Lichaam en eigendom

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

75 tegen 74. Dat de Tweede Kamer met een zo nipte meerderheid een zo fundamentele wetswijziging aanneemt, is onwenselijk. Gelukkig gaat nu de Eerste Kamer het Actief Donor Registratiesysteem toetsen. Dat levert hopelijk een betere, meer navolgbare onderbouwing van standpunten op.

Onbevredigend is bijvoorbeeld dat CDA, ChristenUnie en SGP gedisciplineerd en unaniem tegen stemden. Politiek commentator Kees Boonman ‘verklaarde’ dat op Radio 1 als volgt: ‘Christelijke partijen vinden toch dat je uiteindelijk niet helemaal 100 procent mag beschikken over je eigen leven. Het leven is toch van God gegeven. Zo simpelweg gezegd is de discussie natuurlijk.’ Maar zo simpel was het helemaal niet.

Dat zo’n Boonman God erbij haalt, is begrijpelijk en ongerijmd tegelijk. ‘Als alle christelijken hetzelfde stemmen, en het gaat over leven en dood, zal het wel met God te maken hebben’: een begrijpelijke uitleg. Maar het ongerijmde is dat bijvoorbeeld de ChristenUnie in al haar teksten sinds 2008 weliswaar terloops opmerkt dat een lichaam door de Schepper gegeven is. Maar vervolgens verklaart ze donatie tot ‘een zaak van burgers onderling’. God verbiedt het niet, maar heeft er verder ook niks meer mee te maken kennelijk.

Ook de SGP kwam in het Kamerdebat niet met één geloofs- of levensbeschouwelijk argument. Pas toen een interrumperende SP’er maar blééf doorgaan over God, wilde Kees van der Staaij wel kwijt dat hij ‘meer vertrouwen heeft in God dan in de overheid’.

Het grondakkoord van zowel SGP als ChristenUnie luidt dat orgaandonatie ‘een daad van naastenliefde’ moet zijn. Zulke liefde zou je alleen als bewuste, individuele act kunnen opvoeren. Níet omdat een hoger, gemeenschappelijker belang het van je vergt, omdat het leven van een naaste ervan afhangt, en je er nooit bezwaren tegen kon bedenken. Het individu moet 100 procent autonoom beschikken: zelden werd die doctrine juist door christelijke partijen zo streng verkondigd.

Hoe het actief donorregistratiesysteem uitpakt in de praktijk, daarover verschillen de verwachtingen. Feit is dat na een laatste aanpassing de nabestaanden niet meer buitenspel staan. Het register maakt onderscheid tussen ‘ja’ als keuze en ‘geen bezwaar’ als blijk van besluiteloosheid; dat is de opening voor een gesprek. Zorg­vuldige omgang met nabestaanden, aan het sterfbed van een geliefde die zojuist hersendood is verklaard, valt niet in wetsregels te vatten. Maar ‘geen bezwaar’ betekent dus nog niet ‘uitgepraat, aan de slag’. En dat is ook de status van het wetsvoorstel. Hopelijk opent dit ook in christelijke kring gesprekken over de vraag wiens eigendom je lichaam en ziel zijn, en wat dat eigenlijk betekent, in leven en sterven.

PDF Print Stuur door

Dagelijkse nieuwsbrief