaan zoeken. En in de bossen van Putbroek staan kruisen uit 1931, van drie smokkelaars.’

Het ging om twee broers en hun neef. Geëxecuteerd door boswachter Van den Elzen en zijn zoon. Straatzangers met moordliederen waren een vertrouwd straatbeeld. Henri la Meuse bezong het ‘Ontzettend Moord-drama te Putbroek-Echt’ in negen smartelijke coupletten:

In het veld, dicht bij het bosch gekomen,

Knalden schoten plotseling keer op keer

‘t Drietal wilde zeker ras nog vluchten

Doch getroffen stortten ze allen neer.

Ofschoon gewond maar toch nog niet ten doode

Werden zij door de bandieten verder

Net als wilde beesten afgeslacht.

De zoon van de boswachter stierf in de cel in 1942. De hoofddader kwam in 1946 vrij, bleef ontkennen en keerde terug naar zijn dorp Posterholt, ogenschijnlijk gewoon weer opgenomen in de gemeenschap. In 1954 overleed hij, op 77-jarige leeftijd.

suikerkraamhouder

In Maasbree herinnert het kruis ‘Op de Kemp’ aan de moord op een suikerkraamhouder rond 1900. Een kermisruzie om geld. De arrestant werd door zijn meisje vrijgepleit; hij zou via een ladder bij haar in de bedstee zijn gekropen en pas bij dageraad de ladder weer af zijn gegaan, verklaarde zij onder ede. De rechter accepteerde dat. Uitgerekend deze boerenzoon zou zelf het kruis hebben opgericht. Als dat zo is, had hij wellicht berouw. Dan is dit een zoenkruis. De tekst is ‘Jezus, erbarm u onzer’.

moordbomen

Uit piëteit besloot de auteur naoorlogse gedenktekens niet op te nemen. In 1941 kregen twee meisjes, Ria Pagie in Oirschot en Annie Remken in Moergestel, slachtoffers van dezelfde man, een moordboom. In de bast van enkele beuken zijn kruisen ingekerfd. Met dat jaar stopt Ten Dams reeks. Maar daarna zijn er zeker nog wel moordkruisen geplaatst. En hoe recenter, hoe sterker de indruk die het maakt. Dat ervaren we sterk in een bosrand buiten Mierlo, waar in 1995 Nicole van den Hurk uit Eindhoven is gevonden. Er branden lichtjes, er liggen beertjes en bloemen. Het monumentje wordt nog altijd bezocht. De zaak is nog in onderzoek. Tot 20 januari 2017 stond er op de Posbank een kruis op de plek waar Alex Wiegmink in 2003 is doodgeschoten. Het is die dag symbolisch begraven, na een laatste moment van herinnering.

Heel bijzonder, op één dag stilstaan bij maar liefst zeven moordkruisen. Het is als dat rijmpje: ‘Hoe meer ik weet, hoe meer ik vergeet, hoe meer ik vergeet, hoe minder ik weet.’ Werkt het zo ook met het landschap?

Hoe meer ons landschap nog ‘weet’, hoe meer de voorbijganger beseft hoeveel hij niet weet. Gewone, eenvoudige mensen, slachtoffer van moord, herdacht met een kruis. Dat is, hoe dan ook, een kleine correctie op de vergetelheid die in de geschiedschrijving het lot is van de meeste, doodgewone mensen. ■

Mede naar aanleiding van Historische moordkruisen in Nederland – ‘Bid voor die sele’

René ten Dam. 172 blz. € 27,95

Bijlagen

Fotoserie, 6 foto's
PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?