Pauw en de boeken

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

‘Dood nu alle jongens en alle vrouwen die gemeenschap met een man hebben gehad. Alleen de jonge meisjes mogen blijven leven.’

Numeri 31 uit Het Boek: Jeroen Pauw las het voor aan tafel. Hij had een week eerder in zijn tv-programma verzucht dat ‘we allemaal weten, als je je een beetje erin verdiept: die boeken zijn verschrikkelijk en roepen altijd op tot geweld’. Waarom had hij dat gezegd? Er zat toen een islamleraar aan zijn tafel, Wissam Feriani. Die werd, bij wijze van uitsmijter, gewezen op een Koranvers dat over ‘ongelovigen’ zegt: ‘Maak ze af’. Feriani had eerder betoogd dat een goede docent z’n leerlingen op het hart bindt, die tekst níét hier en nu op zichzelf te betrekken. Maar nu mepte hij van zich af: ‘In de Bijbel en de Tora staat hetzelfde!’ Dat beaamde Pauw. En toen hij een week later dominee Paul Visser en EO-anchor Tijs van den Brink aan tafel had, las hij als bewijs een paar verzen Numeri voor.

Wat opvalt aan de Bijbel en Koran, is dat wie zich er ‘een beetje in verdiept’ meteen moet concluderen dat ze onvergelijkbaar zijn. De Koran werd binnen een tijdsbestek van 23 jaar, begin zevende eeuw, aan één profeet geopenbaard. Goede lezers zien wel een zekere ontwikkeling in de (niet chronologisch gerangschikte) soera’s, maar de leerstellige stijl en de auteur is één.

De Bijbel daarentegen is een stapel van 66 boeken in diverse literaire genres (geschiedschrijving en poëzie, profetie en visioen, brieven en spreuken). De oudste boeken zijn vele eeuwen ouder dan de jongste. Numeri 31 (de wraak van de Israëlieten op Midjan) speelt zo’n dertien eeuwen voor Christus (ofwel: twee millennia voor Mohammed). Zo’n stuk oorlogsverslaggeving is met de kwaadste wil niet te lezen als instructie voor een gelovig leven vandaag, in navolging van Christus.

De boeken zijn onvergelijkbaar, maar de religieuze leesmethode had soms verdacht veel gemeen. En dat mag het christendom zichzelf kwalijk nemen. Hoe kan het dat een Jeroen Pauw (1960, christelijk onderwijs, bij de EO begonnen) verzen uit Numeri reciteert alsof het Koransoera’s zijn? De eerste christenen heetten ‘mensen van de weg’. Veel generaties religieuzen na hen leefden meer als ‘mensen van het boek’. En dat noemden ze dan eerbiedig: ‘het Woord’. Terwijl de evangelist Johannes met ‘Woord’ op Christus doelt.

Door de Schriften bladeren alsof het Koranverzen zijn: biblicistisch leesonderwijs heeft jongeren van Christus weggedreven. Niet dat ze er gewelddadig van werden. Wel omdat ze geen raad wisten met het geweld.

Soms hoor je christenen verzuchten hoe voorbeeldig dat is: zo eerbiedig als moslims hun Koran behandelen. Niet vertalen! Geen ander boek erop leggen! Zéker niet bij het oud papier! Dan zie je hoe dicht het biblicisme als religieuze vorm tegen islam kan aanleunen.

PDF Print Stuur door

Elke dag onze nieuwsbrief?