Het leven verloren

Bekijk dit artikel in de Digitale Editie

‘Ik voer een voortdurend gevecht om te overleven.’

Zo schetste Aurelia Brouwers, vier dagen voor ze zou sterven, haar leven van alledag (pagina 10). En zo ging het niet alleen de laatste tijd, zo ging het al vele jaren. Ze vocht tegen een legioen van psychische ziekten. In andere tijden heette dat: tegen een legermacht van demonen. En zelfs als die haar even met rust lieten, kwelde haar de herinnering aan en de angst voor al die andere momenten, dat ze als een bezetene werd aangevallen en door haar eigen handen verwond.

De uitdrukking ‘vechten voor je leven’ wordt vaker overdrachtelijk gebruikt. Als iemand zwaargewond is, en bewusteloos of zelfs in coma ligt. Of, nog meer van deze tijd: als iemand terminale kanker heeft. ‘Ze heeft de strijd verloren’, wordt dan bij het overlijden gezegd, en soms vergoelijkend: ‘Het was een ongelijke strijd.’ Dat is taal om mee op te passen. Op de grens van leven en overlijden zijn er geen winners en losers.

‘Wij willen dat je leeft!’: ruim twaalfduizend ondertekenaars stuurden Aurelia kort voor haar sterven een ‘brief’. De petitie was opgesteld door de Euthanasia Prevention Coalition. Het zal stichtelijk bedoeld zijn – maar hoe dúrven mensen dat eigenlijk te schrijven, aan een doodzieke die ze nooit hebben ontmoet of bezocht: ‘Wij begrijpen jouw gevoel van verlaten zijn. Wij zullen je niet in de steek laten’ ... ? Zulke grote woorden, zo onmogelijk waar te maken. Niets wordt zo vaak gelogen als: ‘Ik begrijp jouw gevoelens.’

Behandelaars die Aurelia kenden, meenden dat er voor haar geen oplossing was. En jawel, er waren gelukkig mensen die haar niet in de steek lieten. Die tot op het laatst bij haar waakten, opdat ze niet de hand aan zichzelf zou kunnen slaan. Daar waren ‘kerkmensen’ bij, die vast geloofd hebben dat haar euthanasie niet echt een goede dood is, maar nog zekerder wisten dat het hun taak niet was te oordelen, maar bij te staan.

Sterven is niet: een strijd verliezen. Het is wel: het leven verliezen. Loslaten wat je niet langer vast kon houden. Het kan in een oogwenk gebeurd zijn; iemand wordt uit het leven weggerukt, nabestaanden blijven verbijsterd achter. Er kan ook een lange worsteling aan voorafgaan; in diepe eenzaamheid, of omringd door steeds machtelozer vrienden en behandelaars.

Toen Aurelia een bijbel in handen kreeg, spraken de psalmen haar aan. David wist het levensecht en tijdloos op te schrijven: zijn gevecht met troepen stieren om hem heen, het einde van hen die ‘hun leven niet konden behouden’. Die woorden uit Psalm 22 werden vervuld door Jezus Christus. Net als Psalm 31: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest.’ Iets anders kun je ook niet met en voor een stervende bidden.

PDF Print Stuur door

Wil je elke dag onze nieuwsbrief met gratis artikel?