Rutte bedankt

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

Vijf jaar is Mark Rutte nu minister-president.

De eerste twee jaar leidde hij een ministerraad waarin het CDA de helft van de posten bezette. Een royale geste jegens zijn veel kleinere coalitiepartner, die zwaar gehavend uit de verkiezingen en diep verdeeld uit de formatie gekomen was. De liberaal construeerde zijn kabinet-Rutte/Verhagen in de herfst van 2010 onder zeer gure omstandigheden. De financieel-economische crisis greep diep in, zowel in de particuliere situatie van veel Nederlanders als in het publieke leven en de rijksbegroting. De Tweede Kamer was extreem versplinterd – nooit eerder had de grootste fractie slechts 31 zetels geteld. Een zesde van het parlement werd ingenomen door een radicaal ongouvernementele partij die met de beste wil geen bewindslieden kon leveren. Maar Rutte verzekerde zich van Geert Wilders’ gedoogsteun en zorgde ervoor dat het scherp gepolariseerde land geregeerd kon worden. Toen Wilders na anderhalf jaar wegrende uit het Catshuis, werd Rutte electoraal beloond voor zijn monsterklus: hij won 10 zetels, terwijl CDA (van 21 naar 13) en PVV (van 24 naar 15) de schade betaalden.

Bij zijn tweede formatie stond Rutte opnieuw voor een onmogelijke opgave. Hij was feitelijk aangewezen op samenwerking met zijn natuurlijke tegenstander, de PvdA van Diederik Samsom. In de tijden van Paars was er even wat chemie geweest. Toen (1994-2002) was er nog genoeg geld voor hun beider liefhebberijen, D66 leende zich voor de cement- en bufferfunctie, en de partners vonden elkaar in een gezamenlijke passie: afrekenen met de culturele dominantie en bestuurlijke arrogantie van het CDA. Maar nu: het kabinet-Rutte/Asscher moet tegenstellingen overbruggen die in verkiezingstijd vol overgave zijn opgepompt. En daar komt bij dat Rutte II opnieuw op gedoogsteun is aangewezen, ditmaal niet in de Tweede, maar wel in de Eerste Kamer; niet van één, maar van zeker drie partijen.

Politieke steun vergaren, tegenstellingen overbruggen en draagvlak creëren: daarin heeft Mark Rutte zich nu vijf jaar een meester getoond. Door zichzelf niet groter te maken dan zijn functie. Door niemand onnodig tegen de haren in te strijken. Door geen ideologische scherpslijper te zijn. Nota bene de eerste liberale premier ooit, weet hij op een hartelijke en vertrouwenwekkende manier zaken te doen met staatkundig gereformeerden en andere conservatief christelijke leden van de Tweede Kamer. VVD-tirades tegen poldertaliban, betutteling en spruitjesgeur hoor je de laatste vijf jaar niet meer.

Het is niet moeilijk te schamperen op Mark Rutte als ‘de man zonder eigenschappen’ of ‘de teflon-premier’. Maar deze zeldzaam politiek en sociaal begaafde minister-president realiseert zich klaarblijkelijk dat hij niet de leider van het land is, maar de spelleider van het democratisch proces. Dat Nederland in dit uiterst complexe lustrum een premier had die demonstreert wat ‘dienend leiderschap’ betekent, is iets om nu al dankbaar te gedenken.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?